Not so daily Musings

I’ll write when i have something to say

Menu
  • Home
  • Musings
    • De Droommaker – prentenboek
    • Het gouden koord boekjes
    • Inspiratie
    • Persoonlijk
    • Op jaar
      • 2023
      • 2022
      • 2021
      • 2020
      • 2019
      • 2018
      • 2017
      • 2016
      • 2015
      • 2012
  • Nieuwtjes
  • meer over mij
  • Pers
  • Stel je vraag…
Menu

Categorie: Rouw

Laag frequentie geluid

Geen klager

Geplaatst op juni 18, 2024 door Eric

Maandagochtend. Nog voor ik mijn ogen open kan doen spoelt een golf van verdriet over me heen. Het voetbalseizoen is weer geopend. En dat heb ik geweten afgelopen weekend.

Eerdere jaren werden voetbalwedstrijden in groepjes bij mensen binnenshuis of in cafe’s bekeken. Nu wordt er een tent opgezet, komt het grootbeeldscherm naar buiten met daarbij passende geluidsinstallatie en zit er binnen no time een aardig gezelschap onder de luifel. Biertjes en hapjes erbij en dan begint het feest.

Ik woon drie huizen en een dwarssteeg verder en sluit mijn ramen ook al is het weer heerlijk. Nog geen uur later zoek ik mijn oordopjes op en niet lang daarna gaat ook de koptelefoon eroverheen. Ik heb niets met voetbal, maar heb geen keus, de stem van de presentator dringt mijn huis binnen en verteld me van minuut tot minuut wat er op het veld gebeurt. Begeleid door de nodige oeeeee’s, aaaa’s en yeaaaaahs! In de pauze schalt het “you’ll never walk alone’ en andere voetbal hymnes door de speakers en wordt luid meegebruld door de aanwezigen.

Als kind woonde er een duivenpaar in de dakgoot boven mijn slaapkamer. Al in de vroege uurtjes begonnen die te koeren dat het een lieve lust was. Soms was dat gezellig, eventjes. Maar na een tijdje bereikte het altijd een haren-uit-je-hoofd-willen-trekken stadium. Uitgaan en feestjes is ook nooit ‘mijn ding’ geweest. Te luid, te druk, te veel. Ik probeerde het wel, maar het lukte me niet ervan te genieten, zelfs niet met wat drankjes op. Soms moet je je gewoon erbij neerleggen dat iets niet bij je past, wat anderen er ook van vinden. Ongezellig, spelbreker, aso, raar, zeurpiet, zuurpruim en dat zijn nog de aardige termen.

Ach, het is maar een feestje. Eens in de twee jaar, moet kunnen toch? Gun ze hun pleziertje! Doe niet zo ongezellig, dan kom je er toch gewoon bij? Heb je er ook geen last van.

Of…is dat ook zo? Heeft iemand ooit gevraagd of dit zo werkt? Nee, nooit!

Maar ik ben geen klager, wil geen spelbreker zijn, dus ik sluit mijn raam, doe de oordoppen in, zet de koptelefoon op (nee, geen noise-canceling). Eigen muziek luisteren lukt niet, tv kijken of radio luisteren zit er ook niet in, de stemmen, muziek en harde beats overstemmen alles wat ik in huis wil doen. Ik wilde schrijven, over vaderdag, over rouw, maar de rauwe werkelijkheid van het voetbal overstemde letterlijk en figuurlijk alles.

Na de wedstrijd is het feest, er is gewonnen blijkbaar, dus de muziek gaat harder, de beats worden intenser. Oordopjes en een koptelefoon houden maar zoveel geluid tegen,dat het je lichaam binnendringt doe je niets tegen. De bassen en beats dreunen door mijn vezels, zetten elke zenuw in mijn lichaam op scherp en binnen een kwartier begint de pijn van een overbelast zenuwstelsel wat niet anders wil dan vluchten voor deze aanslag op het systeem. Nog een half uur verder en ik zit huilend op de wc-pot in de badkamer, de enige plek waar de beats nog een beetje uit te houden zijn. Alles in mij schreeuwt om dit te laten stoppen, de herrie, de pijn, het trillen, de continue monotone dreun van bassen en steeds snellere beats. Als een mokerslag slaan ze mijn weerstand en wankele gezondheid stuk en binnen een paar uur ben ik een hoopje ellende wat niet meer kan dan shaken, huilen en hopen dat het niet lang meer duurt. Maar helaas. Het voetbalfeestje zaterdag was pas het begin. Zondagmiddag al begint alles overnieuw en duurt het feestje tot 22.00u ’s avonds. Weg weekend, weg rust, weg dagen.

Gesloopt kruip ik mijn bed in om maandagochtend wakker te worden met een lichaam wat nog nazindert en gloeit van brandende tintelingen tot diep in mijn vezels. Het zal een paar dagen duren voor ik hier weer van hersteld ben. Een paar dagen van amper kunnen werken heel veel shaken om alle spanning uit mijn lichaam kwijt te raken en verplichte rust. 

En weten dat dit pas het begin is. Want vrijdagavond is alweer de volgende wedstrijd en zaterdag ook nog de jaarlijkse straatBBQ. Ook zo’n feest waar ik al jaren niet meer kom. Niet omdat ik niet wil, niet omdat ik mijn buren niet leuk vind, maar omdat ik niet kán. Omdat de combinatie veel mensen en harde muziek,waardoor je elkaar amper verstaat, niet te doen is voor mensen zoals ik. 

Festivalbeats die doordringen in de stad ‘omdat de wind verkeerd staat’. Jaarlijks terugkerende Sluis-&Bruggenfeesten die inwoners van het centrum op de vlucht doet slaan omdat de geluidsoverlast van muziek te erg is geworden. En dat een heel weekend lang.

Ik hou van wonen in het centrum, ik hou van feestjes, van gezellig samen zijn met mensen, van praten met mensen. Maar mijn lichaam kan niet tegen de aanslag die harde muziek is en daar ben ik niet de enige in. Steeds meer mensen zetten noise-canceling koptelefoons op in het verkeer, de trein, het vliegtuig en ja, zelfs festivals. Wat klopt er niet aan dit plaatje?

Wat is er mis met práten met mensen, met buren, vrienden en ja, een muziekje op de achtergond is prima, gezellig. Maar muziek en dan vooral die dreunende bassbeat is tegenwoordig hoofdgast op iedere gelegenheid. Een gesprek voeren zit er niet meer in, zelfs genieten van de muziek zit er niet in. Muziek is overal en steeds harder. Als we met zijn allen aan de noise-canceling koptelefoons moeten, omdat er overal te veel geluid is, teveel harde geluiden, onaangename geluiden, doen we dan niet iets verkeerd?

Vroeger hadden we zoiets als volumeknoppen en o, wonder, die konden muziek ZACHTER zetten, zodat je elkaar weer normaal kon verstaan en een echt gesprek kon voeren ipv elkaar met gebarentaal en schorschreeuwend duidelijk proberen te maken dat je de ander niet kunt verstaan. 

Ik ben geen klager, ik ben geen spelbreker. Ik ben alleen iemand die niet gebouwd is op harde geluiden en zoals mij zijn er velen. Alleen zijn wij meestal te beleefd om er iets over te zeggen. Want wie wil er nou voor aso uitgemaakt worden, als zeurpiet en zuurpruim gezien worden die anderen hun plezier niet gunt?

Ik hou van wonen in het centrum. Ik woon hier al 30 jaar. Toen kon ik nog gewoon mijn raam openzetten tijdens S&B feest, want de muziek was alleen te horen bij de podia zelf. Nu vlucht ik weg uit huis en als dat niet kan, weet ik dat ik een heel weekend en de nodige dagen erna letterlijk ziek van de herrie zal zijn. 

Ik hou van mijn buren, het zijn stuk voor stuk lieve, fijne mensen met het hart op de goede plaats, met wie ik op ieder ander moment een fijn gesprek zou willen voeren. Maar als nu het straatfeest komt vlucht ik weg en als dat niet kan, zit ik huilend in de badkamer met een koptelefoon op en mijn lichaam gloeiend van de pijn in mijn zenuwen. Want ik ben geen klager, ik ben geen aso, ik gún iedereen hun feestje en hun plezier.

Maar is dat ook zo andersom?

Wie sluit wie hier uit?

Zijn met wat is

Geplaatst op januari 29, 2024januari 29, 2024 door Eric

Zijn met wat is, met de toestand in de wereld of je leven in het klein, het is iedere dag een nieuwe uitdaging, opnieuw dat proces.
Soms lukt het, even zo vaak ook niet, dan stuit je op weerstand, op dat gevoel van ‘het is genoeg’, ik wil het niet (meer) weten’. Soms is ‘wat is’ teveel.
En ook dat is goed, dit registreren hoort ook hoort bij zijn met wat is.
Morgen is een nieuwe dag.
Vandaag is vandaag genoeg.

Het is een proces, iedere keer een laagje dieper dalen in dit weten. Niet zonder kleerscheuren en niet zonder tranen komen we erdoor en voelt het afpellen van weer een laag als nog kwetsbaarder en kleiner worden. En toch is het groei:

Zijn met wat is,
is zijn waar mijn lichaam is, is zijn waar mijn benen zijn,
waar mijn armen zijn, waar mijn hoofd is, mijn rug, mijn buik, nek, keel, borstkas.
Zijn met wat is, is zijn waar mijn gedachten zijn,
zijn met wat mijn gevoelens zijn,
Zijn met het heden precies zoals het is.

Zijn met wat is,
Is weten dat het verleden nooit anders zal zijn.
Ik zal nooit los van mijn verleden zijn, mijn verleden zal altijd dit verleden zijn.
Ik zal nooit zijn wie ik had willen zijn zónder dit verleden.
Zijn met wat is, is weten dat ik nooit iemand anders zal zijn.
Ik zal altijd dit lichaam zijn, deze armen, deze benen, dit hoofd, dit gezicht.
De tijd zal er zijn werk aan doen, maar dit zal altijd mijn lichaam zijn, niet dat van een ander.

Zijn met wat is,
is zijn wie ik ben, zonder te proberen het beter, mooier, fitter, slimmer,
anders te willen laten zijn dan het is.
Mijn verleden is mijn verleden.
Mijn leven is mijn leven.
Ik werd geboren waar ik werd.
Ik groeide op zoals ik groeide.

Zijn met wat is,
is het opgeven van de wens dat het anders is.

Zijn met wat is,
is weten dat ik imperfect perfect ben.
En dat is OKAY!

15 nov. 2020

Tijd voor een dansje

Geplaatst op januari 29, 2024januari 29, 2024 door Eric

Het is tijd voor een dansje, gewoon even bewegen, lichaam en ziel verheffen, het gewicht van de wereld van me af laten glijden. In stilte in de kamer, zittend op de bank, springend door de ruimte, dansen kan altijd en overal. Vanavond doe ik het in stilte, gewoon, omdat het kan. Dans gerust even mee!

Dansje in het donker

Handen aan armen als slangen
strelen, raken, omvatten,
reiken en trekken zich terug
in een spel van beweging
onzichtbare partner

Voeten zweven op tenen
gedragen
zich als kinderen
ontspringen de dans
waar ritme ze vooruitsnelt

Bekken, rug en borst
-geen partij voor soepele benen-
volgen hun eigen cadans
zacht golvend
op geluidloze melodie

Zingend hart
zet vlees en botten om
in vloeiende beweging
-ontluiken-
dans van de ziel

©Eric FH Hage, Weesp 2021

Bericht uit de vijver – storm in mijn hoofd

Geplaatst op maart 20, 2023oktober 8, 2023 door Eric

Ik ben een vijver in de tuin van het leven. Mijn water bevind zich midden in dit grote universum. Ik bevind mij in het water van mijn ziel. ‘Ik’ bén dit water zelf. Een enkele keer is het oppervlak stil, glad als een spiegel. Meestal echter is het in een of andere staat van beweging. Rustig heen en weer kabbelend, wat roeriger golvend of geteisterd door ondergrondse stromingen die aan het oppervlak nooit zichtbaar zullen zijn.

Net zoals Persephone ondergronds getrokken werd, wordt ik eens in de zoveel tijd door de mangel van mijn brein gehaald. Meestal gaat er een periode aan vooraf waarin veel nieuwe dingen op me af komen. De rustig ogende vijver krijgt hier en daar steentjes toegeworpen. Kringen rimpelen het oppervlak en hier en daar rakelt het steentje iets van de bodem op als het de diepte raakt. Er lijkt weinig aan de hand, tot het tempo van de steentjes opgevoerd wordt, dan ineens komt het water niet meer tot rust. Kring na kring breekt het wateroppervlak, losse steentjes concentreren zich tot een hagelbui. De eerder nog heldere wereld onder het wateroppervlak wordt troebel en ondoorgrondelijk.

Van de buitenkant is niets te zien. Die hele storm, waarin gevochten moet om te overleven, gaat aan de buitenwereld voorbij. Verstopt achter hoge muren, waar die wereld zichzelf op projecteren kan. Ik ben niet die projecties. Ik ben de vijver, de stilte, de storm, de hagelbuien. Alles wat beweging en niet-vast is, dat ben ik. Alles wat onzichtbaar is, ben ik.

Een voor een komen de hints vanuit het universum naar me toe. Een autistische klant, een documentaire, een artikel, een boek en nog een en nog een. Vragen, opgeroepen in het ene boek, vinden antwoord in het andere boek, soms al voor het eerste uit is. Al snel wordt ik dieper en dieper de spiraal van obsessief onderzoek ingezogen. Ik weet hoe dit werkt, me ertegen verzetten heeft geen zin. In overgave de diepte in, is het enige wat me hier doorheen gaat halen. Iedere maalstroom heeft zijn eigen uitgang.

Zo volgen stormachtige dagen, weken, van lezen, schrijven, denken, herinneren, onderzoeken. Steentje na steentje wat me wordt toegeworpen oppakken en bekijken. Wat oud is en rustig op de bodem lag, komt ineens weer omhoog, mengt zich met wat nieuw binnenkomt. Op het dieptepunt openbaart zich de kern. Dit is waar waarheid zich bevindt, waar ik naar toegeleid werd. Dit is de diamant die ik moest vinden. Alles begint op zijn plek te vallen. Hagelstenen versmelten met het water wat al was, sediment van losgewoelde modder hecht zich tot verse bodem. Nieuwe kennis hecht zich aan oude waarheid, zet het in nieuw licht. Ademhaling komt hortend en stotend tot rust, brengt kalmte na een paniekerige strijd tot overleven.

De vijver is gekalmeerd. Ik heb de storm doorstaan en zoek mijn weg in nieuwe helderheid.

Mijn vader is dood

Geplaatst op september 20, 2022oktober 8, 2023 door Eric


Daar het staat er. Zwart op wit. Letters op papier. ‘Dood’ is een hard woord, een harde grens en voelt als een harde staat van zijn. Dat komt door de dubbele ‘oo’ en de d’s die ze begrenzen. Als boekeinden. Twee OO’s, wielen die nergens meer heengaan, tot stilstand gebracht door een D en d als de doodgravers die ze zijn, kraaien die het nest bewaken, gravers van het graf waar we allemaal in eindigen. Dood. Het woord zelf is beeld van het bed waarin hij zijn laatste adem uitblies.

Wat is er zacht aan de dood? Het sterven zelf kan in één laatste moment ‘zacht’ zijn. Dat moment van overgang waar adem tot stilstand komt en zichzelf tot gedicht verheft. De laatste adem, uitgeblazen. Pruttelend, reutelend komt daar die jarenlange stroom van zuchten, adem in, adem uit, adem in, adem uit, ineens tot rust. De cirkel is rond. Wat begon met een eerste diepe inademing, eindigt met een laatste zucht. Dit punt van wegglijden uit het leven is ’t enige zachte aan sterven. Het is het leven zelf wat wegvloeit, een rivier komt tot stilstaand in zijn bedding. Water werd naar de zee gedragen om eindelijk weer dat grote zilte nat te mogen zijn. Niet langer hoeft het zich ergens voor of omheen te buigen, het hoeft zich niet meer te voegen naar stenen, rotsen en gebergten die haar pad verstoren en omleiden naar waar ze misschien niet wil zijn. Het leven baant zijn eigen pad, wij kunnen slechts volgen.

Meeuwen krijsen de eeuwigheid tegemoet boven dat wijdse blauw, zweef-duikend boven de eeuwige oceaan, dat Zeeuwse water wat door dijken brak om je te vinden op het dak van je jeugd. Het zeewater wat zich weer terugtrok en je omringde alle dagen van je leven. Waar ook jij steeds terug trok naar dat boerenland. Terug de barende moeder van de eeuwigheid in. Ze krijgt je vandaag weer mee terug.

Ik hoef je niet te zoeken, ik weet je te vinden. Nee, niet in de grond waar de kraaien je naar terug zullen dragen, daar waar slechts je vlees en bloed en botten tot levende aarde en stilte zullen vergaan. Nee, daar in die stoffelijke resten vind ik slechts herinneringen van vleselijk verkeer die je nu voorgoed mee mag nemen. Ze hielden mijn leven gevangen in een angst die niemand nog zal kennen. Ik geef ze je vrij, neem ze mee, verspreid ze op de wind. Laat de teugels los. Je bent nu vrij. Vrij om te zwemmen, vrij om te zweven, om te ademen. Diepe lange teugen mogen je verkoelen. Dans, ren, waar je je leven lang struikelde over een voet die niet mee wilde in tempo en richting waar jij wilde gaan. Eindelijk kun je leren dansen op het ritme van je eigen maat. Laat het allemaal los, dat hele gewichtige leven, laat het maar gaan. Het mag. Wees eindeloos.

Vandaag zwaai ik je uit, blaas laatste woorden achter je aan: ik laat je vrij en laat mij vrij. We hebben onze dans gedanst, gedaan wat we konden binnen de grenzen die ons waren gegeven. Jij bent nu grenzeloos, zoals je in leven ook al te vaak probeerde te zijn. Nu mag je zijn, zo vrij als je wilt. Vlieg, stroom, dans, ik zwaai naar het water, de wolken, de lucht, het platte, platte land en roep je na:
Dag pa!

Afscheid,#rouw,#rouwverwerking,#rouwproces,#afscheidopafstand

Geplaatst op september 12, 2022oktober 8, 2023 door Eric

Diep, diep onder de indruk. Ik ben geen grote fan van koningshuizen in het bijzonder, wel van traditie, geschiedenis, culturen en hun rituelen en vooral mensen. Er is een verschuiving op grote schaal aan de gang. Een tijdperk sluit af, een nieuwe begint. Een leven eindigt en daarmee begint haar geschiedenis en die geschiedenis creëren wij mee door er deel van te zijn, bewust of onbewust. Zoals gezegd, ik hou van rituelen en tradities, dus ik volg de gebeurtenissen rond het afscheid van koningin Elizabeth zoveel mogelijk. Via tv en internet dan wel, erheen gaan is wat lastiger. Maar ook dat is meedoen aan geschiedschrijving, want het is de eerste keer in de geschiedenis dat het afscheid van een koningin en het gelijktijdige opstaan van een nieuwe koning, op zo’n grote schaal vastgelegd wordt en over de hele wereld gevolgd kan worden.

Rituelen die eeuwen geleden begonnen zijn, worden nog steeds gevolgd, in Engeland en evenzo in het prachtige Schotland. Het land waar de koningin zo van hield en ook overleed. De proclamaties van het overlijden, vroeger nodig om het volk over het hele land te laten weten dat een lid van het koningshuis geboren of overleden was. De rijen soldaten ter bescherming van de leden van het koningshuis, op zich ook al indrukwekkend en prachtig om te zien. Al die op gepaste afstand opgestelde mannen en vrouwen in uniform, bewegend als één. De kunstwerken die de uniformen zijn, de details vol betekenis, iedere kleur, iedere vorm, niets is zomaar, over alles is nagedacht.

Er is zoveel om te waarderen, bewonderen, je door te laten inspireren. Iedere stap, iedere beweging, afgestemd op eenheid, op efficiëntie. Hoe jonge soldaten de kist uit de auto op hun schouders tillen en met afgemeten bewegingen als één man haar de kerk in dragen. Alles, alles ademt betekenis en traditie. Tradities waarin Elizabeth als koningin diep geworteld was. Waarin ze niet alleen geboren werd, maar ook haar hele leven in dienst van stelde, omdat ze zo diep in haar DNA en leven verweven waren. Ze was koningin, maar ook en vooral een vrouw, die haar rol en taak serieus nam en dat tot aan haar dood volhield.

Maar binnen al die traditie en levende geschiedenis vindt ook diep menselijk verlies plaats. Volwassen als ze zijn, koning, prins of prinses, het blijven kinderen die hun moeder verliezen. Een verlies wat op iedere leeftijd zwaar weegt. Bij het uitblazen van haar laatste adem blaast de koningin de nieuwe koning het leven in. Een zoon verliest zijn moeder en wordt koning in dezelfde seconde. Op zijn 73e, als de meeste mensen met pensioen zijn, begint voor hem de baan van zijn leven. Letterlijk en figuurlijk.

Wat ik verder ook van hem vind, daar kan ik niet anders dan respect voor hebben. Net zoals voor het moment waarop hij, samen met zijn zus en 2 broers, tussen de persoonlijke lijfwachten van de koningin wacht staat. Daar staan een zus en twee broers samen met hun oudste broer, de nieuwe koning, ieder aan een kant, wakend naast de kist van hun moeder, onder het toeziend oog van langslopend publiek. De ogen op een ongedefinieerd punt op de vloer voor hen, de blik naar binnen gericht. Ieder alleen met de eigen gedachten en gevoelens, tot in de puntjes gekleed en toch naakt en kwetsbaar voor de blikken van het publiek. Een moment zo diep persoonlijk dat zelfs via de camerabeelden ernaar kijken al pijn doet en voelt als een inbreuk in hun persoonlijke ruimte.
En toch staan ze daar, open en kwetsbaar. Daar kan ik niet anders dan diep, diep van onder de indruk zijn. Waar je ook in gelooft, daar past niets anders bij dan een oprecht ‘God bless the Queen, God save the King’ en de kinderen die deze tradities dragen, leven en voortzetten.

Met een diepe buiging erachteraan voor de Schotten, die met terechte trots zo hechten aan hun tradities, hun prachtige landschappen en hoe zij met zoveel respect en gevoel voor waardigheid afscheid nemen van hun Koningin en haar uitgeleide weten te doen.

Vanuit mijn hart naar allen die hierbij betrokken zijn ‘Namaste’
🙏❤️

PS, Prinses Anne schrijft geschiedenis door als eerste vrouw ooit wacht te houden naast een koninklijke kist.

Boedha en een vrouwenlichaam – 1

Geplaatst op oktober 7, 2018oktober 8, 2023 door Eric

Denken over dood. Wiens dood?
Mijn dood, zijn dood. De dood die hij stierf voor hij bij mij kwam. De dood die ik stierf voor ik bij haar kwam. De dood die wij beiden moeten overwinnen.
Maar is dat zo?
Waar kwam hij vandaan? Waar kwam ik vandaan? En waar gaan wij naar toe?

Hij is mijn schaduw, mijn stille reisgenoot. Niemand ziet hem, maar hij praat in mijn gehoor. Hij voelt in mijn gevoel. Hij denkt in mijn denken. Hij is deel van mij en toch ook weer niet, want hoe zou ik hem anders los en tegelijk zo niet-los van mijzelf kunnen ervaren?
Eén zijn is iets anders, daar zijn wij naar op weg. Namaste!

Als we dood gaan…
Wat gebeurt er dan? Wat betekend dat dan?
Dood is deel van het leven. De dood IS het leven. Niets is permanent, alles verandert. Van alles wat we ooit hebben meegemaakt is niets gebleven, alles is voorbijgegaan. Van sommige dingen hebben we nog herinneringen, maar van veel meer weten we niet eens meer dat we het gedaan hebben. Wie herinnert zich iedere minuut, iedere seconde van iedere dag? Weet jij nog wanneer je at op die dinsdag de 2e zondag van de maand 4 jaar geleden? Weet jij nog wat je dacht, wat je zei tijdens dat gesprek om precies 13.13 op die vrijdag 6 jaar geleden? Alleen wie een feilloos geheugen heeft zal dat nog weten, maar de meesten van ons zijn de details vergeten. We onthouden vooral de grote dingen, de dingen die ons heel blij of heel niet-blij maakten. 
De rest vergeten we en dat is goed. 

    „This too shall pass.” 

Een mantra om te onthouden. Om jezelf te vertellen bij al die dingen, de grote, de kleine, de fijne, de minder fijne en zelfs de absoluut geweldige en absoluut verschrikkelijke. Alles gaat voorbij. Dat doet niets af aan het mooie, het leuke, fijne of minder fijne. Het betekend alleen dat niets in het leven permanent is. Zelfs al denken we dat en hopen we het soms zelfs even.

De Tibetaanse meester Sogyal Rinpoche zegt: 

    „Omgaan met stervenden is als in een ongenadige spiegel kijken. Het naakte gezicht van je eigen paniek en van je grote angst voor pijn staart je aan. Alleen als je bereid bent naar je angst te kijken en deze te aanvaarden, zul je 'm in de ander kunnen verdragen.”

Maar omgaan met stervenden doen we allemaal, iedere dag. Want iedereen is stervend, allemaal bereiken we dat ene, onvermijdelijke moment. Wat wij leven noemen, is slechts afleiding van dat gegeven. 

Het pijnlichaam wat Eckhard Tolle zo mooi omschrijft is iets wat we ook allemaal meedragen. Het deel van ons waar we alle verdrietige, moeilijke, ‚onverteerbare’ dingen in opslaan. Als op een afgeschermde, geheime plek op de harde schijf van ons geheugen. Maar dat hij afgeschermd is, wil niet zeggen dat hij er niet is. 
Zelfs als het ons lukt hem onzichtbaar te maken, komen we hem nog tegen en worden we eraan herinnert dat er hele stukken van ons zijn, waar we niet naar kijken, zelfs liever niet eens over nadenken. Maar het is er en het wil gezien worden. De enige manier om deze plekken op te lossen is ze onder ogen komen. Ze recht in de ogen kijken, aanschouwen, voelen, aftasten, proberen te omschrijven, begrijpen, maar vooral voelen, ervaren. Pas dan zal het ons met rust kunnen laten. Want in het Grote Veld van het leven, is niets ooit echt weg. Pas als het is opgegaan in het Grote Veld kunnen we verder, zijn we weer deel van het Geheel, stromen we weer.

Waar zit mijn blokkade op deze dood? Op zijn dood, mijn dood, ons aller dood. De eindigheid.

Er zit een monnik in mij die meereist. Al mijn hele leven en vele levens voor deze reisden wij samen door de levens waar we op dat moment waren. Ook nu reist hij onzichtbaar voor de buitenwereld met en in mij mee. Al van jongs af aan voer ik gesprekken met hem, vragen ik vragen waar ik in de wereld om mij heen geen antwoord op krijg en altijd brengt hij me daar waar ik zijn moet om het antwoord te vinden. Het juiste radioprogramma, het juiste boek, de juiste film, de juiste persoon die precies dat zegt wat ik op dat moment nodig heb te horen. 

Hele periodes heb ik hem niet durven vertrouwen. Maar altijd was hij er en altijd kon ik weer bij hem terecht en op hem vertrouwen, ook al voelde ik dat vaak niet. Altijd was er dat wantrouwen. Altijd de angst. Maar ook altijd dat weten, die sterke drang, dat innerlijk ervaren van geleid worden, wat er ook gebeurde. Mijn jaren van ziekte en alleen zijn, altijd dat alleen zijn. Het gehate alleen-zijn. Waarom was er voor mij geen partner, was er voor mij geen geliefde die me begeleide, troostte, liefhad. Waarom moest ik altijd alles alleen doen en doorstaan? Maar juist in dat alleen-zijn vond ik de antwoorden, want alleen daar hoorde ik zijn stem, ontving ik zijn leiding en langzaam leerde ik hierop vertrouwen. Begon ik alleen-zijn te prefereren boven gezelschap, want dat leidde altijd alleen maar af van de antwoorden die ik zocht. 

Het Boeddhisme leert ons dat dualiteit er is om het te leren overstijgen. Geen leven – geen dood, geen man – geen vrouw, geen licht – geen donker, geen pijn – geen geluk, geen liefde – geen angst, geen lichaam – geen niet-lichaam.

        Getik op het raam
        Hommel wil naar binnen - STOP -
        Vergeet de illusie.

        Het leven beweegt
        Omdat het leeft - LEEF!
             
       FH

Ooit dacht ik hem te moeten vinden, hem te moeten zijn. Naar de bergen, in een grot in meditatie, want daar gingen mijn dromen over. Maar het leven bracht me naar het huis waar ik nu al 27 jaar woon, waar ik weken, maanden aan bed of bank gekluisterd lag, tot ik me realiseerde, dit is mijn Boddhi-boom, hier zal ik verlichting vinden. Daar hoef je niet voor naar India of Tibet te reizen, hoe zeer mijn ziel daar ook naar verlangd. Een verdwaalde monnik in een vrouwenlijf in een leven, ver van wat hij droomde. 

In mijn werk vindt ik de rust en eenheid die ik zoek, hij helpt mij op mijn pad te blijven. En iedere keer als ik ervan afwijk, verleidt door wereldse verwarring en denken dat ik het daar vinden zal, want dat alleen-zijn is zo moeilijk soms, stuurt hij me zonder omhaal terug. En laat me precies vinden wat ik nodig heb, nee, het is niet voor niets dat ik geboren ben net voor de tijd van internet. Liggend in bed, lezend over reizen en de spirituele ontdekkingen van anderen kon ik ervaren hoe het was in de tijd van de grot. Van het afgezonderd zijn van de wereld om mij heen ook al lag ik er, fysiek gezien, middenin. Maar de emotionele en spirituele scheiding was te groot. Ik vond niets van mijzelf terug in die wereld om mij heen. En nog vindt ik het vaak moeilijk me verbonden te weten, ook al blijf ik het proberen. 
De monnik in mij is te sterk. Hij roept mij van ver, staat naast mij, dichterbij dan iemand ooit geweest is. En ooit zal ik hem zien zoals het bedoelt is. En dan zullen we weer samen zijn. Maar voor nu, moet ik het doen met zijn onzichtbare aanwezigheid en de leiding die hij mij op gepaste afstand geeft.
Met dank daarvoor, dank, dank, mijn eeuwige, oneindige dank.

Gaan leren praten over zijn dood, mijn dood, de dood die ons scheidt en samenbrengt. Dat is nu mijn taak. Want er zijn woorden die gezegd willen worden, waarden die doorgegeven dienen te worden. Samen doen wij dit, mijn innerlijke monnik en ik. Maar ach nee, wie heeft het nu weer over dat domme idee van afgescheiden zijn! Welkom in dit leven in de dood. Namaste!

  • Facebook
  • Instagram
  • LinkedIn
  • Etsy
  • Mail

ADHD advocate Autisme autisme- onderzoek Autismeweek Bijzonder klimaat Black hole Corona De Droommaker De jonge monnik Depressie geborgenheid haiku Het Gouden Koord boekjes Het Ooggebeuren Hoop illustratie inclusiviteit Indië-Herdenking Inspiratie Joey Kalligrafie Klimaat Konijntje Altijd Wakker late diagnose Lichaam mentale gezondheid Ned-Indië Nederlands-Indië neurodivers nieuwjaar prentenboek question rituelen rouw rust Stephen Hawking vader Verlies Weespernieuws Wereld Autisme Dag wolken Woord van de Dag Zaterdagportret Zijn

Op de hoogte blijven?

Welkom!

Schrijf je in om elke maand gewelidige informatie te ontvangen.

We sturen je geen spam! Lees ons [link]privacybeleid[/link] voor meer informatie.

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

LOREM IPSUM

Sed ut perspiciatis unde omnis iste natus voluptatem fringilla tempor dignissim at, pretium et arcu. Sed ut perspiciatis unde omnis iste tempor dignissim at, pretium et arcu natus voluptatem fringilla.

© 2026 Not so daily Musings | Aangedreven door Minimalist Blog WordPress thema