Not so daily Musings

I’ll write when i have something to say

Menu
  • Home
  • Musings
    • De Droommaker – prentenboek
    • Het gouden koord boekjes
    • Inspiratie
    • Persoonlijk
    • Op jaar
      • 2023
      • 2022
      • 2021
      • 2020
      • 2019
      • 2018
      • 2017
      • 2016
      • 2015
      • 2012
  • Nieuwtjes
  • meer over mij
  • Pers
  • Stel je vraag…
Menu

Categorie: Persoonlijk

Mijn vader is dood

Geplaatst op september 20, 2022oktober 8, 2023 door Eric


Daar het staat er. Zwart op wit. Letters op papier. ‘Dood’ is een hard woord, een harde grens en voelt als een harde staat van zijn. Dat komt door de dubbele ‘oo’ en de d’s die ze begrenzen. Als boekeinden. Twee OO’s, wielen die nergens meer heengaan, tot stilstand gebracht door een D en d als de doodgravers die ze zijn, kraaien die het nest bewaken, gravers van het graf waar we allemaal in eindigen. Dood. Het woord zelf is beeld van het bed waarin hij zijn laatste adem uitblies.

Wat is er zacht aan de dood? Het sterven zelf kan in één laatste moment ‘zacht’ zijn. Dat moment van overgang waar adem tot stilstand komt en zichzelf tot gedicht verheft. De laatste adem, uitgeblazen. Pruttelend, reutelend komt daar die jarenlange stroom van zuchten, adem in, adem uit, adem in, adem uit, ineens tot rust. De cirkel is rond. Wat begon met een eerste diepe inademing, eindigt met een laatste zucht. Dit punt van wegglijden uit het leven is ’t enige zachte aan sterven. Het is het leven zelf wat wegvloeit, een rivier komt tot stilstaand in zijn bedding. Water werd naar de zee gedragen om eindelijk weer dat grote zilte nat te mogen zijn. Niet langer hoeft het zich ergens voor of omheen te buigen, het hoeft zich niet meer te voegen naar stenen, rotsen en gebergten die haar pad verstoren en omleiden naar waar ze misschien niet wil zijn. Het leven baant zijn eigen pad, wij kunnen slechts volgen.

Meeuwen krijsen de eeuwigheid tegemoet boven dat wijdse blauw, zweef-duikend boven de eeuwige oceaan, dat Zeeuwse water wat door dijken brak om je te vinden op het dak van je jeugd. Het zeewater wat zich weer terugtrok en je omringde alle dagen van je leven. Waar ook jij steeds terug trok naar dat boerenland. Terug de barende moeder van de eeuwigheid in. Ze krijgt je vandaag weer mee terug.

Ik hoef je niet te zoeken, ik weet je te vinden. Nee, niet in de grond waar de kraaien je naar terug zullen dragen, daar waar slechts je vlees en bloed en botten tot levende aarde en stilte zullen vergaan. Nee, daar in die stoffelijke resten vind ik slechts herinneringen van vleselijk verkeer die je nu voorgoed mee mag nemen. Ze hielden mijn leven gevangen in een angst die niemand nog zal kennen. Ik geef ze je vrij, neem ze mee, verspreid ze op de wind. Laat de teugels los. Je bent nu vrij. Vrij om te zwemmen, vrij om te zweven, om te ademen. Diepe lange teugen mogen je verkoelen. Dans, ren, waar je je leven lang struikelde over een voet die niet mee wilde in tempo en richting waar jij wilde gaan. Eindelijk kun je leren dansen op het ritme van je eigen maat. Laat het allemaal los, dat hele gewichtige leven, laat het maar gaan. Het mag. Wees eindeloos.

Vandaag zwaai ik je uit, blaas laatste woorden achter je aan: ik laat je vrij en laat mij vrij. We hebben onze dans gedanst, gedaan wat we konden binnen de grenzen die ons waren gegeven. Jij bent nu grenzeloos, zoals je in leven ook al te vaak probeerde te zijn. Nu mag je zijn, zo vrij als je wilt. Vlieg, stroom, dans, ik zwaai naar het water, de wolken, de lucht, het platte, platte land en roep je na:
Dag pa!

Afscheid,#rouw,#rouwverwerking,#rouwproces,#afscheidopafstand

Kijken naar wolken

Geplaatst op augustus 20, 2022oktober 8, 2023 door Eric

In de week voor ‘het ooggebeuren’ logeerde ik in het huis van een vriendin en was oppas voor huis en poes. Wonen in het huis van een ander is een heel avontuur en een bron van levenslessen. Daarover een andere keer meer. Nu wil ik eerst iets anders met jullie delen. Thuis heb ik geen uitzicht. Mijn piepkleine huisje staat in een vrij smalle straat, midden in het prachtige centrum van ons stadje. Dat geeft mij vol zicht op de eettafel van de overburen. En ja, ze eten heerlijke, gezonde dingen met hun twee kids, maar wolken, water of land zie ik niet. Op een klein stukje lucht na in de reflectie van hun slaapkamer- en zolderraam en het kleine raampje in de zoldering van mijn eigen woonverdieping.
In het oppashuis had ik een week lang volop wolkenluchten om naar te kijken en daar heb ik met volle teugen van genoten. Daar dacht ik ineens aan, terwijl ik hier op mijn bank lig te kijken naar de oranje dakpannen en de donkerrode bakstenen van het puntdak aan de overkant, op deze zo te zien wolkenloze, zonnige dag.

Kijken naar wolken

Kijken naar wolken, is niet alleen kijken naar wolken. Kijken naar wolken is kijken naar tot suikerspinachtige substantie gevormde waterdamp. Kijken naar wolken is het kijken naar geschiedenis in wording, is tijdloos en vormloos meereizen over de grenzen van verbeelding en verlangen. Kijken naar wolken is kijken naar en meegevoerd worden door de lichtstralen van de zon, goudwit en zilver. Ervaren hoe zij weerkaatsen op de bovenkant van de grillige, wat-achtige vormen. Hoe de lichtheid aan de bovenkant en randen gedragen lijkt te worden door het grijs aan de onderkant. Kijkend naar deze wolken beleef ik hoe één grote, grillige witte wolk, langzaam naar het midden drijft tot hij precies past in het veld van helder blauw wat steunt op twee heuveltjes heen en weer wiegend gebladerte. Vreugde overspoelt me, het evenwicht zoekende hart juicht om zoveel naar perfectie neigende schoonheid. Er speelt zich een hele wereld af daar in dat plaatje vol roerloze beweging en grillige veelvormigheid.

Een plaatje wat keurig omlijst wordt door het wit van twee stukjes raamkozijn rechtsonder en onder. Het geheel omlijst door aan de bovenkant een half neergelaten wit rolgordijn, links en rechts in plooien opzij geschoven witte gordijnen en aan de onderkant een smal randje witte muur boven de dwarse bovenlijn en verticale schaduw lijnen van een eveneens witte radiator. Kijkend naar wolken valt op hoe weinig wit al het omringende ‘wit’ is. Het varieert in tientallen tinten grijs, geel en crème, maar witter dan het witst van de bovenpartij van de wolk wordt het niet. Ook vallen me de kleine zwarte vlekjes op hier en daar verspreid over het gehele veld van wolken, blauw en groen. En ineens ‘zie’ ik het glas wat mij scheidt van wat nu ‘daarbuiten’ is geworden.

Het witte vloerkleedje op de licht houten vloer schuift van onderaf binnen mijn gezichtsveld. Net als de vage vormen van boeken op wat ik weet dat een nachtkastje is, naast me in mijn linker ooghoek.
Mijn rechter ooghoek brengt een golvende zee van vaag blauw en wit in beeld. Het dekbed ligt in even grillige vormen om mij heen gedrapeerd als de wolken daarbuiten.
Dan zie ik hoe mijn vingers heen en weer schieten over grijze vakjes met letters van het toetsenbord op het zwarte scherm voor mij. Grote witte letters verschijnen bij iedere tik en vormen de woorden die ik schrijf. En dat tussen de licht en donkerblauw geruite vakjes van de pyjamabroek die het scherm links en rechts omklemmen.
Wit vult ook een klein driehoekje onder het scherm en tussen de pyjamapilaren, daar zie ik de hielen van mijn twee voeten. Meer naar voren het aquamarijnblauwe landschap waar de twee donker- en lichtblauw geruite pyjamapilaren uit op rijsen van het shirt wat ik draag. Twee slierten lang bruin haar kronkelen als rivieren langszij. De bruine randen van een leesbril brengen me terug naar waar ik als vanuit een toren alles kan overzien, maar waar binnen, in de kamers die mijn ogen zijn, ik niet kan zien. Deze ramen zijn alleen naar buiten gericht.
Hoe kwam ik hier terecht, terwijl ik net nog meedreef tussen de wolken?

Ik richt mijn aandacht weer naar buiten, op zoek naar de wolken van even tevoren. Ze zijn voorbij gegaan. Nieuwe dienen zich aan in unieke vormen van wit gewatteerde waterdamp. Ik draai mijn hoofd en laat mijn blik glijden langs de rest van de ruimte om mij heen. De blauwe muur tegenover me, de bruine wand van kasten rechts van me. De kleren hangend uit mijn reistas op de stoel naast de deur daartussen in. De wekker naast de stapel boeken op het nachtkastje.

De betovering is verbroken. Het is tijd om op te staan.

Fijn weekend allemaal!
Eric,
20 aug 2022, Weesp

Visie en visualitiet

Geplaatst op augustus 8, 2022oktober 8, 2023 door Eric

Het begon met een lichtflits en toen nog een en nog een en nog een. Ik draaide mijn hoofd ervan weg, hopend dat het slechts reflectie was van het licht op de wand naast me. Maar de wand was lichtgrijs, die reflecteerde geen licht. Het volgende moment zag ik een vlek rechts op het netvlies van mijn rechteroog. Alsof een losse lens naast mijn oog in de lucht hing waarvan ik alleen de contouren kon zien. De lens zelf leek doorzichtig. De schrik sloeg me om het hart. Hier had ik over gehoord, was dit het nu?

Ik had een visie. Een visie op het leven, op hoe het was, hoe het altijd zou zijn en heel misschien wel zou kunnen veranderen, maar niet meer zoveel als ik vroeger altijd hoopte. Dat je bijvoorbeeld ineens een heel ander mens zou zijn, met een andere geschiedenis en daardoor een opener, gelukkiger mens.
Ik had een visie dat mijn leven is wat het is en er niet zo heel veel groei meer mogelijk is. Ook al sta ik iedere dag open voor leren en ontwikkelen, in de grote lijnen is de grootste rek er wel uit. Die dag was dan ook een redelijk gewone zaterdag, eind van de middag, een vriendin zou komen eten. Ik vertelde het kort, niet hoe ongerust ik erover was.

Toen maandagochtend de ‘lens’ nog steeds in mijn beeld hing raapte ik alle moed bij elkaar en belde de huisarts. Dit was om meer dan één reden eng, al jaren kom ik amper ons stadje uit. Paniek in de auto en vooral op snelwegen belemmeren me te reizen. Wat als ze me doorverwees naar het ziekenhuis?
De assistente hoorde mijn verhaal aan en vroeg of ik direct kon komen, de kans dat ik doorgestuurd moest was aanwezig en dan kon dat beter nu dan later op de dag. O, ja en het zou niet mijn vaste huisarts zijn, die was op vakantie. Reden genoeg voor nog meer stress.
De huisarts bleek een vlotte, jonge vrouw, die net als veel jonge artsen hun carrière beginnen als inval arts. De afwisseling en vooral het opdoen van veel ervaring voor het ooit settelen in een eigen praktijk leken me goede motivaties en reden tot vertrouwen. Al snel zat ze aan de telefoon en na een kwartier wachten, gezamenlijk muzakjes luisteren en praten over het werken als inval arts, kreeg ze eindelijk de oogarts aan de telefoon. ‘Ja,’ zei de blikkerige stem aan de andere kant van de lijn, ‘klinkt als glasvochtloslating. Geen spoed maar wel binnen deze week nog naar laten kijken in de ooglkliniek’. Een telefoontje later, dit keer werd ze wel direct doorverbonden, waren alle nodige gegevens uitgewisseld en kon ik enigszins gerustgesteld naar huis om daar te wachten op een oproep van de Bergman oog kliniek.

Ogen zijn een wonder. Sta er eens bij stil wat je ogen doen, hoe knap het is dat je kunt zien. Dat je licht en donker ervaart, de kleinste blaadjes aan de hoogste bomen kunt zien wapperen in de wind. Al die mijljoenen kleuren en nuances, de onnoemelijke hoeveelheid details in alles wat ons omringt. Heb je ooit een bloem, een blad, een insect van dichtbij bekeken. Echt bekeken! Hoe ieder pootje aan zijn lichaam gehecht zit, hoe alle haren andere richtingen uit staan of juist niet, hoeveel kleurnuances er in zijn ogen te zien zijn. De hoeveelheid nerven en hoe ze op exact de juiste plek zitten om een blad van water en licht te voorzien. Al die dingen op zichzelf zijn al een wonder. Dat je het allemaal met je ogen kunt zien en waarnemen is een zo mogelijk nog groter wonder.

De uitslag van het onderzoek is dubbel. Ja, iets met ‘ouderdom’. Fijn, die heb ik binnen, mijn eerste officiële certificaat van ‘oud’ zijn. Ben je net gewend dat mensen je met ‘u’ en ‘mevrouw’ aanspreken, krijg je dit. Zelf houd ik het liever bij overbelasting en oververmoeidheid na teveel dagen, maanden lange, stressvolle uren aan de computer gewerkt te hebben. Dat gaan we dus stoppen. En ook anders eten. Wat, collageen is goed voor de ogen? En magnesium? De potten staan al klaar en de vis ligt ernaast. Ja, natuurlijk, ook oog yoga en oefeningen gaan we doen. Oud, hoezo dan! Maar nee, dit gaat niet meer weg, wen er maar aan. De contouren van de ‘vlek’ die nu in mijn blikveld meebeweegt zal een constante reminder zijn hoe bijzonder het is dat ik überhaupt kan zien. En vooral hoe blij ik daar vanaf nu mee ben.

Het is niet alleen het letterlijke zien met mijn ogen, maar ook het metaforisch zien. Het kijken zelf en het ervaren van wat ik zie. Tot nu toe was de wereld een ingewikkelde plek, waar het me maar moeite kostte me te handhaven. Waar ik eigenlijk liever niet wilde zijn, maar ja, wat is het alternatief?
Nu realiseer ik me hoe blij ik ook ben dat ik er nog ben. Hoeveel schoonheid de rijk is. Ja, natuurlijk, er is ook heel veel ellende. Er zijn genoeg dingen die ik nog steeds liever niet wil zien. De kunst is je te focussen op dat waar je meer van wilt zien. Dat wat je aandacht geeft groeit, daar geloofde ik altijd al in, maar nu des te meer.

De vlek in mijn oog lijkt op de contouren van een lens. En zo, heb ik besloten, wil ik hem ook zien. Een extra lens om de wereld beter mee te kunnen zien. Eerlijker, opener, liefdevoller.
Daarom geniet ik vandaag extra van de honderden tinten groen in het gebladerte van de bomen in onze tuin. Hoe het licht er goudgeel doorheen schijnt en de bladeren doorzichtig maakt tegen de zon in en extra donker juist daar waar het schaduwt.

Ooit zal ik misschien in staat zijn de intensiteit van de hoeveelheid detail in bladeren, takken, kleuren die mijn ogen waarnemen in woord of beeld om te zetten. Vandaag nog niet. Vandaag kan ik er alleen maar van genieten en hopen dat jij die dit leest iets van de extase die ze op dit moment in mij veroorzaken meekrijgt.

Schrijven, tekenen, vormgeven, het is mijn taal. Het is hoe ik me uit. Waar woorden niet de weg naar mijn lippen vinden, heb ik mijn ogen en handen om de wereld te laten zien wat ik zie en voelen wat ik voel. De lichtflitsen die straks in de schemering weer op zullen komen zal ik zien als herinnering aan hoe prachtig het wonder is dat licht bestaat, dat donker bestaat en dat ze samen een hele wereld, wat zeg ik, een heel universum tot leven brengen. En wij mogen hier stille getuigen van zijn zolang we rondlopen op deze aarde. Het is goed dat steeds weer te beseffen. Het duurt zolang het duurt en dan is het voorbij. Dat we met elkaar nog maar heel veel liefde en schoonheid mogen beleven!

Eric Hage
11-08-2022, Weesp

Hier en Nu

Geplaatst op augustus 15, 2020oktober 8, 2023 door Eric

augustus 15, 2020

‘Hier en nu’. We mediteren en doen van alles om ‘in het hier en nu te zijn’, Tegelijkertijd gooien we constant haakjes uit naar de toekomst. ‘Morgen gaan we ‘dit’ doen’, ‘Volgende week gaan we naar dat feest, naar die vrienden, dat restaurant, die vakantiebestemming’. Als dat niet doorgaat, gooien we een haakje uit naar weer een volgend iets waar we ons aan vasthouden om naar uit te kijken. En als we niet ergens naar uitkijken, zijn we wel ergens bang voor. ‘O, als dat maar niet gebeurt, of dit of zus of zo.’ We leven een trapeze-act waarin we constant van de ene hogelucht act naar de volgende slingeren, zonder ooit voet aan de grond te zetten of een moment stil te staan.

Vandaag zit ik alweer 8 dagen in ‘Quarantijd’. Quarantijd is net als etenstijd en bedtijd, tijd met een functie. Vorige week werd ik weer ziek. Corona of niet, er was koorts mee gemoeid, verkoudheid, benauwdheid, reuk- en smaakverlies en allerlei andere vage klachten, kortom: Quarantijd. Tijd gereserveerd voor quarantaine. Niet voor ziek zijn, maar voor herstel en beter worden. Het is maar hoe je het bekijkt, toch? 

Vandaag gooi ik geen haakjes uit. Niet naar de toekomst, niet naar het verleden. Vandaag kijk ik naar het hier en nu. Wat is er nu wat ik kan doen, waar ik me mee bezig kan houden? Wat is het enige dat er werkelijk is? Ik luister naar het leven op straat, lees, kijk docu’s die me inspireren, knuffel met mijn hondje, schrijf wat me te binnen valt en rust. En als het even kan slaap ik wat. Ook dit is ‘Leven’. Het is geen ‘wachttijd’, geen ‘rust- of hersteltijd’, geen ‘quarantijd’, het is leven in het hier en nu met alles wat er is, zoals het is. En dat geeft rust.
X

Binnenpretjes

Geplaatst op augustus 15, 2020oktober 8, 2023 door Eric

augustus 15, 2020

Ken je dat, iemand zien of horen lachen en dan vanzelf ook moeten lachen? Er is niets zo aanstekelijk of aantrekkelijk als een goede lach. Zelfs zonder te weten waar de grap om ging kunnen we onbedaarlijk meelachen met anderen. Er is een hele wetenschap rond ontstaan, tot lachtherapie aan toe en ook op internet zijn genoeg filmpjes te vinden waarin reizigers in een trein, bewust of onbewust, ineens onbedaarlijk beginnen te lachen. In eerste instantie kijken medepassagiers nog verbaasd, maar al snel worden glimlachjes en blikken van verstandhouding uitgewisseld. ‘Kijk hem plezier hebben’. Dan, ineens, schiet nog iemand in de lach, en nog een, en nog een en voor je het weet heeft het lachvirus iedereen besmet en zit een hele coupe mensen de tranen uit de ogen te vegen van het lachen zonder dat iemand weet waarom. Ja, omdat die ander begon.

Tijdens de afgelopen quarantime had ik zo’n momentje met de buurman, die hier overigens nog niets van weet. Mijn overbuurman is een uiterst sympathieke man. Een beetje op zichzelf, leest veel, wat dovig en al ‘op leeftijd’, maar fietst en wandelt nog lekker rond. Houdt enorm van kunst en muziek en laat iedereen hier graag in meegenieten. 
Enthousiast maakt hij je, gevraagd en ongevraagd, deelgenoot van zijn laatste ontdekkingen uit krantenartikelen en boeken of over meer of minder bekende kunstenaars die hij tijdens een van zijn vele museumbezoeken ontdekt. Altijd met rieten of vilten hoed op het hoofd en een elegant sjaaltje om de nek gedrapeerd. Zijn boodschappen doet hij met een rieten mandje, waardoor hij mij stiekem aan de opa van Roodkapje doet denken, alleen zijn favoriete kleuren zijn blauw en groen. Kortom een bijzonder mens en fijne buurman. Bij mooi en minder mooi weer zit hij vaak in zijn deuropening, genietend van de zon en beschut tegen de wind. Met een glaasje en een krant of boek in de hand, brengt hij zo menig uurtje door.

Ergens vorige week lag ik netjes vermoeid in quarantime te lezen op mijn bank, toen ineens een bekende lach door het raam binnenwaaide. Een lichte, aanstekelijke lach die normaal al een glimlach doet verschijnen ‘fijn, de buurman heeft het naar zijn zin.’ Meestal gaat het dan om iets wat hij leest of een leuke anekdote van iemand aan de andere kant van een telefoon, maar ditmaal was anders. De lach was uitbundiger. De lach bulderde vanuit zijn buikregionen naar buiten, viel even stil, om dan meteen weer, vol uit het hart, als een vloedgolf de wereld in te rollen. Aangetrokken door zoveel plezier opende ik mijn raam. Daar zat hij in zijn deuropening, af en toe het hoofd schuddend, met zijn hand de hoed dan weer iets naar voor of achteren verschuivend en steeds opnieuw in die schitterende lach uitbarstend. De buurman had binnenpretjes!

Vanuit het raam riep ik hem toe: 
‘Is het leuk, buurman?’ 
Maar zoals gezegd, hij is een beetje dovig. De vraag bleef even hangen in de straat om op het lichte briesje ongehoord weg te waaien. De grijns die zich al van mijn gezicht meester had gemaakt meenemend, besloot ik terug op de bank te gaan genieten van de lachsalvo’s van de buurman. En iedere keer als ik daar nu aan denk, komt nog steeds die onweerstaanbare glimlach om mijn lippen en voelt mijn hart een stukje lichter. Zijn binnenpretje werd mijn binnenpretje. We weten niet altijd waarom we lachen, maar lachen is gezond en verbindend en daar kunnen we allemaal wel wat extra’s van gebruiken nu. Ik geef deze lach dan ook graag hier aan u door. Met dank aan de buurman.

Woord(-en) van de dag 28 – ‘Moeder’

Geplaatst op mei 10, 2020oktober 8, 2023 door Eric

mei 10, 2020

“At the moment of giving birth to a child, is the mother separate from the child? You should study not only that you become a mother when your child is born, but also that you become a child.”
Dogen Zenji, Mountains and Waters Sutra

“The life of a mother is the life of a child: you are two blossoms on a single branch.”
Karen Maezen Miller, Momma Zen: Walking the Crooked Path of Motherhood 

Twee citaten die ik vandaag tegenkwam, denkend over moeders. Denken aan míjn moeder doe ik iedere dag. Ze zit in alles wat ik doe en wie ik ben, ook al zien we elkaar al wat jaren niet. Ze leeft nog, maar we hebben geen contact. Nee, dat is niet waar. We zien elkaar niet, maar contact is er wel degelijk. 
Ik denk aan haar en ik weet dat zij ook aan mij denkt, ik voel haar en ik weet dat zij mij ook voelt. Ik weet dat we beiden zoeken naar een manier om deze impasse te doorbreken. Maar we weten ook beide dat we ons eigen proces hierin moeten gaan. Zij heeft haar verleden, ik het mijne. Alleen waar ik geen deel ben van dat van haar, voordat ik geboren werd, is zij wel deel van heel mijn verleden. 

Er is een heel leven wat zij leefde zonder mij, ver voor ik geboren werd. Een leven waarin dingen gebeurden die niemand mee zou mogen maken. Maar we hebben geen keus, sommige dingen gebeuren, omdat het leven nu eenmaal groter is dan onze beperkende wensen. Oorlog, Jappenkamp, het einde van een koloniaal tijdperk. Zij leefde het allemaal, net als mijn grootmoeder, haar moeder en haar moeder voor haar leefde de tijd van ver daarvoor.

Ja, ik kom uit een lijn van sterke vrouwen, die weten te overleven, maar daar tegelijk ook aan ten onder gaan. Ik wil het al mijn hele leven anders doen, beter, maar dan vel ik meteen een oordeel. Alsof wat zij deden niet ‘goed’ zou zijn. Het is wat ze konden, niet meer, niet minder. Wie zou daar een oordeel over kunnen en mogen vellen.
Net zo doe ik wat ik kan, niet meer, niet minder. En toch vel ik daar wel een voortdurend oordeel over. Is het nooit goed genoeg, altijd te weinig, altijd net niet wat ‘hoort’. Maar ‘hoort’ voor en volgens wie? 

Ik ben kind van mijn moeder, kleinkind van mijn oma, laatste in een lange rij vrouwen die leefden binnen de grenzen van wat er mogelijk was. Zoals we dat allemaal doen, iedere generatie opnieuw. Ja, we verleggen grenzen, te ver voor de vorige generatie, niet ver genoeg voor de volgende. Maar voor onszelf zijn ze uitdaging genoeg en dat is waar we zijn. 

Dit is waar ik nu ben, vandaag, op dit moment. Dit is waar zij is, nu, vandaag, op dit moment. Samen vruchten van dezelfde stam, ieder bezig onze eigen grenzen te verleggen in de hoop ergens uit te komen waar we elkaar weer vinden. Maar we hebben elkaar al gevonden. We zijn al onafscheidelijk verbonden, daar aan het begin, waar het voor ieder van ons ooit begon. We zijn deel van deze stam en ook al ben ik de laatste loot, werkelijk sterven doen we nooit. We blijven deel van die boom waar we allemaal toe behoren. Moeders van moeders van moeders van vaders van vaders van vaders van kinderen van kinderen van kinderen.

Ere aan alle moeders met en zonder kinderen, ere aan allen die moeder hadden willen zijn en ere aan die Grote Moeder waar we allemaal uit voortkomen en op een dag weer naar terugkeren. Moge we iedere dag, allemaal, een beetje meer moeder zijn voor en van elkaar. 
Namaste! <3


Foto: Bonsai mango boom, fotograaf onbekend

Dit werd geschreven als onderdeel van het project – ‘Geef me een woord‘

Zijn

Geplaatst op augustus 8, 2019oktober 8, 2023 door Eric

Geborgenheid

Geplaatst op oktober 7, 2018oktober 8, 2023 door Eric

Geborgenheid. Dat is het woord wat opkwam in een gesprek naar aanleiding van mijn vorige stukje over eenzaamheid. In het gesprek kwamen we tot de conclusie dat eenzaamheid niet zozeer gaat over alle vormen van alleen zijn, maar vooral over een gebrek aan ‚geborgenheid’, je veilig voelen.

Dat verdiende nader onderzoek:
‘Geborgen’ (in een juridisch woordenboek)- veilig, beschermd tegen gevaar; zeerecht: uit de zee ophalen of takelen van gezonken zaken, wegslepen aan de zeekust van driftige of aangespoelde zaken.,
Beveiligen tegen losgaan, beschermen tegen verwateren.
‘Borgen’ (Van Dale-online) 1. in veiligheid brengen, 2. (goederen of lading van ) gestrandeschepen, neergestrte vliegtuigen enz in vieligheid brengen 3. naar een paats brengen en daar bewaren

En tot slot ken ik ‚borgen’ ook als ‚monteren’, iets veilig vast zetten met bouten en moeren.

Waar het om draait bij ‚geborgenheid’ in alle vormen is ‚veiligheid’. Opgroeien in een onveilige situatie geeft geen ‚geborgenheid’. Weglopen van huis, een nieuw leven proberen op te bouwen, maar nog vastzittend aan het oude, geeft ook geen geborgenheid. Vervolgens ziek worden en in de maalstroom van een jaren durend verwerkingsproces terecht komen, is ook alles behalve ‚je geborgen weten’. Tel daar wat ‘gender-issues’ en een paar mislukte relaties bij op en je begrijpt dat ‚geborgen’ zijn, niet een kernwoord in mijn leven was. Of het moet zijn geweest het ontbreken ervan, want ik was me er nooit eerder van bewust tot het vorige week uitgesproken en met mijn leven in verband gebracht werd.

Een zeker vorm van eenzaamheid is inherent aan het leven. Je wordt alleen geboren en gaat alleen dood. Dat en alles daartussen zijn processen die niemand anders voor je kan doormaken of je tegen kan beschermen. Alleen jij kan jouw levensweg lopen. En iedereen zoekt zijn eigen manier om met die kennis en ervaring om te gaan.

In mijn leven was het altijd, veiliger om alleen te zijn. Tegelijkertijd was als klein kind alleen zijn gevaarlijk, want dan gebeurden de ergste dingen. De mensen die je het meest zou moeten kunnen vertrouwen, deden het meest pijn. Niet uit pure slechtheid of onwil, maar omdat ook zij worstelden met alles waar iedereen mee worstelt en daar hun weg in zochten. Maar soms blijft een klein kind daarbij achter en leert zich verstoppen achter een grap en een grol. Ik was de gangmaker, de lolbroek, althans van buitenaf gezien.
Het heeft me heel wat omwegen gekost om uit te vinden wie ik echt ben en langzaamaan begin ik haar te leren kennen. Maar haar vertrouwen is nog wel ‚een dingetje’. Als je de mensen om je heen niet kunt vertrouwen en je kunt jezelf niet vertrouwen, omdat je niet kunt en durft te zijn wie je werkelijk bent…wat blijft er dan over? God? Boeddha? Krishna? Allah? Niets? Alles?

Liefde is altijd mijn leidraad geweest, zelfs als ik niet wist hoe het moest, ik wist dat het de weg was voor mij. Die weg liet me allerlei godsdiensten en levenswijzen ontdekken en onderzoeken via de kunst, boeken en verhalen van anderen. Een Chinese wijsgeer zei: „Om de wereld te leren kennen hoef je niet verder te reizen dan de vier hoeken van je kamer” Die wijze les blijkt nog steeds waar sinds de dag dat ik hem voor het eerst las en er troost en leiding in vond.

Alles wat je nodig hebt zit in jezelf. Ieder stukje heling en beter worden heb ik in mijzelf gevonden. Ieder gevecht was het meest met mijzelf, want hoe hard anderen ook voor me waren, ik was zelf altijd nog harder. En ook nu blijkt dat ikzelf het meest in mijn eigen weg sta. Want de grootste eenzaamheid komt voort uit een angst voor ‚samen’ zijn. En de ene keer is dat angst om samen te zijn met een ander, die toe laten in mijn wereld en durven vertrouwen, een andere keer is het angst om samen te zijn met mijzelf, want wat ga ik daar nu weer in tegenkomen wat nog verwerkt moet worden?

Vandaag zet ik de eerste stap naar echte geborgenheid leren geven aan mijzelf. Mijn doel is altijd geweest openheid, mijn leven en lessen delen met wie ze maar wil horen, hopend dat iemand er iets aan heeft. Dan heb ik het in ieder geval niet voor niets geleefd en we zijn tenslotte allemaal deel van elkaar, dus mijn heelheid is jouw heelheid. Vanaf vandaag komt daar een missie bij: bewust geborgenheid geven en beleven.

Het is een lange weg, van ‚niemand mag dit ooit weten’, naar ‚dit is mijn verhaal’. En nee, mijn verhaal is niet belangrijk, het is er een van velen. Miljoenen mensen, groot en klein, vluchten en vechten nog dagelijks voor hun leven, zij verdienen jullie aandacht nu. Zij hebben direct hulp nodig, nu! Maar ook hun leven nu, wordt ooit een verhaal over ‚toen’. Ieders weg is een aaneenschakeling van losse verhalen, die samen uitgroeien tot dat ene verhaal wat een leven is. Met een begin, een eind en daartussen een lange weg van leren, groeien, meemaken, overleven, doorstaan, en weer verder groeien, meemaken en doorgaan, totdat dit boek eindigt.
En ieder verhaal draagt lessen in zich ook voor anderen om van te leren, troost in te vinden, steun, draagkracht, moed, herkenning, liefde. Alles wat een mens nodig heeft op zijn weg om te groeien tot wat hij is.

Ik ‚borg’ mijn verhaal, leg het vast in woorden en verhalen, voor ieder om te vinden en te lezen. Met ieder stukje wat ‚geborgen’ word, teruggehaald uit die grote, oceaan van vergetelheid, van op drift en zwervend, naar veilig en op zijn plek, leer ik dat geborgenheid betekend je veilig voelen in je leven, huis en lijf! Dat kan niemand anders voor me doen, maar ik doe het niet alleen. Door verhalen te delen leren we van elkaar, kunnen we elkaar stukjes geborgenheid geven, door te laten weten ‘het is ok dat je bent wie en waar je bent’. En soms door de vraag: “Wat maakt dat jij je veilig en geborgen voelt?”

FHHage, Weesp
2018

Boedha en een vrouwenlichaam – 1

Geplaatst op oktober 7, 2018oktober 8, 2023 door Eric

Denken over dood. Wiens dood?
Mijn dood, zijn dood. De dood die hij stierf voor hij bij mij kwam. De dood die ik stierf voor ik bij haar kwam. De dood die wij beiden moeten overwinnen.
Maar is dat zo?
Waar kwam hij vandaan? Waar kwam ik vandaan? En waar gaan wij naar toe?

Hij is mijn schaduw, mijn stille reisgenoot. Niemand ziet hem, maar hij praat in mijn gehoor. Hij voelt in mijn gevoel. Hij denkt in mijn denken. Hij is deel van mij en toch ook weer niet, want hoe zou ik hem anders los en tegelijk zo niet-los van mijzelf kunnen ervaren?
Eén zijn is iets anders, daar zijn wij naar op weg. Namaste!

Als we dood gaan…
Wat gebeurt er dan? Wat betekend dat dan?
Dood is deel van het leven. De dood IS het leven. Niets is permanent, alles verandert. Van alles wat we ooit hebben meegemaakt is niets gebleven, alles is voorbijgegaan. Van sommige dingen hebben we nog herinneringen, maar van veel meer weten we niet eens meer dat we het gedaan hebben. Wie herinnert zich iedere minuut, iedere seconde van iedere dag? Weet jij nog wanneer je at op die dinsdag de 2e zondag van de maand 4 jaar geleden? Weet jij nog wat je dacht, wat je zei tijdens dat gesprek om precies 13.13 op die vrijdag 6 jaar geleden? Alleen wie een feilloos geheugen heeft zal dat nog weten, maar de meesten van ons zijn de details vergeten. We onthouden vooral de grote dingen, de dingen die ons heel blij of heel niet-blij maakten. 
De rest vergeten we en dat is goed. 

    „This too shall pass.” 

Een mantra om te onthouden. Om jezelf te vertellen bij al die dingen, de grote, de kleine, de fijne, de minder fijne en zelfs de absoluut geweldige en absoluut verschrikkelijke. Alles gaat voorbij. Dat doet niets af aan het mooie, het leuke, fijne of minder fijne. Het betekend alleen dat niets in het leven permanent is. Zelfs al denken we dat en hopen we het soms zelfs even.

De Tibetaanse meester Sogyal Rinpoche zegt: 

    „Omgaan met stervenden is als in een ongenadige spiegel kijken. Het naakte gezicht van je eigen paniek en van je grote angst voor pijn staart je aan. Alleen als je bereid bent naar je angst te kijken en deze te aanvaarden, zul je 'm in de ander kunnen verdragen.”

Maar omgaan met stervenden doen we allemaal, iedere dag. Want iedereen is stervend, allemaal bereiken we dat ene, onvermijdelijke moment. Wat wij leven noemen, is slechts afleiding van dat gegeven. 

Het pijnlichaam wat Eckhard Tolle zo mooi omschrijft is iets wat we ook allemaal meedragen. Het deel van ons waar we alle verdrietige, moeilijke, ‚onverteerbare’ dingen in opslaan. Als op een afgeschermde, geheime plek op de harde schijf van ons geheugen. Maar dat hij afgeschermd is, wil niet zeggen dat hij er niet is. 
Zelfs als het ons lukt hem onzichtbaar te maken, komen we hem nog tegen en worden we eraan herinnert dat er hele stukken van ons zijn, waar we niet naar kijken, zelfs liever niet eens over nadenken. Maar het is er en het wil gezien worden. De enige manier om deze plekken op te lossen is ze onder ogen komen. Ze recht in de ogen kijken, aanschouwen, voelen, aftasten, proberen te omschrijven, begrijpen, maar vooral voelen, ervaren. Pas dan zal het ons met rust kunnen laten. Want in het Grote Veld van het leven, is niets ooit echt weg. Pas als het is opgegaan in het Grote Veld kunnen we verder, zijn we weer deel van het Geheel, stromen we weer.

Waar zit mijn blokkade op deze dood? Op zijn dood, mijn dood, ons aller dood. De eindigheid.

Er zit een monnik in mij die meereist. Al mijn hele leven en vele levens voor deze reisden wij samen door de levens waar we op dat moment waren. Ook nu reist hij onzichtbaar voor de buitenwereld met en in mij mee. Al van jongs af aan voer ik gesprekken met hem, vragen ik vragen waar ik in de wereld om mij heen geen antwoord op krijg en altijd brengt hij me daar waar ik zijn moet om het antwoord te vinden. Het juiste radioprogramma, het juiste boek, de juiste film, de juiste persoon die precies dat zegt wat ik op dat moment nodig heb te horen. 

Hele periodes heb ik hem niet durven vertrouwen. Maar altijd was hij er en altijd kon ik weer bij hem terecht en op hem vertrouwen, ook al voelde ik dat vaak niet. Altijd was er dat wantrouwen. Altijd de angst. Maar ook altijd dat weten, die sterke drang, dat innerlijk ervaren van geleid worden, wat er ook gebeurde. Mijn jaren van ziekte en alleen zijn, altijd dat alleen zijn. Het gehate alleen-zijn. Waarom was er voor mij geen partner, was er voor mij geen geliefde die me begeleide, troostte, liefhad. Waarom moest ik altijd alles alleen doen en doorstaan? Maar juist in dat alleen-zijn vond ik de antwoorden, want alleen daar hoorde ik zijn stem, ontving ik zijn leiding en langzaam leerde ik hierop vertrouwen. Begon ik alleen-zijn te prefereren boven gezelschap, want dat leidde altijd alleen maar af van de antwoorden die ik zocht. 

Het Boeddhisme leert ons dat dualiteit er is om het te leren overstijgen. Geen leven – geen dood, geen man – geen vrouw, geen licht – geen donker, geen pijn – geen geluk, geen liefde – geen angst, geen lichaam – geen niet-lichaam.

        Getik op het raam
        Hommel wil naar binnen - STOP -
        Vergeet de illusie.

        Het leven beweegt
        Omdat het leeft - LEEF!
             
       FH

Ooit dacht ik hem te moeten vinden, hem te moeten zijn. Naar de bergen, in een grot in meditatie, want daar gingen mijn dromen over. Maar het leven bracht me naar het huis waar ik nu al 27 jaar woon, waar ik weken, maanden aan bed of bank gekluisterd lag, tot ik me realiseerde, dit is mijn Boddhi-boom, hier zal ik verlichting vinden. Daar hoef je niet voor naar India of Tibet te reizen, hoe zeer mijn ziel daar ook naar verlangd. Een verdwaalde monnik in een vrouwenlijf in een leven, ver van wat hij droomde. 

In mijn werk vindt ik de rust en eenheid die ik zoek, hij helpt mij op mijn pad te blijven. En iedere keer als ik ervan afwijk, verleidt door wereldse verwarring en denken dat ik het daar vinden zal, want dat alleen-zijn is zo moeilijk soms, stuurt hij me zonder omhaal terug. En laat me precies vinden wat ik nodig heb, nee, het is niet voor niets dat ik geboren ben net voor de tijd van internet. Liggend in bed, lezend over reizen en de spirituele ontdekkingen van anderen kon ik ervaren hoe het was in de tijd van de grot. Van het afgezonderd zijn van de wereld om mij heen ook al lag ik er, fysiek gezien, middenin. Maar de emotionele en spirituele scheiding was te groot. Ik vond niets van mijzelf terug in die wereld om mij heen. En nog vindt ik het vaak moeilijk me verbonden te weten, ook al blijf ik het proberen. 
De monnik in mij is te sterk. Hij roept mij van ver, staat naast mij, dichterbij dan iemand ooit geweest is. En ooit zal ik hem zien zoals het bedoelt is. En dan zullen we weer samen zijn. Maar voor nu, moet ik het doen met zijn onzichtbare aanwezigheid en de leiding die hij mij op gepaste afstand geeft.
Met dank daarvoor, dank, dank, mijn eeuwige, oneindige dank.

Gaan leren praten over zijn dood, mijn dood, de dood die ons scheidt en samenbrengt. Dat is nu mijn taak. Want er zijn woorden die gezegd willen worden, waarden die doorgegeven dienen te worden. Samen doen wij dit, mijn innerlijke monnik en ik. Maar ach nee, wie heeft het nu weer over dat domme idee van afgescheiden zijn! Welkom in dit leven in de dood. Namaste!

Geborgenheid

Geplaatst op september 1, 2018oktober 8, 2023 door Eric

Geborgenheid. Dat is het woord wat opkwam in een gesprek naar aanleiding van mijn vorige stukje over eenzaamheid. In het gesprek kwamen we tot de conclusie dat eenzaamheid niet zozeer gaat over alle vormen van alleen zijn, maar vooral over een gebrek aan ‚geborgenheid’, je veilig voelen.

Dat verdiende nader onderzoek:
‘Geborgen’ (in een juridisch woordenboek)- veilig, beschermd tegen gevaar; zeerecht: uit de zee ophalen of takelen van gezonken zaken, wegslepen aan de zeekust van driftige of aangespoelde zaken.,
Beveiligen tegen losgaan, beschermen tegen verwateren.
‘Borgen’ (Van Dale-online) 1. in veiligheid brengen, 2. (goederen of lading van ) gestrandeschepen, neergestrte vliegtuigen enz in vieligheid brengen 3. naar een paats brengen en daar bewaren

En tot slot ken ik ‚borgen’ ook als ‚monteren’, iets veilig vast zetten met bouten en moeren.

Waar het om draait bij ‚geborgenheid’ in alle vormen is ‚veiligheid’. Opgroeien in een onveilige situatie geeft geen ‚geborgenheid’. Weglopen van huis, een nieuw leven proberen op te bouwen, maar nog vastzittend aan het oude, geeft ook geen geborgenheid. Vervolgens ziek worden en in de maalstroom van een jaren durend verwerkingsproces terecht komen, is ook alles behalve ‚je geborgen weten’. Tel daar wat ‘gender-issues’ en een paar mislukte relaties bij op en je begrijpt dat ‚geborgen’ zijn, niet een kernwoord in mijn leven was. Of het moet zijn geweest het ontbreken ervan, want ik was me er nooit eerder van bewust tot het vorige week uitgesproken en met mijn leven in verband gebracht werd.

Een zeker vorm van eenzaamheid is inherent aan het leven. Je wordt alleen geboren en gaat alleen dood. Dat en alles daartussen zijn processen die niemand anders voor je kan doormaken of je tegen kan beschermen. Alleen jij kan jouw levensweg lopen. En iedereen zoekt zijn eigen manier om met die kennis en ervaring om te gaan.

In mijn leven was het altijd, veiliger om alleen te zijn. Tegelijkertijd was als klein kind alleen zijn gevaarlijk, want dan gebeurden de ergste dingen. De mensen die je het meest zou moeten kunnen vertrouwen, deden het meest pijn. Niet uit pure slechtheid of onwil, maar omdat ook zij worstelden met alles waar iedereen mee worstelt en daar hun weg in zochten. Maar soms blijft een klein kind daarbij achter en leert zich verstoppen achter een grap en een grol. Ik was de gangmaker, de lolbroek, althans van buitenaf gezien.
Het heeft me heel wat omwegen gekost om uit te vinden wie ik echt ben en langzaamaan begin ik haar te leren kennen. Maar haar vertrouwen is nog wel ‚een dingetje’. Als je de mensen om je heen niet kunt vertrouwen en je kunt jezelf niet vertrouwen, omdat je niet kunt en durft te zijn wie je werkelijk bent…wat blijft er dan over? God? Boeddha? Krishna? Allah? Niets? Alles?

Liefde is altijd mijn leidraad geweest, zelfs als ik niet wist hoe het moest, ik wist dat het de weg was voor mij. Die weg liet me allerlei godsdiensten en levenswijzen ontdekken en onderzoeken via de kunst, boeken en verhalen van anderen. Een Chinese wijsgeer zei: „Om de wereld te leren kennen hoef je niet verder te reizen dan de vier hoeken van je kamer” Die wijze les blijkt nog steeds waar sinds de dag dat ik hem voor het eerst las en er troost en leiding in vond.

Alles wat je nodig hebt zit in jezelf. Ieder stukje heling en beter worden heb ik in mijzelf gevonden. Ieder gevecht was het meest met mijzelf, want hoe hard anderen ook voor me waren, ik was zelf altijd nog harder. En ook nu blijkt dat ikzelf het meest in mijn eigen weg sta. Want de grootste eenzaamheid komt voort uit een angst voor ‚samen’ zijn. En de ene keer is dat angst om samen te zijn met een ander, die toe laten in mijn wereld en durven vertrouwen, een andere keer is het angst om samen te zijn met mijzelf, want wat ga ik daar nu weer in tegenkomen wat nog verwerkt moet worden?

Vandaag zet ik de eerste stap naar echte geborgenheid leren geven aan mijzelf. Mijn doel is altijd geweest openheid, mijn leven en lessen delen met wie ze maar wil horen, hopend dat iemand er iets aan heeft. Dan heb ik het in ieder geval niet voor niets geleefd en we zijn tenslotte allemaal deel van elkaar, dus mijn heelheid is jouw heelheid. Vanaf vandaag komt daar een missie bij: bewust geborgenheid geven en beleven.

Het is een lange weg, van ‚niemand mag dit ooit weten’, naar ‚dit is mijn verhaal’. En nee, mijn verhaal is niet belangrijk, het is er een van velen. Miljoenen mensen, groot en klein, vluchten en vechten nog dagelijks voor hun leven, zij verdienen jullie aandacht nu. Zij hebben direct hulp nodig, nu! Maar ook hun leven nu, wordt ooit een verhaal over ‚toen’. Ieders weg is een aaneenschakeling van losse verhalen, die samen uitgroeien tot dat ene verhaal wat een leven is. Met een begin, een eind en daartussen een lange weg van leren, groeien, meemaken, overleven, doorstaan, en weer verder groeien, meemaken en doorgaan, totdat dit boek eindigt.
En ieder verhaal draagt lessen in zich ook voor anderen om van te leren, troost in te vinden, steun, draagkracht, moed, herkenning, liefde. Alles wat een mens nodig heeft op zijn weg om te groeien tot wat hij is.

Ik ‚borg’ mijn verhaal, leg het vast in woorden en verhalen, voor ieder om te vinden en te lezen. Met ieder stukje wat ‚geborgen’ word, teruggehaald uit die grote, oceaan van vergetelheid, van op drift en zwervend, naar veilig en op zijn plek, leer ik dat geborgenheid betekend je veilig voelen in je leven, huis en lijf! Dat kan niemand anders voor me doen, maar ik doe het niet alleen. Door verhalen te delen leren we van elkaar, kunnen we elkaar stukjes geborgenheid geven, door te laten weten ‘het is ok dat je bent wie en waar je bent’. En soms door de vraag: “Wat maakt dat jij je veilig en geborgen voelt?”

FHHage, Weesp
2018

  • Previous
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • Next
  • Facebook
  • Instagram
  • LinkedIn
  • Etsy
  • Mail

ADHD advocate Autisme autisme- onderzoek Autismeweek Bijzonder klimaat Black hole Corona De Droommaker De jonge monnik Depressie geborgenheid haiku Het Gouden Koord boekjes Het Ooggebeuren Hoop illustratie inclusiviteit Indië-Herdenking Inspiratie Joey Kalligrafie Klimaat Konijntje Altijd Wakker late diagnose Lichaam mentale gezondheid Ned-Indië Nederlands-Indië neurodivers nieuwjaar prentenboek question rituelen rouw rust Stephen Hawking vader Verlies Weespernieuws Wereld Autisme Dag wolken Woord van de Dag Zaterdagportret Zijn

Op de hoogte blijven?

Welkom!

Schrijf je in om elke maand gewelidige informatie te ontvangen.

We sturen je geen spam! Lees ons [link]privacybeleid[/link] voor meer informatie.

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

LOREM IPSUM

Sed ut perspiciatis unde omnis iste natus voluptatem fringilla tempor dignissim at, pretium et arcu. Sed ut perspiciatis unde omnis iste tempor dignissim at, pretium et arcu natus voluptatem fringilla.

© 2026 Not so daily Musings | Aangedreven door Minimalist Blog WordPress thema