Not so daily Musings

I’ll write when i have something to say

Menu
  • Home
  • Musings
    • De Droommaker – prentenboek
    • Het gouden koord boekjes
    • Inspiratie
    • Persoonlijk
    • Op jaar
      • 2023
      • 2022
      • 2021
      • 2020
      • 2019
      • 2018
      • 2017
      • 2016
      • 2015
      • 2012
  • Nieuwtjes
  • meer over mij
  • Pers
  • Stel je vraag…
Menu

Categorie: 2015

Een modern kerstverhaal

Geplaatst op december 24, 2015oktober 7, 2023 door Eric

december 24, 2015

Een hand rust op mijn schouder. Hij voelt bemoedigend en vriendelijk, dus ik doe geen poging hem af te schudden, ook al lijkt de tijd en plaats ervoor wat vreemd. Het is 5 uur ‘s nachts en ik lig al een tijdje te woelen in bed. Ik ging er erg laat in, kon gelukkig een paar uurtjes slapen, maar ben nu toch alweer een tijd wakker. De hand voelt fijn, dus ik probeer me te ontspannen. Dat er al jaren niemand naast me slaapt maakt nu even niet uit.

Sinds een paar dagen ben ik op zoek naar de juiste woorden voor een kerstboodschap om aan vrienden en familie te schrijven. Ieder jaar stel ik het uit tot het laatste moment. Kerst is een gapend gat, waar ik liefst met een grote boog omheen ga. Jaren heb ik het alleen doorgebracht, meerdere daarvan ziek op bed. Herinneringen aan nog vroeger haal ik ook liever niet op en uitkijken naar een herenigde familie heeft tot nu toe al helemaal niets opgeleverd.

Besef van de wereld zoals hij dit jaar is, versterkt het vervreemdende gevoel. Het idee dat mensen hier massaal vrolijk kerst gaan vieren, terwijl aan de rand van Europa mensen letterlijk in de kou staan. En zelfs dichterbij, vluchtelingen die op veel plaatsen in ons land niet welkom zijn. Mensen die andere mensen de toegang tot hun stad weigeren, om vervolgens ‘vrede op aarde’ te gaan zingen onder hun eigen kerstboom.

Ik weet niet hoe daarmee om te gaan. Net zo min als met de vrolijke foto’s op facebook van kerstbomen, versierde huizen en gedekte tafels die klaar staan om familie en vrienden te ontvangen. Terwijl ik alleen kan denken aan al die mensen die geen familie en vrienden hebben om bij aan te schuiven. Mensen zonder huis,  zwervend op straat tijdens de feestdagen. De kerstinloop waar deze eerste kerstdag weer tientallen mensen zullen komen die, vaak al jaren, geen geld en gezelschap hebben om kerst te vieren. Het voelt zo wrang, ieder jaar weer.

Ik twijfel. Zal ik opnieuw het gedicht over eenzaamheid op facebook en mijn website zetten? Een tekst waarin ik vrienden wordt met de eenzaamheid die iedereen in zich draagt. Jaren geleden geschreven tijdens weer een kerst alleen, ziek in bed. De redactie van een programma op radio-2 was het twee jaar geleden on-line tegengekomen en belde me op. Of ik het tijdens kerstavond op de radio voor wilde lezen. Dat was een magische moment. Het gedicht wat geschreven was als handreiking naar al die andere eenzame mensen overal ter wereld, werd ineens gehoord. We werden even echt ‘1 samen’.

Maar dit jaar is het tijd voor iets nieuws. Het is alleen nog niet duidelijk wat.Ineens begint een serie beelden zich in mijn hoofd te ontvouwen. Ik zie mijn leven als een film in de achteruit, waarbij een aantal beelden even worden uitgelicht en stilgezet. Allemaal momenten die zich afspeelden tussen mijn moeder en mij. Schijnbaar vluchtige momenten, die niettemin een diepe indruk en een hoop pijn achterlieten.

Een zware mannenstem klinkt, meer in mijn lijf dan in mijn oren, een vreemde gewaarwording. De stem is overal tegelijk en legt uit dat de beelden zijn bedoeld om te laten zien waarom mijn leven is zoals het is. Mijn moeder en ik hebben een ingewikkelde band, we hebben elkaar inmiddels meerdere jaren niet gezien, ook al woont ze slechts één dorp verder.

Gisteren echter, heb ik haar een zelfgemaakte, geïllumineerde kaart gestuurd, waarin ik in een paar zinnen de wens uitspreek dat we elkaar in het komende jaar wellicht weer kunnen ontmoeten en dat ik van haar hou, altijd. Ze is en blijft mijn moeder. Het is het enige wat ik sinds alle ellende begon heb willen zeggen, maar nooit wist hoe. Altijd waren er verwijten en boosheid over en weer. En nu had ik eindelijk de manier gevonden die goed genoeg voelde om te zeggen wat gezegd moest nu het nog kon.

De stem legt een aantal dingen uit en geeft me eindelijk de antwoorden waar ik al heel lang naar op zoek ben. Het klinkt volkomen logisch, maar toch kan ik het gevoel van ‘maar ik dan’ niet van me af schudden.

Het wordt me duidelijk gemaakt dat mijn moeder haar hele leven niet in goed contact heeft kunnen zijn met het mannelijke in zichzelf en de mannen in haar leven. Haar vader overleed toen zij 1,5 was. En daarna werd het niet beter. Wie weet wat ze mee heeft gemaakt in het Jappenkamp waar ze een paar jaar later als peuter met haar moeder terecht kwam. Op achtjarige leeftijd de overtocht van Nederlands-Indië naar Nederland, om daar bij een drinkende stiefvader, misbruik en nog zo wat van die dingen terecht te komen.

Met mij had ze ook het nodige te stellen toen het misbruik zich bleek voort te zetten in de volgende generatie. Dat had een diepe impact op ons gezin en vanaf het moment dat ik wegliep op mijn 17e is niets ooit meer hetzelfde geweest. Het gezin lag uit elkaar en dat was mijn schuld, ik had de structuur verbroken. Dat ik het deed om zelf te overleven maakte niet uit.

Jaren van hard werken om mijzelf te helen volgden. Tot een aantal jaar geleden langzaam een en ander duidelijk werd: ik had een jongen moeten zijn. De stem vervolgd en laat de connectie zien tussen mijn als meisje geboren zijn en de jongen die ik had willen zijn. Alle beelden kloppen en vertellen ineens een logisch verhaal. De stem legt uit:

„Je moeder heeft nooit de kans gehad een liefdevolle connectie te maken met het mannelijke in haar leven. Daar heeft ze jou voor. Door de liefdevolle band die ze met jou als klein meisje kon maken en het verlies daarvan toen jullie contact verstoord raakte, wordt ze, nu jij hebt aangekondigd je meer man te voelen, gedwongen haar band met het mannelijke te herzien wil ze jou niet helemaal kwijtraken. Dat heeft ze nodig om te kunnen helen.”

Ik laat alles tot me doordringen en voel me vreemd opgelucht, maar blijf me toch afvragen waar ik blijf in dit verhaal. Met die vraag val ik in slaap.

Ik ben op visite bij de overbuurvrouw. Een paar dagen geleden gaf zij een etentje waar ik ook voor was uitgenodigd en vandaag wilde ik even langs om haar nogmaals te bedanken voor de gezellige avond. Er waren nog een paar mensen die ik niet kende en terwijl we kennis maakten, begonnen er steeds meer mensen binnen te komen. Tot er uiteindelijk een hele rij mensen tegelijk binnenkwam. Verbaasd kijken we elkaar aan. Ik dacht even rustig op visite te gaan, maar blijkbaar was ik niet de enige die juist dit moment hiervoor had uitgekozen.

Dan verschijnt de buurvrouw boven aan de trap in de woonkamer. Ergens weet ik dat er iets niet klopt, want de buurvrouw woont op een etagewoning, maar we bevinden ons hier in een prachtig hoog huis, met meerdere verdiepingen en ze nodigt ons uit voor een rondleiding. Terwijl de eerste gasten langzaam in een rij achter haar aan naar boven vertrekken blijf ik achter. Eén trap kom ik nog wel op, maar de bovenverdieping, hoe groot is die? Bij rondleidingen wordt altijd stilgestaan en rondgekeken. En hoeveel andere verdiepingen zullen er nog zijn? Uit angst mijn lijf weer te overbelasten besluit ik, teleurgesteld, beneden te blijven. Het nadeel van niet zulke sterke benen hebben.

Het interieur van de bus is wit. Ik heb nog nooit een bus gezien met een wit interieur, laat staan met tafeltjes, als een kruising tussen een sjiek uitgevoerde trein eetcabine en een jaren 50 lunchroom. We staan in de rij om in te stappen. Het is al aardig vol binnen, dus ik weet niet of ik er wel met rolstoel in pas. Zelf kan ik in een stoel zitten en de rolstoel kan ingeklapt om ruimte te besparen, maar hij moet wel mee! Ik krijg door naar de andere kant van de bus te moeten, daar is een invaliden-ingang blijkbaar. Een oudere man met rollator staat voor mij, hij heeft hetzelfde probleem, maar dat blijkt overbodig. Er wordt een knop ingedrukt en daar vouwt de rand waar we voor stonden al open tot een hypermoderne, traplift van glad metaal- en leerachtig materiaal.

Er is iets vreemds, we praten niet, maar hebben toch contact met onze begeleiders. Ze spreken rechtsstreeks via onze harten en het is direct duidelijk wat ze bedoelen. Mijn angst over de rolstoel en plaatsgebrek blijken onnodig, voor ik het weet zit ik in de bus en vertrekken we. Of de rolstoel nou mee is of niet, heb ik niet gemerkt. Het maakt ook niet meer uit, we zijn al onderweg.

Ik zit tegenover een vrouw met een huilend kind. Het kind blijft buiten beeld, maar ik zie hoe de vrouw probeert haar te laten eten in de hoop haar rustig te houden. Met weinig succes, het kind blijft huilen en maakt een rommeltje van het groene eten op de witte tafel. We proberen de boel netjes bij elkaar te vegen en ondertussen verteld de vrouw hoe zwaar het is, het constante zorgen en de druk om vooral alles netjes te houden, iedere dag opnieuw. Ik probeer haar gerust te stellen en begrip te tonen. Ik heb dan wel geen kinderen, maar kan me er alles bij voorstellen hoe zwaar het moet zijn. Vooral de druk om altijd alles netjes te houden voor de buitenwereld herken ik heel goed. Mensen leggen elkaar veel te veel druk op wat dat betreft, heb ik altijd gevonden.

Als de reis voorbij is worden we in een witte hal gebracht. Hier scheiden onze wegen blijkbaar, want overal om ons heen nemen mensen afscheid. Het is een drukte van jewelste in de grote hal. Dan ineens duiken de vrouw en het kind weer op. Het meisje, dat ik eerder niet kon zien, lijkt een jaar of 12 en komt recht op me af. Ze slaat haar armen om mijn middel en houdt me stevig vast. Overdondert door zoveel enthousiasme, sla ik mijn armen om haar heen en omhels haar terug. Zo staan we een tijdje en ineens valt op dat we het middelpunt zijn van een kring van mensen. Geen idee wie het zijn, maar hun aanwezigheid is warm en liefdevol.  Een koor van prachtige stemmen dringt tot me door, het is muziek zoals ik nog nooit eerder gehoord of beleefd heb. Een samenzang van liefdevolle, melodieuze klanken is het, niet echt een lied. Maar het is prachtig en vervult me met een oneindig gevoel van liefde. De woorden ‘You are loved’ dringen van alle kanten tot me door. Tot diep in mijn lichaam lijken ze me te vullen met hun klank en betekenis.

Het meisje en ik staan nog steeds in een innige omhelzing, zij met haar armen om mijn middel, zich stevig tegen me aan drukkend, ik met de ene hand haar rug en haren strelend en de andere arm stevig om haar heen. Ik snap er nog niet veel van, maar besluit me over te geven aan het moment, druk haar nog eens extra tegen me aan en dan barst het koor pas echt los. Alles draait om me heen en juist op het moment dat ik mijn ogen weer open om te zien wat er gebeurt, zie ik alles vervagen. Het moment van afscheid is gekomen. Met een lichte tegenzin en weemoed laat ik los.

Langzaam kom ik terug, het bed is warm, ik hoor een hond blaffen en open voorzichtig mijn ogen. Twee grote, bruine hondenoogjes kijken me aan over de rand van het bed. Ze blaft nog een keer. Het is tijd om op te staan vindt ze. Vandaag is de dag voor kerst en we hebben nog het een en ander te doen. Ik sluit nog even mijn ogen en aai dan het harige koppie. Zoals iedere dag worden we samen wakker, maar volgens mij na vandaag echt niet meer alleen.

©FHHage (Eric), 2015

Lief, lief kleintje

Geplaatst op juli 10, 2015oktober 7, 2023 door Eric

juli 10, 2015

Ik wil al heel lang even met je praten, maar het komt er steeds niet van. Werk, het leven, van alles komt er tussen. Láát ik er tussenkomen eigenlijk, want eerlijk gezegd durfde ik niet zo goed.

Want zie je, er zijn dingen met jou gebeurt, die ik niet zo goed onder ogen durfde te komen, dat heeft nogal wat tijd en moeite gekost. En al die tijd heb jij je alleen en ongezien gevoeld, dat weet ik, nu helemaal.

Ik kijk naar je foto en zie wat niemand anders zag, je angst. Er was een grote meneer die nare dingen met je deed, ik was erbij, maar kon niets doen, want we waren nog maar zo klein. Ik liet jou alleen daar en groeide zelf verder, leerde, zag nog veel meer en werd steeds een stukje wijzer. Maar nooit lukte het me die stap naar jou te maken en even, zoals nu, met je te praten.

Je was zo eenzaam daar alleen, dat weet ik wel, zag ik ook, maar ik draaide me om en dacht, eerst nog wat groeien, eerst nog wat leren en dan ben ik er klaar voor, dan kan ik je aan. Maar iedere dag werd er weer een verder bij jou vandaan. En toch was ik nooit echt ver van je weg, ik zag je, hoorde je roepen, verstijfde in jouw angst, huilde jouw tranen en schreeuwde in stilte jouw schreeuwen. Alles wat mijn handen maakten, mijn ogen zagen, mijn hart raakte en mijn ziel voortstuwde, was om jou te kunnen zien, zoals ik je vandaag hier voor me zie. Klein en eenzaam, maar o, wat ben je dapper!

Want in al je alleen zijn ben je toch altijd hier gebleven.

Zo lang dacht ik dat je kwijt was, dat je voorgoed voor me verloren zou zijn, maar vandaag zie ik je hier zitten met je grote, bange ogen en je kijkt me aan. Daar zie ik alles weerspiegeld terug, je angst voor die grote enge meneer, die grote, enge dingen met je deed, die je pijn deed en bang maakte, zoals geen kind ooit bang zou moeten zijn.

Je was er ook bij toen later een vader, een moeder hun dingen deden, je riep me toe om weg te gaan, verdwijnen, maar ik kon het niet, wist nog niet hoe. Ik was nog steeds niet groot genoeg. Er kwamen er meer, delen rond jou en mij die ons beschermden, voelden wat wij niet meer aankonden om te voelen, zagen wat wij niet aan konden zien, wisten wat teveel was voor ons om te weten. En zo ontstond een eenheid van delen die ervoor zorgden dat wij samen konden blijven bestaan. Ik heb ze allemaal ontmoet en weet nu al hun geheimen en verdriet. De laatste dat ben jij, de eerste, die het langst moest wachten, maar we moesten sterk genoeg hiervoor zijn. Die dag is nu gekomen, ik ga jou vertellen wat je zo nodig hebt te weten: je bent niet meer alleen, ik heb je nooit verlaten, moest alleen zelf eerst nog wat groeien, dat heb ik nu gedaan. En vandaag kom ik hier bij je zitten, sla mijn armen om je heen en zeg; sorry, dat dit alles je moest gebeuren, maar het is voorbij, we zijn erdoorheen, hebben het doorstaan en als een grote storm hebben we het allemaal overleefd. Het is voorbij, we gaan nu samen verder een nieuwe toekomst tegemoet, met nieuwe vrienden, die van ons houden en steunen en zien waar wij voor staan. Dit doen we voor onszelf en al die kindjes die net als jij en ik, hier ooit doorheen moesten en soms nog gaan of zullen moeten gaan.

Ik heb je lief, mijn lief, lief kleintje, je bent van mij en ik van jou, van nu af en voor altijd. Het hele universum rond hou ik van jou. x

©FHHage,Weesp 2015

Alle kleuren van de regenboog

Geplaatst op juni 27, 2015oktober 7, 2023 door Eric

juni 27, 2015

Rood, oranje, geel, groen, blauw, violet. De zes kleuren van de regenboogvlag. Ze staan al jaren symbool voor de LHBT gemeenschap in ons land. Voor wie het nog niet wist: LHBT staat voor lesbische, homo, biseksuele en transgender/transseksuelen. Ik ken het symbool al jaren, maar vandaag realiseer ik me ineens dat ik nog nooit echt heb nagedacht over wat deze vlag voor mij betekend.

Ook al was ik 27 jaar geleden de eerste in onze familie die het ‚gewone’ denken omver gooide door met een vriendinnetje ipv een vriendje thuis te komen, heb ik nooit gevoeld dat die vlag over mij ging. 27 jaar geleden was het nog lang niet ‚gewoon’, om als vrouw op vrouwen te vallen of als man op mannen. Een jaar of acht na mij kwam mijn nichtje uit de kast. Mijn schuld, volgens mijn oom, ze hadden tenslotte bij mij in de stoel gezeten, toen ik jaren eerder op zijn kinderen paste terwijl zijn vrouw drie weken in het ziekenhuis lag. Toen hij doorkreeg dat ik verliefd was op mijn beste (hetero)vriendinnetje in die tijd, was het over met het veilig bij hun grote nicht in de stoel zitten ‚s avonds voor de televisie. Dat het voor de kleintjes al verwarrend genoeg was met hun moeder in het ziekenhuis, vergat hij even. ’s Ochtends aan het ontbijt werd de standaard vraag van mijn oom, „wie wil er een wentelteefje, het teefje hebben we al.”

Uitsluiting, daar ging het om. Je hoorde erbij, of je hoorde er niet bij en ik hoorde er vanaf dat moment duidelijk niet meer bij. Verdeeldheid, dat was wat de kleuren voor mij betekenden toen ze jaren later symbool werd voor de homo-gemeenschap, zoals ze ooit begonnen zijn. Ik hoorde er niet bij. Die boodschap had ik al mijn hele leven te horen gekregen op allerlei fronten en nu was er ook nog een vlag voor. Ik wilde er ook niet bijhoren, want ik voelde me niet ‚zo’. Ja, ik viel op vrouwen, maar dat was anders, ik was niet lesbisch, ben ik ook nooit geweest. Om lesbisch te zijn, moet je jezelf als vrouw identificeren en dan nog eens als vrouw die op vrouwen valt, maar ik voelde me geen vrouw, dus hoorde ik er nog steeds niet bij. Ergens klopte er iets niet, maar het duurde nog jaren voor ik doorkreeg wat dat was. Ik wist alleen dat ik verliefd werd op meisjes en dat ik hun vriendje wilde zijn, nooit hun vriendinnetje.

Jaren van verwarring en heftige depressies later, ontdekte ik het boek van de Amerikaanse Leslie Feinberg ‚Een butch zingt de blues’. Het boek verteld de  zoektocht van een lesbische butch naar de waarheid over haar seksualiteit en genderidentiteit in de roerige jaren ’60 en ’70 en vind op 28 juni het hoogtepunt in de Stonewall Rellen, waar het tot een gewelddadig treffen kwam tussen de homo en lesbische gemeenschap en de autoriteiten in het New York City van 1969.

Deze rel was de eerste waarbij de homo en lesbische gemeenschap terugvocht na jaren van pesterijen en intimidatie door de autoriteiten. Precies een jaar later vond in NY de allereerste Gay Pride Parade plaats. Het boek verteld hoe hoofdpersoon Jess, onder druk van de samenleving op het pad komt van de, toen nog illegale, hormonen en een borstverwijderende operatie ondergaat om als man door het leven te gaan. De zoektocht en ontwikkeling van deze Jess was één groot herkenningsmoment voor mij, zodat ik met een zucht van opluchting het boek aan mijn psycholoog toonde met de mededeling

‚Dit ben ik!’

De psychologe met een verbaasde blik antwoorde.

„Dan mag je even vertellen waar het over gaat, want ik ken dat boek niet.”

Na mijn uitleg wat ik er zo in herkende volgden een aantal gesprekken met een bekende psychiater, want mijn pscych was met dit gebied niet bekend genoeg zei ze. Uit de gesprekken bleek al snel dat ik ‚kenmerken’ vertoonde van transseksualiteit, maar omdat ik nog met andere issues in de knoop lag was het advies die vooral eerst uit te werken voordat ik drastische stappen nam die niet terug te draaien zijn.

Dat was ook mijn wens, maar dat wat ik al die jaren gevoeld had nu een plek begon te krijgen was een grote opluchting op dat moment.

Na nog een paar jaar therapieën en uitzoekwerk waren de andere issues waar ik mee worstelde grotendeels weggewerkt, maar de gevoelens en verwarring rond het gendervraagstuk ‚ben ik nou een jongen of een meisje’ bleven en zo kwam ik in 2011 bij de Genderkliniek van het VU Amsterdam terecht. Heftige depressies en verwarring in contacten met mensen zorgden ervoor dat ik me steeds meer afzonderde, tot ik geen andere keus meer had dan onder ogen zien waar ik voor wegliep. Ik moest hier iets mee doen.

Ik lieg namelijk. Iedere keer dat ik buiten de deur stap of de telefoon beantwoord en iemand mevrouw tegen mij zegt lieg ik, want dat ben ik niet. Niet alleen. Een meneer ben ik ook niet, want mijn lichaam en 50 jaar leven als vrouw zeggen iets anders. En toch voelt het als liegen, gewoon door te zijn wie ik ben, een mens die zich 80% man voelt en 20% vrouw. „Hoe kom je op die verdeling?” vragen mensen dan. Dat is intuïtief.

Er is altijd dat instinctieve moment van even willen omkijken als iemand ‚mevrouw’ tegen mij zegt. Was dat tegen mij? Ik zie geen vrouw. Er is het lange haar, wat lang moet blijven, want als ik als jongen geboren was, had ik ook lang haar gehad, dus waarom zou dat nu niet mogen.

Er is altijd die verwarring van verliefd worden op hetero-vrouwen en niet snappen waarom ze niet zien dat ik geen vrouw ben. ‚Als je een jongen was geweest, was je perfect’ of ‚Laat jij je maar ombouwen, dan ben ik weer normaal’. En wat moet je met mannen die je een leuke vrouw vinden en als zodanig gaan behandelen, terwijl een stem in je hoofd roept ‚ik ben geen homo!’

Ja, ik ben hetero, ik val op vrouwen en ik zie eruit als vrouw en ergens ben ik dat ook na 50 jaar hard werken en dat feit proberen te leren accepteren, maar er is ook die man die niemand ziet, door niemand gehoord wordt en die leven wil!

Ik wil niet meer liegen door te zijn wie ik niet ben, maar ik weet nog niet precies hoe het verder moet. Want kan ik verder gaan als man en vergeten dat ik vrouw was, als ik als vrouw zoveel heb moeten overwinnen en toch nooit kon vergeten dat ik man ben? Ergens moet een gulden middenweg zijn, maar de wereld deelt ons in tweeën. Hoe lang duurt het nog voordat er plaats komt voor een derde, vierde, vijfde, zesde mogelijkheid? Hoe houden wij dit in de tussentijd vol?

En dan ineens begin ik het te snappen, de zes kleuren van de regenboog. Origineel waren het er acht, toen de Amerikaanse kunstenaar Gilbert Baker in 1978 de vlag ontwierp voor de Gay pride van dat jaar. De vlag stond symbool voor de trots van de lesbische en homogemeenschap en diens diversiteit. Baker zou voor zijn vlag geïnspireerd zijn door de Flag of the Human Race, die in de jaren ’60 werd gebruikt voor wereldvrede demonstraties en uit vijf gekleurde banen bestond; rood, zwart, bruin, geel en wit.

De acht banen van de oorspronkelijke vlag van Baker stonden symbool voor:

  • • roze – seks
  • • rood – leven
  • • oranje – geneeskracht
  • • geel – zonlicht
  • • groen – natuur
  • • turkoois – magie
  • • blauw – sereenheid
  • • violet – karakter

Omdat de kleur roze niet gefabriceerd kon worden bij het in productie gaan, werd deze eraf gelaten. Toen ook nog bleek dat bij het verticaal ophangen van de vlag de turkooizen baan wegviel achter de stok, werd ook deze weggelaten en zo bleven de zes kleuren over.

Het gaat over verbinden, maar een eigen vlag hebben is tegelijk ook weer een stukje verdeeldheid, los van wie er niet onder vallen. Het heeft jaren geduurd voor de transmensen onder de vlag van de homoseksuelen mee mochten doen. Hoe lang duurt het nog voor er gewoon 1 vlag komt waar we allemaal onder vallen?

Ja, groeperen is belangrijk, want gezamenlijk sta je sterker dan alleen, maar al die groepjes samen, dat is waar we uiteindelijk naar toe moeten, gewoon 1 grote groep mensen die de wereld bevolken, los van alle verschillende vormen waarin we dat doen. Ik ben een vrouw die zich man voelt, of een man die als vrouw geboren is en geleefd heeft, ik ben als zodanig hetero, ik ben kunstenaar, ik ben dochter, zus, buurman en buurvrouw, vriend en vriendin, maar bovenal ben ik mens, net zoals jij. Daar is maar 1 vlag met 1 kleur voor nodig. Ik stel voor de kleur wit, omdat in het kleurenspectrum dit de plek is waar alle kleuren uit voortkomen. Met zijn allen kunnen wij dat!

Welkom in je leven

Geplaatst op juni 21, 2015oktober 8, 2023 door Eric

juni 21, 2015

Mooi Mens, Ik schrijf geen verhalen, want het leven schrijft mij. Waarom tijd en energie verdoen aan wat al vrijelijk gedaan wordt. Creatie is niet van mij, creatie is wat mij laat doen, wat mij mijn vrijheid laat ervaren. Creatie maakt mij vrij. Vrij om te denken, te dromen, te voelen, te leven. Creatie is leven, is het wonder wat zich iedere dag voltrekt door mij de ogen te openen en wakker te laten worden in deze nieuwe dag waarin alles en iedereen iedere seconde weer nieuw is. Iedere dag is een aaneenschakeling van groei, van nieuwe momenten vol nieuwe kansen om alles opnieuw heel anders te doen. Waarom doe ik dat dan niet?

Omdat ik vergeet te zien, omdat ik mens ben en me af laat leiden van die eeuwige stroom van creatie en me laat verleiden te geloven dat alles altijd hetzelfde is en niets wezenlijks ooit echt zal veranderen, maar kijk, er is een rimpel bij in mijn gezicht, iets wezenlijks is al verandert. Kijk, een nieuwe grijze haar,  zat die er gisteren dan nog niet? Nee, die heb ik er vandaag pas nieuw bij bedacht. Gisteren zag ik hem niet, dus was hij er niet. Vandaag ben ik wakker en zie ik hem wel en constateer ik verandering, groei, ontwikkeling.

En zo zijn er duizenden, miljarden kleine, grote onzichtbare, zichtbare veranderingen die ieder moment van iedere dag plaatsvinden in en om mij heen die ik niet zie. Waar ik mij niet bewust van ben, maar die toch gebeuren. Bloeit een roos in de woestijn, ook als niemand haar ziet? Slaat mijn hart, ook als ik haar niet hoor? Doorstroomt levensadem mijn longen, ook als ik er niet aan denk haar diep te inhaleren? Gedachten stromen in en uit. Waarin? Waaruit? Mijn oren, mijn neus, mijn mond, het brein wat ik niet zie, maar wat mij wel verteld wat mijn ogen zien? Leef ik ook als niemand mij ziet? Ben ik ook als niemand mij ziet? Wie ben ik als niemand mij ziet? Ben ik dan meer of minder mijzelf? Of ben ik in het geheel iemand anders in de ogen van wie mij beziet? Ziet iemand mij ooit echt? Zie ik jou ooit echt?

Ziet iemand een ander zoals wij onszelf echt zien? Ik vindt jou prachtig, jij jezelf niet zo, waarom is dat? Ik vind mijzelf niet zo aardig, jij mij wel, hoezo? Waarom zien wij onszelf en elkaar zo verschillend? We hebben allemaal ogen, maar kijken we daar ook mee? Is iemand waar we van houden niet veel liever en mooier, dan een onbekende? Dat zien we met ons hart en brein, daar komt geen oog aan te pas. Die zwerver op de hoek is misschien de mooiste mens op aarde, maar wie ziet voorbij het vuil op zijn gezicht? Cliches zijn waar geworden werkelijkheid. Ze waren al waar, alleen wisten we dat nog niet, tot ze cliche werden en toen geloofden we ze niet meer, want clichés zijn zo cliché, passé.

Gepasseerd, dat voelen we ons zo vaak, maar hoe vaak passeren we elkaar? Ik zie jou niet, als jij mij niet ziet. Maar ik kan jou niet zien, als ik mijzelf niet zie, ik kan mijzelf niet zien, als ik jou niet wil zien. Onmetelijk, onbegrensd, onophoudelijk zijn wij met en tot elkaar verbonden. Ik schrijf geen verhalen, jij schrijft mij, vult mij in, dicht mij regels toe die ik niet zei. Dicht mij talenten en mogelijkheden toe die ik niet bezit. Wie ben ik zonder jou? Ben ik wel zonder jou?

Ik schrijf geen verhalen, want het leven drijft mij. Net zo onverwacht als deze woordenstroom in mij begon, dringt hij bij jou binnen nu je dit zo leest en voert weer verder als je aan mij denkt, later, dat rare mens, wat die rare dingen schreef, maar toch, het blijft wel hangen, ergens raakt het. Kant noch wal, maar daar ergens tussenin, heb je de moeite genomen dit te lezen, omdat het iets raakt. Een nieuwsgierigheid wakker maakt, naar wat het leven je te bieden heeft en daar ergens in het midden blijft iets achter van wat geraakt werd. Of je het nu onzin vindt of niet, een mening heeft zich al in je gevormd,  daar ergens heeft het leven toch zijn spoor achtergelaten in jou, via mij.

Ik zei het je toch…ik schrijf geen verhalen, het leven schrijft mij. En jou, al lezend, erbij. Welkom in je leven!

©FHHage, Weesp 2013, bewerkt 2015

  • Facebook
  • Instagram
  • LinkedIn
  • Etsy
  • Mail

ADHD advocate Autisme autisme- onderzoek Autismeweek Bijzonder klimaat Black hole Corona De Droommaker De jonge monnik Depressie geborgenheid haiku Het Gouden Koord boekjes Het Ooggebeuren Hoop illustratie inclusiviteit Indië-Herdenking Inspiratie Joey Kalligrafie Klimaat Konijntje Altijd Wakker late diagnose Lichaam mentale gezondheid Ned-Indië Nederlands-Indië neurodivers nieuwjaar prentenboek question rituelen rouw rust Stephen Hawking vader Verlies Weespernieuws Wereld Autisme Dag wolken Woord van de Dag Zaterdagportret Zijn

Op de hoogte blijven?

Welkom!

Schrijf je in om elke maand gewelidige informatie te ontvangen.

We sturen je geen spam! Lees ons [link]privacybeleid[/link] voor meer informatie.

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

LOREM IPSUM

Sed ut perspiciatis unde omnis iste natus voluptatem fringilla tempor dignissim at, pretium et arcu. Sed ut perspiciatis unde omnis iste tempor dignissim at, pretium et arcu natus voluptatem fringilla.

© 2026 Not so daily Musings | Aangedreven door Minimalist Blog WordPress thema