Not so daily Musings

I’ll write when i have something to say

Menu
  • Home
  • Musings
    • De Droommaker – prentenboek
    • Het gouden koord boekjes
    • Inspiratie
    • Persoonlijk
    • Op jaar
      • 2023
      • 2022
      • 2021
      • 2020
      • 2019
      • 2018
      • 2017
      • 2016
      • 2015
      • 2012
  • Nieuwtjes
  • meer over mij
  • Pers
  • Stel je vraag…
Menu

Categorie: Persoonlijk

Van metoo naar wedo

Geplaatst op november 5, 2017oktober 8, 2023 door Eric

november 5, 2017

#metoo 

Ik ga niet meer zwijgen, voor niemand. Een krachtig statement, maar ook haalbaar? Keer op keer neem ik het me voor en beland dan toch weer in de zwijgershoek. Tot ik ineens iets móet zeggen, want dit is te groot om over te zwijgen.

‘Waarom heb je het niet eerder verteld?’ Die vraag die steeds terugkomt dwingt tot verdediging. Wat heb ik verkeerd gedaan? Waarom heb ik mijn mond gehouden? Was het mijn schuld? De wedervragen die door mijn hoofd schieten als hij gesteld wordt. Maar: wat maakt het uit waarom ik het niet eerder vertelde, ik vertel het NU! En wat ik NU van je nodig heb, is dat je luistert en me serieus neemt. De waaromvraag wordt gesteld om af te leiden. Het impliceert een leugen, een: als het zo erg was,

had je het wel eerder verteld. En het toont onvermogen van de aanhoorder om adequaat te reageren. Het gaat niet in op inhoud, want wat moet je met zo veel persoonlijke informatie en al die emotie? We hebben niet geleerd daar goed mee om te gaan en kiezen voor de makkelijkste optie: op afstand houden: het kan of zal wel niet waar zijn. Terwijl een helpende reactie zou zijn: ‘Hoe kan ik helpen? Ik begrijp dat het te erg was om te vertellen, te moeilijk. Het voelde niet veilig genoeg. Wat goed dat je het nu wel durft. Ik luister en wil je helpen.’ ‘Wat ik van je nodig heb, is dat je luistert en me serieus neemt’

Vertellen is herbeleven

‘Slachtofferschap’, ‘Zet het van je af’, ‘Het is gebeurd, leg het naast je neer en maak iets van je leven’, ‘Blijf er toch niet zo in hangen’, ‘Iedereen maakt dingen mee die niet leuk zijn’, ‘Ze willen gewoon aandacht, kijk mij zielig zijn’, ‘Toen het gebeurde was je slachtoffer, nu heb je zelf in de hand of je overwinnaar of slachtoffer bent.’ Zomaar wat dingen die je te horen kunt krijgen als je je ervaringen deelt. Hiermee samen hangt: de kracht van bewijs. ‘Wat is er gebeurd?’ De vraagsteller realiseert zich niet dat vertellen herbeleven is. Vertel je wat er gebeurd is, dan ‘speel je slachtoffer’. Vertel je níet wat er is gebeurd, dan ben je niet slachtoffer genoeg. Hier ligt blijkbaar een fijne lijn. Matthijs van Nieuwkerk vraagt Jelle Brandt Corstius meerdere malen wat er precies gebeurde. Jelle geeft even vaak aan dit niet te willen vertellen, het staat al in de krant. Zijn zichtbare zucht van opluchting als Mathijs eindelijk zijn vragen staakt, zegt alles. Hier draait het om: vertellen betekent de ervaring herbeleven, opnieuw de beelden, aanrakingen, het voelen, ruiken en horen. Alleen om ongeloof en nieuwsgierigheid te sussen. Wat er precies gebeurd is, zou geen vraag moeten zijn, maar een opening: ‘Als je het wilt vertellen, wil ik luisteren.’ Meer niet. Vertellen betekent je opnieuw kwetsbaar maken voor niet geloofd worden, repercussies en afwijzing. Dit vraagt om een veilige omgeving. Het voor jezelf op papier zetten en besluiten dit de wereld in te sturen, is iets heel anders dan het hardop zeggen in een situatie die niet vrij en veilig voelt.

Bewijsvraag

Mijn verhaal is geen geheim en staat grotendeels al op papier. Echter, het er hardop over hebben vraagt een heel ander niveau van openheid, veiligheid en vertrouwen dan het op papier laten lezen – ver(der) weg van reacties en meningen. Wie zijn of haar ervaringen deelt, doet dit in het vertrouwen dat de ander hem/haar serieus neemt, hem/haar er niet op afwijst of hem/haar er niet op een andere manier op aanrekent. Gebeurt dat toch, dan is dat níet de fout van wie vertrouwen geeft, maar altijd van de ander die er misbruik van maakt en niet integer met dit vertrouwen om kan gaan.

Vertrouwen is waar de bewijsvraag over gaat. Is het te lang geleden, dan is het vaak niet meer te ‘bewijzen’. Dat onze buurman mij verkrachtte toen ik drie was, is niet meer te bewijzen. Een andere buurman die vaak bij ons at toen ik 14 was, betastte mij regelmatig en greep naar borsten en kruis tijdens de afwas. Ook niet te bewijzen, en beiden zijn al lang dood. Maar dat betekent niet dat het niet gebeurd is. En zo zijn er nog veel meer gebeurtenissen ervoor en -na geweest die niet te bewijzen waren. Sommige zijn erkend en toegegeven door degene die ze beging, andere om uiteenlopende redenen niet. En een leven lang paniekaanvallen bewijst ook al niets.

Twee maanden geleden onderging ik EMDR-therapie. Wat naar boven kwam was een grote hand over mijn driejarige mond en het verpletterende gewicht van een groot volwassen lijf dat me fysiek de adem benam. Minutenlang kon ik letterlijk geen adem halen door de sensatie van dat grote, zware mannenlijf. De dood was nog nooit zo dichtbij en zo heb ik haar al die jaren met me mee gedragen. Een constante staat van paniek die sinds mijn derde als een deken alles bedekte en overschaduwde. Het constante gevoel in doodstrijd te zijn, geen pauze, geen vakantie, geen rust, altijd doodsangst. Dat ik sinds die EMDR een rust en openheid ervaar die ik nooit eerder heb gekend en van anderen hoor meer ‘aan’ te zijn, meer aanwezig, is voor mij bewijs genoeg. Wat ik al heel lang weet: het is echt gebeurd. Iedere flashback die ik in mijn leven gehad heb, ieder stukje herinnering wat ik al worstelend terugvond en mij meer ‘levend’ deed zijn, bewijst mij dat alles echt gebeurd is.

Overleven

Ik ben al heel lang geen slachtoffer meer. Wel overlever, dagelijks vechtend om de incest- en misbruikervaringen te overwinnen. Seksueel misbruik is, op iedere leeftijd, een open wond die sporen en littekens nalaat. Niet iets wat je meemaakt, ‘even’ verwerkt en naast je neerlegt. Het verandert je tot in de kern, je zelfbeeld, het vertrouwen in jezelf en in anderen. Het beïnvloedt blijvend relaties en seksualiteit. De ervaringen uit mijn jeugd vormden de volwassene die ik werd. De (negatieve) ervaringen die je als kind leert, betekenen een levenslang proces van ‘ont-leren’. Ik kan nooit open en vrij op iemand af stappen of met iemand zijn. Er is altijd die schaduw van angst. Maar ik blijf het proberen, want ik geloof in het goede in de mens en inmiddels ken ik er genoeg die wel lief en betrouwbaar zijn en deze stap de moeite waard maken.

Verwerken is stukje voor stukje alles onder ogen zien, opnieuw doorleven en weggedrukte emoties doorstaan. Een proces dat voor iedereen een andere tijdspanne bestrijkt en in eigen tempo aangegaan moet worden. Dat is de enige weg. Iedere druk van buitenaf werkt averechts, wordt versterking van al bestaand trauma. En wie denkt mij te kunnen veroordelen op hoe ik mijn leven zou moeten leiden, wat ik wel of niet aan zou moeten kunnen ‘op mijn leeftijd’, is van harte welkom een open en echt gesprek met mij aan te gaan. Een-op-een, in vertrouwen en eerlijkheid. Maar niemand mag me nog vertellen wat ik hierin, volgens hen, wel en niet moet doen en kunnen. Dat heb ik wel geleerd.

Bewustwording

Wat in mijn jeugd speelde binnen de structuur van een gezin, de geheimhouding, het zwijgen, het zwijgende meewerken aan en ruimte geven tot, zie ik terug in de verhalen van wat er gebeurt in bedrijven en industrieën. Dit zijn gezinnen in het groot. Alles wat speelt in gezinsstructuren speelt hier op grotere schaal. Daarom is bewustwording van al die processen belangrijk: Hoe gaan mensen in gezinnen en families met elkaar om? Want dat is hoe ze ook met de ‘families’ in het bedrijfsleven omgaan. Om gezinnen en daarmee bedrijven en uiteindelijk onze maatschappij te helen, moeten we mensen helen. Dat lukt niet door ze te vertellen dat wat ze zeggen niet waar is, verjaard of niet onbewezen. Mensen helen door naar ze te luisteren, ze serieus te nemen en ze veiligheid te bieden. 

#MeToo laat een probleem zien. Vreselijk, groot en wijdverbreid. Maar het stemt ook hoopvol. Er is blijkbaar ruimte en veiligheid genoeg om het zichtbaar te maken. We worden wakker. De stem van één vrouw maakt al generaties lang geen verschil, maar de stem van alle vrouwen (en mannen) zet een beweging in gang. Het is geen vrouwenprobleem: ‘stel je weerbaarder op’, ‘doe eerder je mond open’ (want toen je die keer ‘nee’ zei, hielp dat ook niet), ‘kleed/gedraag je anders’. Maar het is ook geen mannenprobleem. Zij die nu massaal in de verdediging schieten, ‘Ik ben niet zo’ (klopt, niet alle mannen zijn zo, maar dat zegt degene die het wel doet ook en dat maakt het zo lastig) en zich wapenen tegen allerlei onterechte beschuldigingen alsof zij de slechteriken zijn.

‘#MeToo is een belangrijke stap in de goede richting’

Ruimte maken

Dit onderdeel van mens-zijn vraagt gezamenlijke inzet. Seksualiteit is een belangrijk onderdeel van leven. Maar over seks moeten mensen samen beslissen, het mag nooit voortkomen uit machtsmisbruik. We moeten een maatschappij willen zijn waarin we emotionele en fysieke veiligheid creëren voor elkaar. Tussen man-vrouw, man-man, vrouw-man, vrouw-vrouw. Zeggen ‘that’s life, deal with it’ is te makkelijk. We zijn zover geëvolueerd dat we massaal #MeToo zeggen, omdat we weten dat het niet klopt en dat één persoon alleen de wereld niet kan veranderen.

#MeToo is een belangrijke stap in de goede richting. Het laat op een belangrijk punt zien wat er mis is in hoe we omgaan met elkaar. We praten er nu over, het leeft, we zoeken: hoe komen we verder? Hoe leren we jongens dat het oké is om kwetsbaar te zijn, dat het oké is om meisjes en vrouwen als gelijken te zien. Hoe kunnen we vrouwen én mannen de ruimte geven te zijn wie ze zijn, in al hun kwetsbaarheid, schoonheid, kracht en intelligentie. We zijn allemaal eerst mens en zowel onze mannelijke als vrouwelijke kwaliteiten zijn nodig in deze wereld. Laten we daarom ruimte maken voor elkaar en leren het echt samen te doen! Daarom pleit ik nu voor #WeDo: We do make space and create safety for each other!

Thnx! Eric Hage (53)

©Eric Hage, 2017, Weesp

Wat begon met een stuk op mijn Facebook pagina, werd binnen 1 dag opgepakt door de plaatselijke media en resulteerde in dit stuk in het Weespernieuws.

Borsten, Vrijheid en Veiligheid

Geplaatst op juli 13, 2017oktober 8, 2023 door Eric

Juli 13, 2017

Als meisje groeide ik op in een omgeving waar de mannen die ik zou moeten kunnen vertrouwen het niet konden laten aan mijn borsten te zitten. Dit leerde mij al vroeg dat dit deel van het vrouwenlijf iets was wat uit de aandacht gehouden moest worden. Al ver hiervoor had mijn moeder me geleerd dat vrouw zijn iets was wat je te dragen had, daar kon je geen plezier van verwachten, alleen maar ellende. Het was zaak om vooral altijd op je hoede te zijn en meer dan dat, zorgen dat je nooit ook maar ergens aanleiding toe gaf.

Als kind voel je op je klompen aan dat op iets groots en gewichtigs gedoeld wordt, zonder dat ooit uitgesproken wordt wat en dat geeft een heleboel onzekerheid. Wat betekend ‚aanleiding’ precies? Ligt de grens bij ze zichtbaar laten zijn? Hoe zichtbaar is zichtbaar? Wanneer zijn ze onzichtbaar genoeg? Wijde kleding, hoog dichtgeknoopte blouses, niets leek te helpen, want de contouren bleven zichtbaar. Ik kon nooit genoeg verbergen dat ik borsten had, wat mij in mijn en moeder’s brein verantwoordelijk maakte voor iedere keer dat een man ernaar keek en zijn handen niet thuis kon houden in welke mate dan ook.

Ik heb mijn borsten altijd gehaat. Heb ze weg proberen te stoppen, onzichtbaar proberen te maken en drie jaar geleden zelfs besloten ze weg te laten halen. Ja, ik weet het, er zijn ontelbaar veel vrouwen die hun borsten aan ziekte zijn verloren en er alles voor zouden willen geven ze terug te hebben. Maar ik heb ze nooit gewild aan mijn lijf. Mij hebben ze altijd alleen maar problemen bezorgd, van ongewenste betasting vanaf het moment dat ze opkwamen tot het besef transgender te zijn, waarbij de dagelijkse confrontaties met mijn borsten alleen maar een extra constante herinnering waren dat ik geen jongen was.

In 2011 besloot ik het traject van het VU in te gaan en te onderzoeken of ik werkelijk een man moest zijn, of dat het te maken had met de verkrachting op mijn derde en de incest in latere jaren. Dat was een ingewikkeld traject, want waar liggen de grenzen en hoe bepaal je die. In 2015 besloot ik de transitie in te gaan. Ik had besloten eerst de borstverwijderende operatie te doen in de hoop dat dit genoeg zou zijn om me veiliger en meer thuis in mijn eigen lijf te laten voelen. Door familie-omstandigheden moesten mijn plannen in 2016 voor onbepaalde tijd in de wacht.

Nu sta ik op het punt opnieuw een keus te moeten maken. En ik heb gekozen voorlopig alles te houden zoals het is. In een aantal opzichten heb ik een stuk rust en acceptatie gevonden met mijn verleden en zelfs enigszins met mijn lijf. Maar 1 ding blijft: de strijd met vooral die borsten. Want het is weer zomer en dat betekend dat de hempjes en luchtige kleding uit de kast komen. Maar waar mannen zonder problemen hun shirt en hemd uittrekken om met ontbloot bovenlijf zich vrij in iedere temperatuur te kunnen bewegen, blijf ik worstelen met wat getoond mag en kan. Ontbloot bovenlijf als vrouw is sowieso niet gepast in de maatschappij waarin we leven. En voor mij als transgender en incestoverlever, blijft het zoeken naar waar voel ik mij goed bij: Als transgender trek ik het liefst alleen een hemd aan als ik dan toch iets aan moet, maar jaren ongewenste aandacht voor wat er dan tevoorschijn komt zorgen iedere keer opnieuw voor geschipper tussen een zekere mate van comfort (lichte en luchtige kleding) en toch genoeg verhulling van wat eronder zit.

Ds Marije Hage vroeg zich in haar facebookstukje af waarom vrouwen eigenlijk niet met ontbloot bovenlijf (mogen) lopen en de reacties daarop gaven me de moed mijn verhaal te delen. Het raakt een snaar bij vele vrouwen en brengt een grijs grensgebied van onze maatschappij aan het (zon-)licht. De eeuwenoude discussie, want waar het om gaat is: wie is er verantwoordelijk voor de gevoelens die zichtbaarheid van borsten oproept bij een zeker deel van de mensheid. Tot nu toe zijn het mannen geweest die hebben besloten wat vrouwen mogen dragen en wat ‚kuis’ en ‚eerbaar’ is. Maar wat is hierin hun motivatie?

Een kenmerk van beschaving in onze maatschappij is dat we niet massaal (deels of volledig) naakt rondlopen. En daar valt wat voor te zeggen. Ik wordt ook niet blij van het idee iedereen in alle staten van ontkleding te zien, hoe ‚natuurlijk’ dit ook is. Naaktstranden zijn niet aan mij besteed. Wel vind ik dat ze er moeten zijn voor wie er wel plezier aan beleeft.
En zo vinden we onszelf heel beschaafd, lopen met kleren aan, passen ons in allerlei opzichten aan elkaar aan, maar worden er nog steeds vrouwen, mannen en kinderen verkracht.

Als iedereen de verantwoordelijkheid voor zijn én haar sexualiteit nu eens heel dicht bij zichzelf houdt en niet bij ieder stukje decolleté of blote huid zich het recht toeëigent daar aan te mogen zitten, zou de wereld een stuk leefbaarder én vrijer maken. Voor zowel mannen als vrouwen. Sexualiteit is een natuurlijk onderdeel van het mens-zijn en daar is op zich niets mis mee. Het zou een mooi iets moeten zijn voor ieder mens, man én vrouw, maar helaas is het dit bij lange na niet. Als mensen hebben we hierin nog een flink stuk evolutie en leren te gaan. Tot die tijd ben ik bang dat vrouwen (en mannen!) zullen moeten blijven strijden voor dit stuk vrijheid en veiligheid!

Mij zul je voorlopig nog niet met ontbloot bovenlijf zien. In een heel dappere bui misschien alleen in hemd. Ik heb nog wat persoonlijke heling te doen. Maar woorden geven ook heel veel bloot. Woorden geven een inkijkje onder de huid van onze beschaving en daar ligt nog een heleboel (oud) zeer en onbeteugeld instinct wat aangepakt en geheeld moet voor we als mensheid deze stap zullen kunnen maken. Maar ieder stapje is er één, dus hulde aan wie deze nu al neemt!

Eric Hage,
Weesp
13-7-2018

Gate, Gate, Para Gate, een nieuw begin

Geplaatst op juni 29, 2017oktober 7, 2023 door Eric

juni 29, 2017

De soms monotone, soms in snelheid wisselende belletjes op de afdeling hartbewaking doen me denken aan Boeddhistische monniken. In mijn hoofd zie ik ze rondlopen door de gangen en in lotushouding zitten in hun kamers, tussen de mantra’s door hun belletjes rinkelend. Het idee heeft iets geruststellends. Dat er voor iedereen die hier ligt een monnik rondloopt en een belletje rinkelt om zijn of haar staat van Zijn aan te geven.

Het was een volle dag die begon met kortsluiting die ik niet opgelost kreeg, waardoor ik zonder stroom in keuken en woon-werkkamer zat vanaf het ontbijt. Zonder stroom dan maar een bezoekje gebracht aan mijn favoriete kunstenaarswinkel, waar ik als troost wat fijn nieuw tekenmateriaal mocht uitzoeken van mijzelf om daarna door te gaan naar de studio. Daar wilde ik gaan werken aan een speciale versie van de Hartsoetra in het Tibetaans.
Tegelijkertijd nam de rest van mijn familie, 150 km verder, afscheid van de jongste zus van mijn vader, mijn ‘tantetje’. Paniekaanvallen op de snelweg, een snel overbelast lijf en onzekerheid over onverwachtte omleidingen door de staking en de hitte, zorgden ervoor dat ik er niet bij kon zijn. Daar waren 4 dagen van stress en paniek aan vooraf gegaan om het toch te willen proberen en te bedenken hoe dat zou kunnen. Uiteindelijk gaf mijn vader de doorslag en toestemming om niet te gaan, hij wist als geen ander wat het me zou kosten. Hij had gelijk. Dus bracht ik de hele zondag door in de studio, werkend aan iets wat ik mijn tante en familie mee kon geven bij het afscheid. Zo was ik er dan toch bij.

Gisteren was het dan zover. Om 12.15u stak ik de kaarsjes aan in mijn studio, zoals altijd voor ik aan het werk ga, pingelde mijn vredesbelletje een paar keer voor de Boeddha en ging aan het werk. Dit was wat ik kan en altijd doe in situaties waarin ik niet anders kan: mijn energie en liefde meegeven in een speciaal, bij het moment passend, werk.
Gisteren was dat de ‘Gate’ mantra. Een mantra die gaat over het bereiken van nirvana. ‘De andere kant.’ Een mooie intentie om mee te geven op haar reis.

Twee uur na de begrafenis kwamen de eerste berichtjes en foto’s via twee nichtjes binnen. Foto’s via haar dochter en een whatsapp-gesprek met de dochter van haar andere broer, die inmiddels weer onderweg waren naar hun huis.

Het werd een emotionele uitwisseling. Toen de berichtenstroom eindigde, draaide ik me om, om het werk af te maken en begon het heftig bonzen in mijn borstkas. Nou ben ik bekend met hyperventileren, reflux en allerlei andere randverschijnselen die lijken op hartproblemen, maar hier zat een klemmende pijn tussen mijn schouderbladen en misselijkheid bij die ik niet kende en ik was alleen op het terrein verder, dus voor de zekerheid toch maar even 112 gebeld. Deze vond het nodig de ambulance te sturen. ‘Niet schrikken, hij komt niet met gillende sirenes, ze komen gewoon rustig naar je toe rijden om je even na te kijken’, stelde de dame aan de telefoon me gerust. Een kleine onregelmatigheid en het niet kunnen vinden van een eerder gemaakt hartfilmpje noopte de ambulance arts me toch even mee te willen nemen voor een bloedonderzoek, wat binnen een bepaalde tijd moest, dus of ik maar mee wilde gaan. Tsja en daar loop je dan, met een stuk of 6 slangetjes gekoppeld aan de ambulancechauffeur die het kastje draagt waar jij aan vast zit, te zoeken naar de sleutels, die uiteraard nu NIET op de plek liggen waar je ze altijd laat, te bellen met je lieve buurvrouw: of haar man mijn hondje in de studio en mij later uit het ziekenhuis wil halen, want ik moet even mee voor een onderzoekje.

En zo lag ik dan ineens aan slangetjes en computerschermen gekoppeld, te luisteren naar de ‘monniken’ op zaal. Een ontnuchterende ommekeer in wat een dag van afscheid van mijn tante moest worden. Ik besluit nog even niemand te bellen, niet voor ik weet of er echt iets aan de hand is, dus na alle standaard vragen, bloedafname en nieuwe slangetjes, ditmaal gekoppeld aan twee grote beeldschermen vol cijfertjes, metertjes, bliepjes en belletjes, maak ik gebruik van de rust om even tot mijzelf te komen. Goddank voor moderne gadgets, zodat je op je telefoon ook opgeslagen artikeltjes kunt lezen. Ik kies voor het enige waar ik nu echt rustig van wordt: lezen over de Japanse kunst van Hokusai.

Na uiteindelijk 5 uur wachten, een flauwe maaltijd, maar wat is dat lekker als je trek hebt, en het overdenken van alle paniek van de laatste jaren en dagen, inclusief die in de ambulance (want nee, die houden geen rekening met angsten en snelwegen) en de lift en straks de terugreis, komt het verlossende woord: er is niets gevonden, u mag naar huis!

Langzaam komt het gevoel op dat het genoeg is, ik wil dit niet meer, zoveel paniek, zoveel angst, zoveel constante stress. Ik wil vrij zijn om te gaan en staan waar ik wil, ik wil mijn familie zien, met vriendinnen op stap gaan, tripjes ondernemen, Portugal ontdekken, Nepal, Japan zien, maar vooral en in de eerste plaats me veilig voelen in deze wereld waar ik nu al 52 jaar in leef en het overgrote deel daarvan heb moeten knokken tegen chaos en verwarring in mijn hoofd en een verleden wat zich niet zomaar weg liet zetten, maar in flashbacks en angsten steeds opnieuw de voorgrond eist. Dat verleden heb ik de moeilijkste dingen nu wel van onder ogen gezien, De grootste dingen zijn verwerkt en opgelost, de grote chaos van meervoudig zijn is ook weg, waarom blijft dan toch die angst zo hardnekkig volhouden?

Omdat ik nog niet geleerd heb daadwerkelijk te ontspannen, te rusten in een besef van veilig zijn, mijn brein is al mijn hele leven ingesteld op gevaar en daar houdt hij zich het merendeel van de tijd mee bezig, wat ik hem ook verder te doen geef. Maar ik ben er klaar mee, ik wil nu eindelijk echt leven, daarbuiten, tussen de mensen, mijn familie, nieuwe vrienden. Maar hoe leer je veilig zijn, als je niet eens weet hoe dat echt voelt?

Dat is de uitdaging die nu voor me ligt. Mijn nichtjes zijn een familie-reunie in oktober aan het plannen en ik wil daarbij zijn. Het volgende grote familiegebeuren wil ik meemaken, zonder angst, in vol vertrouwen. Hoe dat moet weet ik nog niet, maar daar ga ik nu naar op zoek.
Ondertussen werk ik verder aan de grote ‘Gate’ mantra, de essentie van de Hartsoetra. Het wordt een afscheid van mijn tante en misschien wel een nieuw begin voor allebei:

Gate, Gate, Paragate, Para Sam gate Bodhisvaha.
Bodhi Svaha

“Gone, Gone, Gone beyond Gone utterly beyond
Oh, what an awakening!

Dag lief tantetje, dankjewel dat je mijn lieve tante wilde zijn 

My Prayer of Gratitude

Geplaatst op april 5, 2016oktober 7, 2023 door Eric

april 5, 2016

Twee dagen voor kerst 2015 vorig ‚ontving’ ik dit gebed. Niet van een vriend, niet via een of andere aardse weg, maar als een gevoel in mijn hart wat zijn weg vond in een stroom woorden die geschreven wilden worden. Na het schrijven las ik dit gebed in mijn schetsboek terug.

Er zijn dingen die je als kunstenaar ‚zelf’ maakt, dat zijn de worstelingen met het materiaal, met mijn eigen kleine verhaal wat verteld wil worden. En dan zijn er de dingen die ik ‚ontvang’, de daadwerkelijk ‚geïnspireerde’ werken.

Deze mooiste werken zijn een geschenk wat ik mag maken en in de wereld brengen. Dat is wat mijn werk als kunstenaar zo boeiend maakt. De inspiratie die mijn hart in vuur en vlam zet en me laat zoeken naar manieren om het naar beste kunnen zo mooi mogelijk de wereld in te sturen.

Al een tijdje ben ik nu bezig met kalligrafie en illumineren, deze tekst paste daar perfect bij. Niet helemaal vrij van imperfecties, er zijn altijd dingen die beter kunnen, maar dat is een kwestie van oefenen. Dit gebed gaat echter niet over perfecties en imperfecties, het gaat over de groeiende staat van mijn hart in dankbaarheid. En hoe dat gevoel vorm te geven zo goed als ik op dit moment kan.

Dit is het resultaat.

Dankbaarheid is makkelijk als er iets goeds en leuks gebeurt, maar de dankbaarheid waar dit gevoel over gaat, is de dankbaarheid die je moet leren voelen. Dankbaarheid voor de moeilijke dingen in het leven, verlies, moeilijke tijden, pijnlijke groei etc. en al het moois wat daar uit kan ontstaan, als we het maar willen zien.

Deze dankbaarheid is mijn levenslange oefening. Soms verdwijnt hij even naar de achtergrond, maar altijd vindt ik hem weer terug en weet ik weer: dit is waar het over gaat.

Het zal dan ook zeker niet de laatste keer zijn dat ik dit gebed zal kalligraferen, maar dit is wel de eerste die de wereld in mag. Met instemming van de bron waar hij uit voortkwam.

Ik hoop dat het iedereen die dit leest en ziet, net zo raakt als mij.

Ga de wereld in en breng de gift van dankbaarheid.

Een modern kerstverhaal

Geplaatst op december 24, 2015oktober 7, 2023 door Eric

december 24, 2015

Een hand rust op mijn schouder. Hij voelt bemoedigend en vriendelijk, dus ik doe geen poging hem af te schudden, ook al lijkt de tijd en plaats ervoor wat vreemd. Het is 5 uur ‘s nachts en ik lig al een tijdje te woelen in bed. Ik ging er erg laat in, kon gelukkig een paar uurtjes slapen, maar ben nu toch alweer een tijd wakker. De hand voelt fijn, dus ik probeer me te ontspannen. Dat er al jaren niemand naast me slaapt maakt nu even niet uit.

Sinds een paar dagen ben ik op zoek naar de juiste woorden voor een kerstboodschap om aan vrienden en familie te schrijven. Ieder jaar stel ik het uit tot het laatste moment. Kerst is een gapend gat, waar ik liefst met een grote boog omheen ga. Jaren heb ik het alleen doorgebracht, meerdere daarvan ziek op bed. Herinneringen aan nog vroeger haal ik ook liever niet op en uitkijken naar een herenigde familie heeft tot nu toe al helemaal niets opgeleverd.

Besef van de wereld zoals hij dit jaar is, versterkt het vervreemdende gevoel. Het idee dat mensen hier massaal vrolijk kerst gaan vieren, terwijl aan de rand van Europa mensen letterlijk in de kou staan. En zelfs dichterbij, vluchtelingen die op veel plaatsen in ons land niet welkom zijn. Mensen die andere mensen de toegang tot hun stad weigeren, om vervolgens ‘vrede op aarde’ te gaan zingen onder hun eigen kerstboom.

Ik weet niet hoe daarmee om te gaan. Net zo min als met de vrolijke foto’s op facebook van kerstbomen, versierde huizen en gedekte tafels die klaar staan om familie en vrienden te ontvangen. Terwijl ik alleen kan denken aan al die mensen die geen familie en vrienden hebben om bij aan te schuiven. Mensen zonder huis,  zwervend op straat tijdens de feestdagen. De kerstinloop waar deze eerste kerstdag weer tientallen mensen zullen komen die, vaak al jaren, geen geld en gezelschap hebben om kerst te vieren. Het voelt zo wrang, ieder jaar weer.

Ik twijfel. Zal ik opnieuw het gedicht over eenzaamheid op facebook en mijn website zetten? Een tekst waarin ik vrienden wordt met de eenzaamheid die iedereen in zich draagt. Jaren geleden geschreven tijdens weer een kerst alleen, ziek in bed. De redactie van een programma op radio-2 was het twee jaar geleden on-line tegengekomen en belde me op. Of ik het tijdens kerstavond op de radio voor wilde lezen. Dat was een magische moment. Het gedicht wat geschreven was als handreiking naar al die andere eenzame mensen overal ter wereld, werd ineens gehoord. We werden even echt ‘1 samen’.

Maar dit jaar is het tijd voor iets nieuws. Het is alleen nog niet duidelijk wat.Ineens begint een serie beelden zich in mijn hoofd te ontvouwen. Ik zie mijn leven als een film in de achteruit, waarbij een aantal beelden even worden uitgelicht en stilgezet. Allemaal momenten die zich afspeelden tussen mijn moeder en mij. Schijnbaar vluchtige momenten, die niettemin een diepe indruk en een hoop pijn achterlieten.

Een zware mannenstem klinkt, meer in mijn lijf dan in mijn oren, een vreemde gewaarwording. De stem is overal tegelijk en legt uit dat de beelden zijn bedoeld om te laten zien waarom mijn leven is zoals het is. Mijn moeder en ik hebben een ingewikkelde band, we hebben elkaar inmiddels meerdere jaren niet gezien, ook al woont ze slechts één dorp verder.

Gisteren echter, heb ik haar een zelfgemaakte, geïllumineerde kaart gestuurd, waarin ik in een paar zinnen de wens uitspreek dat we elkaar in het komende jaar wellicht weer kunnen ontmoeten en dat ik van haar hou, altijd. Ze is en blijft mijn moeder. Het is het enige wat ik sinds alle ellende begon heb willen zeggen, maar nooit wist hoe. Altijd waren er verwijten en boosheid over en weer. En nu had ik eindelijk de manier gevonden die goed genoeg voelde om te zeggen wat gezegd moest nu het nog kon.

De stem legt een aantal dingen uit en geeft me eindelijk de antwoorden waar ik al heel lang naar op zoek ben. Het klinkt volkomen logisch, maar toch kan ik het gevoel van ‘maar ik dan’ niet van me af schudden.

Het wordt me duidelijk gemaakt dat mijn moeder haar hele leven niet in goed contact heeft kunnen zijn met het mannelijke in zichzelf en de mannen in haar leven. Haar vader overleed toen zij 1,5 was. En daarna werd het niet beter. Wie weet wat ze mee heeft gemaakt in het Jappenkamp waar ze een paar jaar later als peuter met haar moeder terecht kwam. Op achtjarige leeftijd de overtocht van Nederlands-Indië naar Nederland, om daar bij een drinkende stiefvader, misbruik en nog zo wat van die dingen terecht te komen.

Met mij had ze ook het nodige te stellen toen het misbruik zich bleek voort te zetten in de volgende generatie. Dat had een diepe impact op ons gezin en vanaf het moment dat ik wegliep op mijn 17e is niets ooit meer hetzelfde geweest. Het gezin lag uit elkaar en dat was mijn schuld, ik had de structuur verbroken. Dat ik het deed om zelf te overleven maakte niet uit.

Jaren van hard werken om mijzelf te helen volgden. Tot een aantal jaar geleden langzaam een en ander duidelijk werd: ik had een jongen moeten zijn. De stem vervolgd en laat de connectie zien tussen mijn als meisje geboren zijn en de jongen die ik had willen zijn. Alle beelden kloppen en vertellen ineens een logisch verhaal. De stem legt uit:

„Je moeder heeft nooit de kans gehad een liefdevolle connectie te maken met het mannelijke in haar leven. Daar heeft ze jou voor. Door de liefdevolle band die ze met jou als klein meisje kon maken en het verlies daarvan toen jullie contact verstoord raakte, wordt ze, nu jij hebt aangekondigd je meer man te voelen, gedwongen haar band met het mannelijke te herzien wil ze jou niet helemaal kwijtraken. Dat heeft ze nodig om te kunnen helen.”

Ik laat alles tot me doordringen en voel me vreemd opgelucht, maar blijf me toch afvragen waar ik blijf in dit verhaal. Met die vraag val ik in slaap.

Ik ben op visite bij de overbuurvrouw. Een paar dagen geleden gaf zij een etentje waar ik ook voor was uitgenodigd en vandaag wilde ik even langs om haar nogmaals te bedanken voor de gezellige avond. Er waren nog een paar mensen die ik niet kende en terwijl we kennis maakten, begonnen er steeds meer mensen binnen te komen. Tot er uiteindelijk een hele rij mensen tegelijk binnenkwam. Verbaasd kijken we elkaar aan. Ik dacht even rustig op visite te gaan, maar blijkbaar was ik niet de enige die juist dit moment hiervoor had uitgekozen.

Dan verschijnt de buurvrouw boven aan de trap in de woonkamer. Ergens weet ik dat er iets niet klopt, want de buurvrouw woont op een etagewoning, maar we bevinden ons hier in een prachtig hoog huis, met meerdere verdiepingen en ze nodigt ons uit voor een rondleiding. Terwijl de eerste gasten langzaam in een rij achter haar aan naar boven vertrekken blijf ik achter. Eén trap kom ik nog wel op, maar de bovenverdieping, hoe groot is die? Bij rondleidingen wordt altijd stilgestaan en rondgekeken. En hoeveel andere verdiepingen zullen er nog zijn? Uit angst mijn lijf weer te overbelasten besluit ik, teleurgesteld, beneden te blijven. Het nadeel van niet zulke sterke benen hebben.

Het interieur van de bus is wit. Ik heb nog nooit een bus gezien met een wit interieur, laat staan met tafeltjes, als een kruising tussen een sjiek uitgevoerde trein eetcabine en een jaren 50 lunchroom. We staan in de rij om in te stappen. Het is al aardig vol binnen, dus ik weet niet of ik er wel met rolstoel in pas. Zelf kan ik in een stoel zitten en de rolstoel kan ingeklapt om ruimte te besparen, maar hij moet wel mee! Ik krijg door naar de andere kant van de bus te moeten, daar is een invaliden-ingang blijkbaar. Een oudere man met rollator staat voor mij, hij heeft hetzelfde probleem, maar dat blijkt overbodig. Er wordt een knop ingedrukt en daar vouwt de rand waar we voor stonden al open tot een hypermoderne, traplift van glad metaal- en leerachtig materiaal.

Er is iets vreemds, we praten niet, maar hebben toch contact met onze begeleiders. Ze spreken rechtsstreeks via onze harten en het is direct duidelijk wat ze bedoelen. Mijn angst over de rolstoel en plaatsgebrek blijken onnodig, voor ik het weet zit ik in de bus en vertrekken we. Of de rolstoel nou mee is of niet, heb ik niet gemerkt. Het maakt ook niet meer uit, we zijn al onderweg.

Ik zit tegenover een vrouw met een huilend kind. Het kind blijft buiten beeld, maar ik zie hoe de vrouw probeert haar te laten eten in de hoop haar rustig te houden. Met weinig succes, het kind blijft huilen en maakt een rommeltje van het groene eten op de witte tafel. We proberen de boel netjes bij elkaar te vegen en ondertussen verteld de vrouw hoe zwaar het is, het constante zorgen en de druk om vooral alles netjes te houden, iedere dag opnieuw. Ik probeer haar gerust te stellen en begrip te tonen. Ik heb dan wel geen kinderen, maar kan me er alles bij voorstellen hoe zwaar het moet zijn. Vooral de druk om altijd alles netjes te houden voor de buitenwereld herken ik heel goed. Mensen leggen elkaar veel te veel druk op wat dat betreft, heb ik altijd gevonden.

Als de reis voorbij is worden we in een witte hal gebracht. Hier scheiden onze wegen blijkbaar, want overal om ons heen nemen mensen afscheid. Het is een drukte van jewelste in de grote hal. Dan ineens duiken de vrouw en het kind weer op. Het meisje, dat ik eerder niet kon zien, lijkt een jaar of 12 en komt recht op me af. Ze slaat haar armen om mijn middel en houdt me stevig vast. Overdondert door zoveel enthousiasme, sla ik mijn armen om haar heen en omhels haar terug. Zo staan we een tijdje en ineens valt op dat we het middelpunt zijn van een kring van mensen. Geen idee wie het zijn, maar hun aanwezigheid is warm en liefdevol.  Een koor van prachtige stemmen dringt tot me door, het is muziek zoals ik nog nooit eerder gehoord of beleefd heb. Een samenzang van liefdevolle, melodieuze klanken is het, niet echt een lied. Maar het is prachtig en vervult me met een oneindig gevoel van liefde. De woorden ‘You are loved’ dringen van alle kanten tot me door. Tot diep in mijn lichaam lijken ze me te vullen met hun klank en betekenis.

Het meisje en ik staan nog steeds in een innige omhelzing, zij met haar armen om mijn middel, zich stevig tegen me aan drukkend, ik met de ene hand haar rug en haren strelend en de andere arm stevig om haar heen. Ik snap er nog niet veel van, maar besluit me over te geven aan het moment, druk haar nog eens extra tegen me aan en dan barst het koor pas echt los. Alles draait om me heen en juist op het moment dat ik mijn ogen weer open om te zien wat er gebeurt, zie ik alles vervagen. Het moment van afscheid is gekomen. Met een lichte tegenzin en weemoed laat ik los.

Langzaam kom ik terug, het bed is warm, ik hoor een hond blaffen en open voorzichtig mijn ogen. Twee grote, bruine hondenoogjes kijken me aan over de rand van het bed. Ze blaft nog een keer. Het is tijd om op te staan vindt ze. Vandaag is de dag voor kerst en we hebben nog het een en ander te doen. Ik sluit nog even mijn ogen en aai dan het harige koppie. Zoals iedere dag worden we samen wakker, maar volgens mij na vandaag echt niet meer alleen.

©FHHage (Eric), 2015

Lief, lief kleintje

Geplaatst op juli 10, 2015oktober 7, 2023 door Eric

juli 10, 2015

Ik wil al heel lang even met je praten, maar het komt er steeds niet van. Werk, het leven, van alles komt er tussen. Láát ik er tussenkomen eigenlijk, want eerlijk gezegd durfde ik niet zo goed.

Want zie je, er zijn dingen met jou gebeurt, die ik niet zo goed onder ogen durfde te komen, dat heeft nogal wat tijd en moeite gekost. En al die tijd heb jij je alleen en ongezien gevoeld, dat weet ik, nu helemaal.

Ik kijk naar je foto en zie wat niemand anders zag, je angst. Er was een grote meneer die nare dingen met je deed, ik was erbij, maar kon niets doen, want we waren nog maar zo klein. Ik liet jou alleen daar en groeide zelf verder, leerde, zag nog veel meer en werd steeds een stukje wijzer. Maar nooit lukte het me die stap naar jou te maken en even, zoals nu, met je te praten.

Je was zo eenzaam daar alleen, dat weet ik wel, zag ik ook, maar ik draaide me om en dacht, eerst nog wat groeien, eerst nog wat leren en dan ben ik er klaar voor, dan kan ik je aan. Maar iedere dag werd er weer een verder bij jou vandaan. En toch was ik nooit echt ver van je weg, ik zag je, hoorde je roepen, verstijfde in jouw angst, huilde jouw tranen en schreeuwde in stilte jouw schreeuwen. Alles wat mijn handen maakten, mijn ogen zagen, mijn hart raakte en mijn ziel voortstuwde, was om jou te kunnen zien, zoals ik je vandaag hier voor me zie. Klein en eenzaam, maar o, wat ben je dapper!

Want in al je alleen zijn ben je toch altijd hier gebleven.

Zo lang dacht ik dat je kwijt was, dat je voorgoed voor me verloren zou zijn, maar vandaag zie ik je hier zitten met je grote, bange ogen en je kijkt me aan. Daar zie ik alles weerspiegeld terug, je angst voor die grote enge meneer, die grote, enge dingen met je deed, die je pijn deed en bang maakte, zoals geen kind ooit bang zou moeten zijn.

Je was er ook bij toen later een vader, een moeder hun dingen deden, je riep me toe om weg te gaan, verdwijnen, maar ik kon het niet, wist nog niet hoe. Ik was nog steeds niet groot genoeg. Er kwamen er meer, delen rond jou en mij die ons beschermden, voelden wat wij niet meer aankonden om te voelen, zagen wat wij niet aan konden zien, wisten wat teveel was voor ons om te weten. En zo ontstond een eenheid van delen die ervoor zorgden dat wij samen konden blijven bestaan. Ik heb ze allemaal ontmoet en weet nu al hun geheimen en verdriet. De laatste dat ben jij, de eerste, die het langst moest wachten, maar we moesten sterk genoeg hiervoor zijn. Die dag is nu gekomen, ik ga jou vertellen wat je zo nodig hebt te weten: je bent niet meer alleen, ik heb je nooit verlaten, moest alleen zelf eerst nog wat groeien, dat heb ik nu gedaan. En vandaag kom ik hier bij je zitten, sla mijn armen om je heen en zeg; sorry, dat dit alles je moest gebeuren, maar het is voorbij, we zijn erdoorheen, hebben het doorstaan en als een grote storm hebben we het allemaal overleefd. Het is voorbij, we gaan nu samen verder een nieuwe toekomst tegemoet, met nieuwe vrienden, die van ons houden en steunen en zien waar wij voor staan. Dit doen we voor onszelf en al die kindjes die net als jij en ik, hier ooit doorheen moesten en soms nog gaan of zullen moeten gaan.

Ik heb je lief, mijn lief, lief kleintje, je bent van mij en ik van jou, van nu af en voor altijd. Het hele universum rond hou ik van jou. x

©FHHage,Weesp 2015

Alle kleuren van de regenboog

Geplaatst op juni 27, 2015oktober 7, 2023 door Eric

juni 27, 2015

Rood, oranje, geel, groen, blauw, violet. De zes kleuren van de regenboogvlag. Ze staan al jaren symbool voor de LHBT gemeenschap in ons land. Voor wie het nog niet wist: LHBT staat voor lesbische, homo, biseksuele en transgender/transseksuelen. Ik ken het symbool al jaren, maar vandaag realiseer ik me ineens dat ik nog nooit echt heb nagedacht over wat deze vlag voor mij betekend.

Ook al was ik 27 jaar geleden de eerste in onze familie die het ‚gewone’ denken omver gooide door met een vriendinnetje ipv een vriendje thuis te komen, heb ik nooit gevoeld dat die vlag over mij ging. 27 jaar geleden was het nog lang niet ‚gewoon’, om als vrouw op vrouwen te vallen of als man op mannen. Een jaar of acht na mij kwam mijn nichtje uit de kast. Mijn schuld, volgens mijn oom, ze hadden tenslotte bij mij in de stoel gezeten, toen ik jaren eerder op zijn kinderen paste terwijl zijn vrouw drie weken in het ziekenhuis lag. Toen hij doorkreeg dat ik verliefd was op mijn beste (hetero)vriendinnetje in die tijd, was het over met het veilig bij hun grote nicht in de stoel zitten ‚s avonds voor de televisie. Dat het voor de kleintjes al verwarrend genoeg was met hun moeder in het ziekenhuis, vergat hij even. ’s Ochtends aan het ontbijt werd de standaard vraag van mijn oom, „wie wil er een wentelteefje, het teefje hebben we al.”

Uitsluiting, daar ging het om. Je hoorde erbij, of je hoorde er niet bij en ik hoorde er vanaf dat moment duidelijk niet meer bij. Verdeeldheid, dat was wat de kleuren voor mij betekenden toen ze jaren later symbool werd voor de homo-gemeenschap, zoals ze ooit begonnen zijn. Ik hoorde er niet bij. Die boodschap had ik al mijn hele leven te horen gekregen op allerlei fronten en nu was er ook nog een vlag voor. Ik wilde er ook niet bijhoren, want ik voelde me niet ‚zo’. Ja, ik viel op vrouwen, maar dat was anders, ik was niet lesbisch, ben ik ook nooit geweest. Om lesbisch te zijn, moet je jezelf als vrouw identificeren en dan nog eens als vrouw die op vrouwen valt, maar ik voelde me geen vrouw, dus hoorde ik er nog steeds niet bij. Ergens klopte er iets niet, maar het duurde nog jaren voor ik doorkreeg wat dat was. Ik wist alleen dat ik verliefd werd op meisjes en dat ik hun vriendje wilde zijn, nooit hun vriendinnetje.

Jaren van verwarring en heftige depressies later, ontdekte ik het boek van de Amerikaanse Leslie Feinberg ‚Een butch zingt de blues’. Het boek verteld de  zoektocht van een lesbische butch naar de waarheid over haar seksualiteit en genderidentiteit in de roerige jaren ’60 en ’70 en vind op 28 juni het hoogtepunt in de Stonewall Rellen, waar het tot een gewelddadig treffen kwam tussen de homo en lesbische gemeenschap en de autoriteiten in het New York City van 1969.

Deze rel was de eerste waarbij de homo en lesbische gemeenschap terugvocht na jaren van pesterijen en intimidatie door de autoriteiten. Precies een jaar later vond in NY de allereerste Gay Pride Parade plaats. Het boek verteld hoe hoofdpersoon Jess, onder druk van de samenleving op het pad komt van de, toen nog illegale, hormonen en een borstverwijderende operatie ondergaat om als man door het leven te gaan. De zoektocht en ontwikkeling van deze Jess was één groot herkenningsmoment voor mij, zodat ik met een zucht van opluchting het boek aan mijn psycholoog toonde met de mededeling

‚Dit ben ik!’

De psychologe met een verbaasde blik antwoorde.

„Dan mag je even vertellen waar het over gaat, want ik ken dat boek niet.”

Na mijn uitleg wat ik er zo in herkende volgden een aantal gesprekken met een bekende psychiater, want mijn pscych was met dit gebied niet bekend genoeg zei ze. Uit de gesprekken bleek al snel dat ik ‚kenmerken’ vertoonde van transseksualiteit, maar omdat ik nog met andere issues in de knoop lag was het advies die vooral eerst uit te werken voordat ik drastische stappen nam die niet terug te draaien zijn.

Dat was ook mijn wens, maar dat wat ik al die jaren gevoeld had nu een plek begon te krijgen was een grote opluchting op dat moment.

Na nog een paar jaar therapieën en uitzoekwerk waren de andere issues waar ik mee worstelde grotendeels weggewerkt, maar de gevoelens en verwarring rond het gendervraagstuk ‚ben ik nou een jongen of een meisje’ bleven en zo kwam ik in 2011 bij de Genderkliniek van het VU Amsterdam terecht. Heftige depressies en verwarring in contacten met mensen zorgden ervoor dat ik me steeds meer afzonderde, tot ik geen andere keus meer had dan onder ogen zien waar ik voor wegliep. Ik moest hier iets mee doen.

Ik lieg namelijk. Iedere keer dat ik buiten de deur stap of de telefoon beantwoord en iemand mevrouw tegen mij zegt lieg ik, want dat ben ik niet. Niet alleen. Een meneer ben ik ook niet, want mijn lichaam en 50 jaar leven als vrouw zeggen iets anders. En toch voelt het als liegen, gewoon door te zijn wie ik ben, een mens die zich 80% man voelt en 20% vrouw. „Hoe kom je op die verdeling?” vragen mensen dan. Dat is intuïtief.

Er is altijd dat instinctieve moment van even willen omkijken als iemand ‚mevrouw’ tegen mij zegt. Was dat tegen mij? Ik zie geen vrouw. Er is het lange haar, wat lang moet blijven, want als ik als jongen geboren was, had ik ook lang haar gehad, dus waarom zou dat nu niet mogen.

Er is altijd die verwarring van verliefd worden op hetero-vrouwen en niet snappen waarom ze niet zien dat ik geen vrouw ben. ‚Als je een jongen was geweest, was je perfect’ of ‚Laat jij je maar ombouwen, dan ben ik weer normaal’. En wat moet je met mannen die je een leuke vrouw vinden en als zodanig gaan behandelen, terwijl een stem in je hoofd roept ‚ik ben geen homo!’

Ja, ik ben hetero, ik val op vrouwen en ik zie eruit als vrouw en ergens ben ik dat ook na 50 jaar hard werken en dat feit proberen te leren accepteren, maar er is ook die man die niemand ziet, door niemand gehoord wordt en die leven wil!

Ik wil niet meer liegen door te zijn wie ik niet ben, maar ik weet nog niet precies hoe het verder moet. Want kan ik verder gaan als man en vergeten dat ik vrouw was, als ik als vrouw zoveel heb moeten overwinnen en toch nooit kon vergeten dat ik man ben? Ergens moet een gulden middenweg zijn, maar de wereld deelt ons in tweeën. Hoe lang duurt het nog voordat er plaats komt voor een derde, vierde, vijfde, zesde mogelijkheid? Hoe houden wij dit in de tussentijd vol?

En dan ineens begin ik het te snappen, de zes kleuren van de regenboog. Origineel waren het er acht, toen de Amerikaanse kunstenaar Gilbert Baker in 1978 de vlag ontwierp voor de Gay pride van dat jaar. De vlag stond symbool voor de trots van de lesbische en homogemeenschap en diens diversiteit. Baker zou voor zijn vlag geïnspireerd zijn door de Flag of the Human Race, die in de jaren ’60 werd gebruikt voor wereldvrede demonstraties en uit vijf gekleurde banen bestond; rood, zwart, bruin, geel en wit.

De acht banen van de oorspronkelijke vlag van Baker stonden symbool voor:

  • • roze – seks
  • • rood – leven
  • • oranje – geneeskracht
  • • geel – zonlicht
  • • groen – natuur
  • • turkoois – magie
  • • blauw – sereenheid
  • • violet – karakter

Omdat de kleur roze niet gefabriceerd kon worden bij het in productie gaan, werd deze eraf gelaten. Toen ook nog bleek dat bij het verticaal ophangen van de vlag de turkooizen baan wegviel achter de stok, werd ook deze weggelaten en zo bleven de zes kleuren over.

Het gaat over verbinden, maar een eigen vlag hebben is tegelijk ook weer een stukje verdeeldheid, los van wie er niet onder vallen. Het heeft jaren geduurd voor de transmensen onder de vlag van de homoseksuelen mee mochten doen. Hoe lang duurt het nog voor er gewoon 1 vlag komt waar we allemaal onder vallen?

Ja, groeperen is belangrijk, want gezamenlijk sta je sterker dan alleen, maar al die groepjes samen, dat is waar we uiteindelijk naar toe moeten, gewoon 1 grote groep mensen die de wereld bevolken, los van alle verschillende vormen waarin we dat doen. Ik ben een vrouw die zich man voelt, of een man die als vrouw geboren is en geleefd heeft, ik ben als zodanig hetero, ik ben kunstenaar, ik ben dochter, zus, buurman en buurvrouw, vriend en vriendin, maar bovenal ben ik mens, net zoals jij. Daar is maar 1 vlag met 1 kleur voor nodig. Ik stel voor de kleur wit, omdat in het kleurenspectrum dit de plek is waar alle kleuren uit voortkomen. Met zijn allen kunnen wij dat!

Welkom in je leven

Geplaatst op juni 21, 2015oktober 8, 2023 door Eric

juni 21, 2015

Mooi Mens, Ik schrijf geen verhalen, want het leven schrijft mij. Waarom tijd en energie verdoen aan wat al vrijelijk gedaan wordt. Creatie is niet van mij, creatie is wat mij laat doen, wat mij mijn vrijheid laat ervaren. Creatie maakt mij vrij. Vrij om te denken, te dromen, te voelen, te leven. Creatie is leven, is het wonder wat zich iedere dag voltrekt door mij de ogen te openen en wakker te laten worden in deze nieuwe dag waarin alles en iedereen iedere seconde weer nieuw is. Iedere dag is een aaneenschakeling van groei, van nieuwe momenten vol nieuwe kansen om alles opnieuw heel anders te doen. Waarom doe ik dat dan niet?

Omdat ik vergeet te zien, omdat ik mens ben en me af laat leiden van die eeuwige stroom van creatie en me laat verleiden te geloven dat alles altijd hetzelfde is en niets wezenlijks ooit echt zal veranderen, maar kijk, er is een rimpel bij in mijn gezicht, iets wezenlijks is al verandert. Kijk, een nieuwe grijze haar,  zat die er gisteren dan nog niet? Nee, die heb ik er vandaag pas nieuw bij bedacht. Gisteren zag ik hem niet, dus was hij er niet. Vandaag ben ik wakker en zie ik hem wel en constateer ik verandering, groei, ontwikkeling.

En zo zijn er duizenden, miljarden kleine, grote onzichtbare, zichtbare veranderingen die ieder moment van iedere dag plaatsvinden in en om mij heen die ik niet zie. Waar ik mij niet bewust van ben, maar die toch gebeuren. Bloeit een roos in de woestijn, ook als niemand haar ziet? Slaat mijn hart, ook als ik haar niet hoor? Doorstroomt levensadem mijn longen, ook als ik er niet aan denk haar diep te inhaleren? Gedachten stromen in en uit. Waarin? Waaruit? Mijn oren, mijn neus, mijn mond, het brein wat ik niet zie, maar wat mij wel verteld wat mijn ogen zien? Leef ik ook als niemand mij ziet? Ben ik ook als niemand mij ziet? Wie ben ik als niemand mij ziet? Ben ik dan meer of minder mijzelf? Of ben ik in het geheel iemand anders in de ogen van wie mij beziet? Ziet iemand mij ooit echt? Zie ik jou ooit echt?

Ziet iemand een ander zoals wij onszelf echt zien? Ik vindt jou prachtig, jij jezelf niet zo, waarom is dat? Ik vind mijzelf niet zo aardig, jij mij wel, hoezo? Waarom zien wij onszelf en elkaar zo verschillend? We hebben allemaal ogen, maar kijken we daar ook mee? Is iemand waar we van houden niet veel liever en mooier, dan een onbekende? Dat zien we met ons hart en brein, daar komt geen oog aan te pas. Die zwerver op de hoek is misschien de mooiste mens op aarde, maar wie ziet voorbij het vuil op zijn gezicht? Cliches zijn waar geworden werkelijkheid. Ze waren al waar, alleen wisten we dat nog niet, tot ze cliche werden en toen geloofden we ze niet meer, want clichés zijn zo cliché, passé.

Gepasseerd, dat voelen we ons zo vaak, maar hoe vaak passeren we elkaar? Ik zie jou niet, als jij mij niet ziet. Maar ik kan jou niet zien, als ik mijzelf niet zie, ik kan mijzelf niet zien, als ik jou niet wil zien. Onmetelijk, onbegrensd, onophoudelijk zijn wij met en tot elkaar verbonden. Ik schrijf geen verhalen, jij schrijft mij, vult mij in, dicht mij regels toe die ik niet zei. Dicht mij talenten en mogelijkheden toe die ik niet bezit. Wie ben ik zonder jou? Ben ik wel zonder jou?

Ik schrijf geen verhalen, want het leven drijft mij. Net zo onverwacht als deze woordenstroom in mij begon, dringt hij bij jou binnen nu je dit zo leest en voert weer verder als je aan mij denkt, later, dat rare mens, wat die rare dingen schreef, maar toch, het blijft wel hangen, ergens raakt het. Kant noch wal, maar daar ergens tussenin, heb je de moeite genomen dit te lezen, omdat het iets raakt. Een nieuwsgierigheid wakker maakt, naar wat het leven je te bieden heeft en daar ergens in het midden blijft iets achter van wat geraakt werd. Of je het nu onzin vindt of niet, een mening heeft zich al in je gevormd,  daar ergens heeft het leven toch zijn spoor achtergelaten in jou, via mij.

Ik zei het je toch…ik schrijf geen verhalen, het leven schrijft mij. En jou, al lezend, erbij. Welkom in je leven!

©FHHage, Weesp 2013, bewerkt 2015

3 is een meisje/pieaces of me

Geplaatst op april 5, 2011oktober 7, 2023 door Eric

april 5, 2011werk

‘3’ is een meisje, met geen andere naam dan het levensjaar waarin een buurman besloot haar te verkrachten. Waarom heeft ze nooit geweten, maar duidelijk is inmiddels wel dat deze gebeurtenis haar hele leven veranderde. Niets zou ooit meer ‘gewoon’ zijn. Was het dat ooit al geweest?

Het is het beginpunt van ‘Peaces of me’ – een verzameling werk, een verslag in woord en beeld van de reis die mijn leven werd met ‘3’ als sturend middelpunt. Vergeten is onmogelijk, zelfs als het bewustzijn het ver van je houdt, draagt je lichaam het altijd met zich mee. Totdat je haar terugvindt en eindelijk de plek kunt geven die ze verdient: in het licht van de liefde!

‘3’ is a girl, with no other name than the age she was when a neighbour desided to rape her. Why, she never knew, but time made it clear that her life had changed forever. Nothing ever could be ‘normal’ again. Had it ever been?

It is the startingpoint of ‘Peaces of me’, a body of work, a journal in word and images of the journey my life became with ‘3’ being the guiding centerpoint. To forget is impossible, even if consciousness keeps it far from you, the body carries it every step it takes, always. Untill you find her again and finally can give her the place she deserves: in the light of love!

  • Previous
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • Facebook
  • Instagram
  • LinkedIn
  • Etsy
  • Mail

ADHD advocate Autisme autisme- onderzoek Autismeweek Bijzonder klimaat Black hole Corona De Droommaker De jonge monnik Depressie geborgenheid haiku Het Gouden Koord boekjes Het Ooggebeuren Hoop illustratie inclusiviteit Indië-Herdenking Inspiratie Joey Kalligrafie Klimaat Konijntje Altijd Wakker late diagnose Lichaam mentale gezondheid Ned-Indië Nederlands-Indië neurodivers nieuwjaar prentenboek question rituelen rouw rust Stephen Hawking vader Verlies Weespernieuws Wereld Autisme Dag wolken Woord van de Dag Zaterdagportret Zijn

Op de hoogte blijven?

Welkom!

Schrijf je in om elke maand gewelidige informatie te ontvangen.

We sturen je geen spam! Lees ons [link]privacybeleid[/link] voor meer informatie.

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

LOREM IPSUM

Sed ut perspiciatis unde omnis iste natus voluptatem fringilla tempor dignissim at, pretium et arcu. Sed ut perspiciatis unde omnis iste tempor dignissim at, pretium et arcu natus voluptatem fringilla.

© 2026 Not so daily Musings | Aangedreven door Minimalist Blog WordPress thema