Not so daily Musings

I’ll write when i have something to say

Menu
  • Home
  • Musings
    • De Droommaker – prentenboek
    • Het gouden koord boekjes
    • Inspiratie
    • Persoonlijk
    • Op jaar
      • 2023
      • 2022
      • 2021
      • 2020
      • 2019
      • 2018
      • 2017
      • 2016
      • 2015
      • 2012
  • Nieuwtjes
  • meer over mij
  • Pers
  • Stel je vraag…
Menu

Categorie: Musings

Indië-Herdenking 2019

Geplaatst op augustus 17, 2019oktober 8, 2023 door Eric

augustus 17, 2019Posted in 2019, herdenking, proza, Schrijven

“Het is veilig om te sterven”, zei ik. De jonge soldaat keek me aan met paniek in zijn ogen. Hier lag hij dan, ver van zijn 4-jaargetijden kleine landje, in de hitte van de tropenzon. Krijgsgevangene van de Jappen in een oorlog die niet de zijne was, maar waar hij wel heen was gestuurd. Hoe was hij hier terecht gekomen, vroeg ik me af. Had hij er zin in gehad, ernaar uit gekeken, te mogen vechten voor zijn vaderland ‘in de Oost’? Of was het puur omdat de diensplicht hem hierheen had gebracht? 

Na maanden in de jungle vechten lag hij nu hier in een houten barak te vechten tegen de beri-beri die zijn lijf verzwakte en zijn brein en zenuwen rauw maakten, nog rauwer dan ze al waren geworden door de dagelijkse zware lijfstraf en werktaken aan wat de Birma spoorlijn moest worden.
Hij droomde van zijn vrouw, de jonge Indische die hij in het dorp waar hij gelegerd was had leren kennen. Ze waren verliefd geworden en sinds een paar maanden had hij een dochtertje. Tijdens zijn laatste verlof waren ze samen geweest en hadden ze de enige foto kunnen laten maken die er van hun samen was. Die foto en het moment stonden in zijn herinnering gegrifd. Hoe de kleine Maria haar eerste stapjes deed aan de hand van papa en mama. Zo’n gewoon mooi tafereeltje als je overal ter wereld tegenkwam, maar hier temidden van de gevechten was het een wonder, een stukje paradijs.

Hij wilde er zijn voor hen, zijn kleine meisje, zijn vrouw. Hij wilde dit leven met hun in de tropen en misschien zouden ze ooit samen naar Nederland kunnen om zijn familie te leren kennen. Los van de oorlog was het hier prachtig en de hitte zou hij wel aan wennen. Maar nu lag hij hier, zijn lijf uitgemergeld door het gebrek aan eten. Hij wist dat hij het niet lang meer vol zou kunnen houden, maar hij was bang. Zo bang voor wat er hierna komen ging. Hij had gevochten in een land wat niet zijn vaderland was. Was dit zijn straf? Of zou wat er komen ging nog erger zijn? Hoe kon hij ooit nog naar zijn jonge gezin terug?

De zon staat hoog aan de hemel en brand overal. De houten barak biedt weinig bescherming tegen de hitte. Het geratel van de oude ventilator biedt weinig soelaas en als er al een wind waait is hij net zo warm als de temperatuur buiten de barak. Het zand wat overal tussen kruipt, schurend tussen de lakens, knarsend tussen zijn tanden, irriterend tussen tenen, onder oksels en alle andere kieren en naden van de huid, de huid, die steeds doorschijnender wordende huid. 

Hij sluit even zijn ogen, als om te ontsnappen aan deze werkelijkheid. Waar gaat hij heen op die momenten? Naar zijn vrouw, zijn mooie, kleine dochter? Of verder weg, de sneeuw van zijn jeugd, de zwempartijen in het meer, de zee, het werken op het land van zijn voorouders. De Nederlandse taal weer horen en spreken, kunnen zeggen wat je wilt en verstaan, begrepen worden. In plaats van bevelen op moeten volgen die je worden toegeschreeuwd in een taal waar je niets van verstaat, maar die je door hardhandig geduwde, geporde, geslagen instructies en door het kijken naar de handelingen van je mede-gevangenen leert begrijpen. Zo een taal lerend waar niets liefdevols of warms in doorklinkt. 

Sommige jongens breken en huilen om hun moeder. Heeft hij ook gehuild om haar? Een mens kan maar zo lang zonder liefdevolle aandacht en dan breekt hij. Verwordt hij weer het kind dat naar zijn moeder rent voor bescherming, voor liefde, voor geruststelling. 

Maar al dat is hier nergens te vinden, alleen in zijn herinnering en als hij geluk heeft in zijn verwarde dromen. Via internet vindt ik zijn interneringskaart, met daarop maar een paar gegevens, zijn naam en geboorteplaats, naam van zijn echtgenote, mijn oma, het kamp waar hij heeft gezeten en datum en oorzaak van overlijden.
Deze week heb ik het eindelijk opgezocht: beri-beri (Singalees voor ‘Ernstige zwakte’) is er in twee vormen, natte en droge, de zogenaamde natte tast het cardiovasculaire systeeem aan, de droge het neurologische:
‘Droge beri-beri leidt tot gedeeltelijke verlamming als gevolg van perifere zenuwbeschadiging en/of centraal neurologisch disfunctie. Er is meestal symmetrisch uitval. Het sensibele systeem is als eerste aangetast in de volgorde tast–pijn–temperatuur, gevolgd door het motorische en autonome systeem.’
Er staat nog meer, maar dat kan ik niet meer lezen. Ik heb me nooit gerealiseerd dat waar hij aan gestorven is, zo lijkt op mijn aandoening. Alleen is de mijne erfelijk bepaald, leef ik er sinds mijn 18e mee en kan ik er volgens de neuroloog 100 mee worden! Hij had kunnen herstellen, met de juiste behandeling had hij er binnen een paar uur of langer bovenop kunnen komen. Maar die behandeling kreeg hij niet.

De angsten zijn herkenbaar. Ik begin te begrijpen dat heel veel van mijn angst, zijn angst geweest is. Dat heel veel van mijn doodsangst, zijn doodsnood geweest is. 
“Het is veilig om te sterven.’ Durf ik nu te zeggen tegen hem. Wetend dat zijn dood niet meer perse ook mijn dood zal betekenen. We zijn één, maar toch ook gescheiden door de sluier van de tijd.

Ik vervolg mijn woorden aan hem:
“Ik heb je grootste angst nu herkend: de angst om alleen dood te gaan. Ik weet het nu. Jij daar, alleen in dat helle-oord, alleen in dat leven ver weg van alles en iedereen die je kende, niet wetend waar de volgende straf en slaag vandaan zou komen. Maar je bent nu veilig, het sterven voorbij. Je bent hier, bij mij. Kind van jouw kind. Mijn hele leven ben je bij ons geweest. Mama weet het ook. Ze zei het wel eens, dat jij er altijd was voor haar. Maar je kon ons niet bereiken, niet zoals je wilde. Je kon zowel haar als mij niet beschermen tegen wat het leven ons bracht. Je probeerde het! Vele malen heb ik jouw stem in mijn keel voelen schreeuwen de woorden die ik niet mocht zeggen, omdat ik als kind van een Indo nu eenmaal niet gehoord mocht worden. Er waren zoveel momenten dat ik jouw woorden had kunnen spreken, maar mijn angst voor de straf van mijn moeder was altijd groter. Ook ik heb het geprobeerd, op mijn manier, maar die was niet genoeg. 

Pas nu begint het kaartenhuis in elkaar te passen. Begint ik te begrijpen wat er gebeurde, wat er speelde, wie wat wilde zeggen. Daarom doe ik het nu op mijn manier, dit schrijven.
Jij bent niet meer alleen, je lijden, je angst, je eenzaamheid is gezien. We hebben elkaar gevonden in de strijd om ons lichaam. Maar het is nu tijd, je bent veilig, het is tijd om te sterven. Tijd om door te gaan, tijd om gedag te zeggen. Niet voor altijd, want wij blijven verbonden. En zullen elkaar weerzien. Je was de vader die geen vader mocht zijn, de opa die geen opa mocht zijn, de beschermer die niet beschermen mocht. Maar weet dat je leven en sterven niet voor niets zijn geweest. Je bent niet naamloos, niet onbekend, niet zonder erkenning. Je bent mijn opa, vader van mijn moeder, grote liefde van mijn oma. We hebben je allemaal op onze eigen manier gekend, gevoeld en ervaren. Dankjewel dat je er was, dat je al dat wilde zijn!

Fragment uit: “Het Indische Huis” eerste ruwe versie 
©Eric Hage. Weesp 2019

De foto’s zijn werkjes die ik in de loop van de laatste 6 jaar gemaakt heb ter herdenking aan mijn opa. Het zijn de enige twee foto’s die ik van hem heb: een de trouwdag van mijn oma en opa en de ander de enige foto waarop zij samen staan met mijn moeder als baby, nog geen 1 jaar oud. Deze moet gemaakt zijn niet lang voor hij stierf in het Jappenkamp aan de Birma spoorlijn. De omslag van het derde boekje is zijn interneringskaart.

Zijn

Geplaatst op augustus 8, 2019oktober 8, 2023 door Eric

Geborgenheid

Geplaatst op oktober 7, 2018oktober 8, 2023 door Eric

Geborgenheid. Dat is het woord wat opkwam in een gesprek naar aanleiding van mijn vorige stukje over eenzaamheid. In het gesprek kwamen we tot de conclusie dat eenzaamheid niet zozeer gaat over alle vormen van alleen zijn, maar vooral over een gebrek aan ‚geborgenheid’, je veilig voelen.

Dat verdiende nader onderzoek:
‘Geborgen’ (in een juridisch woordenboek)- veilig, beschermd tegen gevaar; zeerecht: uit de zee ophalen of takelen van gezonken zaken, wegslepen aan de zeekust van driftige of aangespoelde zaken.,
Beveiligen tegen losgaan, beschermen tegen verwateren.
‘Borgen’ (Van Dale-online) 1. in veiligheid brengen, 2. (goederen of lading van ) gestrandeschepen, neergestrte vliegtuigen enz in vieligheid brengen 3. naar een paats brengen en daar bewaren

En tot slot ken ik ‚borgen’ ook als ‚monteren’, iets veilig vast zetten met bouten en moeren.

Waar het om draait bij ‚geborgenheid’ in alle vormen is ‚veiligheid’. Opgroeien in een onveilige situatie geeft geen ‚geborgenheid’. Weglopen van huis, een nieuw leven proberen op te bouwen, maar nog vastzittend aan het oude, geeft ook geen geborgenheid. Vervolgens ziek worden en in de maalstroom van een jaren durend verwerkingsproces terecht komen, is ook alles behalve ‚je geborgen weten’. Tel daar wat ‘gender-issues’ en een paar mislukte relaties bij op en je begrijpt dat ‚geborgen’ zijn, niet een kernwoord in mijn leven was. Of het moet zijn geweest het ontbreken ervan, want ik was me er nooit eerder van bewust tot het vorige week uitgesproken en met mijn leven in verband gebracht werd.

Een zeker vorm van eenzaamheid is inherent aan het leven. Je wordt alleen geboren en gaat alleen dood. Dat en alles daartussen zijn processen die niemand anders voor je kan doormaken of je tegen kan beschermen. Alleen jij kan jouw levensweg lopen. En iedereen zoekt zijn eigen manier om met die kennis en ervaring om te gaan.

In mijn leven was het altijd, veiliger om alleen te zijn. Tegelijkertijd was als klein kind alleen zijn gevaarlijk, want dan gebeurden de ergste dingen. De mensen die je het meest zou moeten kunnen vertrouwen, deden het meest pijn. Niet uit pure slechtheid of onwil, maar omdat ook zij worstelden met alles waar iedereen mee worstelt en daar hun weg in zochten. Maar soms blijft een klein kind daarbij achter en leert zich verstoppen achter een grap en een grol. Ik was de gangmaker, de lolbroek, althans van buitenaf gezien.
Het heeft me heel wat omwegen gekost om uit te vinden wie ik echt ben en langzaamaan begin ik haar te leren kennen. Maar haar vertrouwen is nog wel ‚een dingetje’. Als je de mensen om je heen niet kunt vertrouwen en je kunt jezelf niet vertrouwen, omdat je niet kunt en durft te zijn wie je werkelijk bent…wat blijft er dan over? God? Boeddha? Krishna? Allah? Niets? Alles?

Liefde is altijd mijn leidraad geweest, zelfs als ik niet wist hoe het moest, ik wist dat het de weg was voor mij. Die weg liet me allerlei godsdiensten en levenswijzen ontdekken en onderzoeken via de kunst, boeken en verhalen van anderen. Een Chinese wijsgeer zei: „Om de wereld te leren kennen hoef je niet verder te reizen dan de vier hoeken van je kamer” Die wijze les blijkt nog steeds waar sinds de dag dat ik hem voor het eerst las en er troost en leiding in vond.

Alles wat je nodig hebt zit in jezelf. Ieder stukje heling en beter worden heb ik in mijzelf gevonden. Ieder gevecht was het meest met mijzelf, want hoe hard anderen ook voor me waren, ik was zelf altijd nog harder. En ook nu blijkt dat ikzelf het meest in mijn eigen weg sta. Want de grootste eenzaamheid komt voort uit een angst voor ‚samen’ zijn. En de ene keer is dat angst om samen te zijn met een ander, die toe laten in mijn wereld en durven vertrouwen, een andere keer is het angst om samen te zijn met mijzelf, want wat ga ik daar nu weer in tegenkomen wat nog verwerkt moet worden?

Vandaag zet ik de eerste stap naar echte geborgenheid leren geven aan mijzelf. Mijn doel is altijd geweest openheid, mijn leven en lessen delen met wie ze maar wil horen, hopend dat iemand er iets aan heeft. Dan heb ik het in ieder geval niet voor niets geleefd en we zijn tenslotte allemaal deel van elkaar, dus mijn heelheid is jouw heelheid. Vanaf vandaag komt daar een missie bij: bewust geborgenheid geven en beleven.

Het is een lange weg, van ‚niemand mag dit ooit weten’, naar ‚dit is mijn verhaal’. En nee, mijn verhaal is niet belangrijk, het is er een van velen. Miljoenen mensen, groot en klein, vluchten en vechten nog dagelijks voor hun leven, zij verdienen jullie aandacht nu. Zij hebben direct hulp nodig, nu! Maar ook hun leven nu, wordt ooit een verhaal over ‚toen’. Ieders weg is een aaneenschakeling van losse verhalen, die samen uitgroeien tot dat ene verhaal wat een leven is. Met een begin, een eind en daartussen een lange weg van leren, groeien, meemaken, overleven, doorstaan, en weer verder groeien, meemaken en doorgaan, totdat dit boek eindigt.
En ieder verhaal draagt lessen in zich ook voor anderen om van te leren, troost in te vinden, steun, draagkracht, moed, herkenning, liefde. Alles wat een mens nodig heeft op zijn weg om te groeien tot wat hij is.

Ik ‚borg’ mijn verhaal, leg het vast in woorden en verhalen, voor ieder om te vinden en te lezen. Met ieder stukje wat ‚geborgen’ word, teruggehaald uit die grote, oceaan van vergetelheid, van op drift en zwervend, naar veilig en op zijn plek, leer ik dat geborgenheid betekend je veilig voelen in je leven, huis en lijf! Dat kan niemand anders voor me doen, maar ik doe het niet alleen. Door verhalen te delen leren we van elkaar, kunnen we elkaar stukjes geborgenheid geven, door te laten weten ‘het is ok dat je bent wie en waar je bent’. En soms door de vraag: “Wat maakt dat jij je veilig en geborgen voelt?”

FHHage, Weesp
2018

Boedha en een vrouwenlichaam – 1

Geplaatst op oktober 7, 2018oktober 8, 2023 door Eric

Denken over dood. Wiens dood?
Mijn dood, zijn dood. De dood die hij stierf voor hij bij mij kwam. De dood die ik stierf voor ik bij haar kwam. De dood die wij beiden moeten overwinnen.
Maar is dat zo?
Waar kwam hij vandaan? Waar kwam ik vandaan? En waar gaan wij naar toe?

Hij is mijn schaduw, mijn stille reisgenoot. Niemand ziet hem, maar hij praat in mijn gehoor. Hij voelt in mijn gevoel. Hij denkt in mijn denken. Hij is deel van mij en toch ook weer niet, want hoe zou ik hem anders los en tegelijk zo niet-los van mijzelf kunnen ervaren?
Eén zijn is iets anders, daar zijn wij naar op weg. Namaste!

Als we dood gaan…
Wat gebeurt er dan? Wat betekend dat dan?
Dood is deel van het leven. De dood IS het leven. Niets is permanent, alles verandert. Van alles wat we ooit hebben meegemaakt is niets gebleven, alles is voorbijgegaan. Van sommige dingen hebben we nog herinneringen, maar van veel meer weten we niet eens meer dat we het gedaan hebben. Wie herinnert zich iedere minuut, iedere seconde van iedere dag? Weet jij nog wanneer je at op die dinsdag de 2e zondag van de maand 4 jaar geleden? Weet jij nog wat je dacht, wat je zei tijdens dat gesprek om precies 13.13 op die vrijdag 6 jaar geleden? Alleen wie een feilloos geheugen heeft zal dat nog weten, maar de meesten van ons zijn de details vergeten. We onthouden vooral de grote dingen, de dingen die ons heel blij of heel niet-blij maakten. 
De rest vergeten we en dat is goed. 

    „This too shall pass.” 

Een mantra om te onthouden. Om jezelf te vertellen bij al die dingen, de grote, de kleine, de fijne, de minder fijne en zelfs de absoluut geweldige en absoluut verschrikkelijke. Alles gaat voorbij. Dat doet niets af aan het mooie, het leuke, fijne of minder fijne. Het betekend alleen dat niets in het leven permanent is. Zelfs al denken we dat en hopen we het soms zelfs even.

De Tibetaanse meester Sogyal Rinpoche zegt: 

    „Omgaan met stervenden is als in een ongenadige spiegel kijken. Het naakte gezicht van je eigen paniek en van je grote angst voor pijn staart je aan. Alleen als je bereid bent naar je angst te kijken en deze te aanvaarden, zul je 'm in de ander kunnen verdragen.”

Maar omgaan met stervenden doen we allemaal, iedere dag. Want iedereen is stervend, allemaal bereiken we dat ene, onvermijdelijke moment. Wat wij leven noemen, is slechts afleiding van dat gegeven. 

Het pijnlichaam wat Eckhard Tolle zo mooi omschrijft is iets wat we ook allemaal meedragen. Het deel van ons waar we alle verdrietige, moeilijke, ‚onverteerbare’ dingen in opslaan. Als op een afgeschermde, geheime plek op de harde schijf van ons geheugen. Maar dat hij afgeschermd is, wil niet zeggen dat hij er niet is. 
Zelfs als het ons lukt hem onzichtbaar te maken, komen we hem nog tegen en worden we eraan herinnert dat er hele stukken van ons zijn, waar we niet naar kijken, zelfs liever niet eens over nadenken. Maar het is er en het wil gezien worden. De enige manier om deze plekken op te lossen is ze onder ogen komen. Ze recht in de ogen kijken, aanschouwen, voelen, aftasten, proberen te omschrijven, begrijpen, maar vooral voelen, ervaren. Pas dan zal het ons met rust kunnen laten. Want in het Grote Veld van het leven, is niets ooit echt weg. Pas als het is opgegaan in het Grote Veld kunnen we verder, zijn we weer deel van het Geheel, stromen we weer.

Waar zit mijn blokkade op deze dood? Op zijn dood, mijn dood, ons aller dood. De eindigheid.

Er zit een monnik in mij die meereist. Al mijn hele leven en vele levens voor deze reisden wij samen door de levens waar we op dat moment waren. Ook nu reist hij onzichtbaar voor de buitenwereld met en in mij mee. Al van jongs af aan voer ik gesprekken met hem, vragen ik vragen waar ik in de wereld om mij heen geen antwoord op krijg en altijd brengt hij me daar waar ik zijn moet om het antwoord te vinden. Het juiste radioprogramma, het juiste boek, de juiste film, de juiste persoon die precies dat zegt wat ik op dat moment nodig heb te horen. 

Hele periodes heb ik hem niet durven vertrouwen. Maar altijd was hij er en altijd kon ik weer bij hem terecht en op hem vertrouwen, ook al voelde ik dat vaak niet. Altijd was er dat wantrouwen. Altijd de angst. Maar ook altijd dat weten, die sterke drang, dat innerlijk ervaren van geleid worden, wat er ook gebeurde. Mijn jaren van ziekte en alleen zijn, altijd dat alleen zijn. Het gehate alleen-zijn. Waarom was er voor mij geen partner, was er voor mij geen geliefde die me begeleide, troostte, liefhad. Waarom moest ik altijd alles alleen doen en doorstaan? Maar juist in dat alleen-zijn vond ik de antwoorden, want alleen daar hoorde ik zijn stem, ontving ik zijn leiding en langzaam leerde ik hierop vertrouwen. Begon ik alleen-zijn te prefereren boven gezelschap, want dat leidde altijd alleen maar af van de antwoorden die ik zocht. 

Het Boeddhisme leert ons dat dualiteit er is om het te leren overstijgen. Geen leven – geen dood, geen man – geen vrouw, geen licht – geen donker, geen pijn – geen geluk, geen liefde – geen angst, geen lichaam – geen niet-lichaam.

        Getik op het raam
        Hommel wil naar binnen - STOP -
        Vergeet de illusie.

        Het leven beweegt
        Omdat het leeft - LEEF!
             
       FH

Ooit dacht ik hem te moeten vinden, hem te moeten zijn. Naar de bergen, in een grot in meditatie, want daar gingen mijn dromen over. Maar het leven bracht me naar het huis waar ik nu al 27 jaar woon, waar ik weken, maanden aan bed of bank gekluisterd lag, tot ik me realiseerde, dit is mijn Boddhi-boom, hier zal ik verlichting vinden. Daar hoef je niet voor naar India of Tibet te reizen, hoe zeer mijn ziel daar ook naar verlangd. Een verdwaalde monnik in een vrouwenlijf in een leven, ver van wat hij droomde. 

In mijn werk vindt ik de rust en eenheid die ik zoek, hij helpt mij op mijn pad te blijven. En iedere keer als ik ervan afwijk, verleidt door wereldse verwarring en denken dat ik het daar vinden zal, want dat alleen-zijn is zo moeilijk soms, stuurt hij me zonder omhaal terug. En laat me precies vinden wat ik nodig heb, nee, het is niet voor niets dat ik geboren ben net voor de tijd van internet. Liggend in bed, lezend over reizen en de spirituele ontdekkingen van anderen kon ik ervaren hoe het was in de tijd van de grot. Van het afgezonderd zijn van de wereld om mij heen ook al lag ik er, fysiek gezien, middenin. Maar de emotionele en spirituele scheiding was te groot. Ik vond niets van mijzelf terug in die wereld om mij heen. En nog vindt ik het vaak moeilijk me verbonden te weten, ook al blijf ik het proberen. 
De monnik in mij is te sterk. Hij roept mij van ver, staat naast mij, dichterbij dan iemand ooit geweest is. En ooit zal ik hem zien zoals het bedoelt is. En dan zullen we weer samen zijn. Maar voor nu, moet ik het doen met zijn onzichtbare aanwezigheid en de leiding die hij mij op gepaste afstand geeft.
Met dank daarvoor, dank, dank, mijn eeuwige, oneindige dank.

Gaan leren praten over zijn dood, mijn dood, de dood die ons scheidt en samenbrengt. Dat is nu mijn taak. Want er zijn woorden die gezegd willen worden, waarden die doorgegeven dienen te worden. Samen doen wij dit, mijn innerlijke monnik en ik. Maar ach nee, wie heeft het nu weer over dat domme idee van afgescheiden zijn! Welkom in dit leven in de dood. Namaste!

Geborgenheid

Geplaatst op september 1, 2018oktober 8, 2023 door Eric

Geborgenheid. Dat is het woord wat opkwam in een gesprek naar aanleiding van mijn vorige stukje over eenzaamheid. In het gesprek kwamen we tot de conclusie dat eenzaamheid niet zozeer gaat over alle vormen van alleen zijn, maar vooral over een gebrek aan ‚geborgenheid’, je veilig voelen.

Dat verdiende nader onderzoek:
‘Geborgen’ (in een juridisch woordenboek)- veilig, beschermd tegen gevaar; zeerecht: uit de zee ophalen of takelen van gezonken zaken, wegslepen aan de zeekust van driftige of aangespoelde zaken.,
Beveiligen tegen losgaan, beschermen tegen verwateren.
‘Borgen’ (Van Dale-online) 1. in veiligheid brengen, 2. (goederen of lading van ) gestrandeschepen, neergestrte vliegtuigen enz in vieligheid brengen 3. naar een paats brengen en daar bewaren

En tot slot ken ik ‚borgen’ ook als ‚monteren’, iets veilig vast zetten met bouten en moeren.

Waar het om draait bij ‚geborgenheid’ in alle vormen is ‚veiligheid’. Opgroeien in een onveilige situatie geeft geen ‚geborgenheid’. Weglopen van huis, een nieuw leven proberen op te bouwen, maar nog vastzittend aan het oude, geeft ook geen geborgenheid. Vervolgens ziek worden en in de maalstroom van een jaren durend verwerkingsproces terecht komen, is ook alles behalve ‚je geborgen weten’. Tel daar wat ‘gender-issues’ en een paar mislukte relaties bij op en je begrijpt dat ‚geborgen’ zijn, niet een kernwoord in mijn leven was. Of het moet zijn geweest het ontbreken ervan, want ik was me er nooit eerder van bewust tot het vorige week uitgesproken en met mijn leven in verband gebracht werd.

Een zeker vorm van eenzaamheid is inherent aan het leven. Je wordt alleen geboren en gaat alleen dood. Dat en alles daartussen zijn processen die niemand anders voor je kan doormaken of je tegen kan beschermen. Alleen jij kan jouw levensweg lopen. En iedereen zoekt zijn eigen manier om met die kennis en ervaring om te gaan.

In mijn leven was het altijd, veiliger om alleen te zijn. Tegelijkertijd was als klein kind alleen zijn gevaarlijk, want dan gebeurden de ergste dingen. De mensen die je het meest zou moeten kunnen vertrouwen, deden het meest pijn. Niet uit pure slechtheid of onwil, maar omdat ook zij worstelden met alles waar iedereen mee worstelt en daar hun weg in zochten. Maar soms blijft een klein kind daarbij achter en leert zich verstoppen achter een grap en een grol. Ik was de gangmaker, de lolbroek, althans van buitenaf gezien.
Het heeft me heel wat omwegen gekost om uit te vinden wie ik echt ben en langzaamaan begin ik haar te leren kennen. Maar haar vertrouwen is nog wel ‚een dingetje’. Als je de mensen om je heen niet kunt vertrouwen en je kunt jezelf niet vertrouwen, omdat je niet kunt en durft te zijn wie je werkelijk bent…wat blijft er dan over? God? Boeddha? Krishna? Allah? Niets? Alles?

Liefde is altijd mijn leidraad geweest, zelfs als ik niet wist hoe het moest, ik wist dat het de weg was voor mij. Die weg liet me allerlei godsdiensten en levenswijzen ontdekken en onderzoeken via de kunst, boeken en verhalen van anderen. Een Chinese wijsgeer zei: „Om de wereld te leren kennen hoef je niet verder te reizen dan de vier hoeken van je kamer” Die wijze les blijkt nog steeds waar sinds de dag dat ik hem voor het eerst las en er troost en leiding in vond.

Alles wat je nodig hebt zit in jezelf. Ieder stukje heling en beter worden heb ik in mijzelf gevonden. Ieder gevecht was het meest met mijzelf, want hoe hard anderen ook voor me waren, ik was zelf altijd nog harder. En ook nu blijkt dat ikzelf het meest in mijn eigen weg sta. Want de grootste eenzaamheid komt voort uit een angst voor ‚samen’ zijn. En de ene keer is dat angst om samen te zijn met een ander, die toe laten in mijn wereld en durven vertrouwen, een andere keer is het angst om samen te zijn met mijzelf, want wat ga ik daar nu weer in tegenkomen wat nog verwerkt moet worden?

Vandaag zet ik de eerste stap naar echte geborgenheid leren geven aan mijzelf. Mijn doel is altijd geweest openheid, mijn leven en lessen delen met wie ze maar wil horen, hopend dat iemand er iets aan heeft. Dan heb ik het in ieder geval niet voor niets geleefd en we zijn tenslotte allemaal deel van elkaar, dus mijn heelheid is jouw heelheid. Vanaf vandaag komt daar een missie bij: bewust geborgenheid geven en beleven.

Het is een lange weg, van ‚niemand mag dit ooit weten’, naar ‚dit is mijn verhaal’. En nee, mijn verhaal is niet belangrijk, het is er een van velen. Miljoenen mensen, groot en klein, vluchten en vechten nog dagelijks voor hun leven, zij verdienen jullie aandacht nu. Zij hebben direct hulp nodig, nu! Maar ook hun leven nu, wordt ooit een verhaal over ‚toen’. Ieders weg is een aaneenschakeling van losse verhalen, die samen uitgroeien tot dat ene verhaal wat een leven is. Met een begin, een eind en daartussen een lange weg van leren, groeien, meemaken, overleven, doorstaan, en weer verder groeien, meemaken en doorgaan, totdat dit boek eindigt.
En ieder verhaal draagt lessen in zich ook voor anderen om van te leren, troost in te vinden, steun, draagkracht, moed, herkenning, liefde. Alles wat een mens nodig heeft op zijn weg om te groeien tot wat hij is.

Ik ‚borg’ mijn verhaal, leg het vast in woorden en verhalen, voor ieder om te vinden en te lezen. Met ieder stukje wat ‚geborgen’ word, teruggehaald uit die grote, oceaan van vergetelheid, van op drift en zwervend, naar veilig en op zijn plek, leer ik dat geborgenheid betekend je veilig voelen in je leven, huis en lijf! Dat kan niemand anders voor me doen, maar ik doe het niet alleen. Door verhalen te delen leren we van elkaar, kunnen we elkaar stukjes geborgenheid geven, door te laten weten ‘het is ok dat je bent wie en waar je bent’. En soms door de vraag: “Wat maakt dat jij je veilig en geborgen voelt?”

FHHage, Weesp
2018

Gate, Gate, Para Gate, een nieuw begin

Geplaatst op juni 29, 2017oktober 7, 2023 door Eric

juni 29, 2017

De soms monotone, soms in snelheid wisselende belletjes op de afdeling hartbewaking doen me denken aan Boeddhistische monniken. In mijn hoofd zie ik ze rondlopen door de gangen en in lotushouding zitten in hun kamers, tussen de mantra’s door hun belletjes rinkelend. Het idee heeft iets geruststellends. Dat er voor iedereen die hier ligt een monnik rondloopt en een belletje rinkelt om zijn of haar staat van Zijn aan te geven.

Het was een volle dag die begon met kortsluiting die ik niet opgelost kreeg, waardoor ik zonder stroom in keuken en woon-werkkamer zat vanaf het ontbijt. Zonder stroom dan maar een bezoekje gebracht aan mijn favoriete kunstenaarswinkel, waar ik als troost wat fijn nieuw tekenmateriaal mocht uitzoeken van mijzelf om daarna door te gaan naar de studio. Daar wilde ik gaan werken aan een speciale versie van de Hartsoetra in het Tibetaans.
Tegelijkertijd nam de rest van mijn familie, 150 km verder, afscheid van de jongste zus van mijn vader, mijn ‘tantetje’. Paniekaanvallen op de snelweg, een snel overbelast lijf en onzekerheid over onverwachtte omleidingen door de staking en de hitte, zorgden ervoor dat ik er niet bij kon zijn. Daar waren 4 dagen van stress en paniek aan vooraf gegaan om het toch te willen proberen en te bedenken hoe dat zou kunnen. Uiteindelijk gaf mijn vader de doorslag en toestemming om niet te gaan, hij wist als geen ander wat het me zou kosten. Hij had gelijk. Dus bracht ik de hele zondag door in de studio, werkend aan iets wat ik mijn tante en familie mee kon geven bij het afscheid. Zo was ik er dan toch bij.

Gisteren was het dan zover. Om 12.15u stak ik de kaarsjes aan in mijn studio, zoals altijd voor ik aan het werk ga, pingelde mijn vredesbelletje een paar keer voor de Boeddha en ging aan het werk. Dit was wat ik kan en altijd doe in situaties waarin ik niet anders kan: mijn energie en liefde meegeven in een speciaal, bij het moment passend, werk.
Gisteren was dat de ‘Gate’ mantra. Een mantra die gaat over het bereiken van nirvana. ‘De andere kant.’ Een mooie intentie om mee te geven op haar reis.

Twee uur na de begrafenis kwamen de eerste berichtjes en foto’s via twee nichtjes binnen. Foto’s via haar dochter en een whatsapp-gesprek met de dochter van haar andere broer, die inmiddels weer onderweg waren naar hun huis.

Het werd een emotionele uitwisseling. Toen de berichtenstroom eindigde, draaide ik me om, om het werk af te maken en begon het heftig bonzen in mijn borstkas. Nou ben ik bekend met hyperventileren, reflux en allerlei andere randverschijnselen die lijken op hartproblemen, maar hier zat een klemmende pijn tussen mijn schouderbladen en misselijkheid bij die ik niet kende en ik was alleen op het terrein verder, dus voor de zekerheid toch maar even 112 gebeld. Deze vond het nodig de ambulance te sturen. ‘Niet schrikken, hij komt niet met gillende sirenes, ze komen gewoon rustig naar je toe rijden om je even na te kijken’, stelde de dame aan de telefoon me gerust. Een kleine onregelmatigheid en het niet kunnen vinden van een eerder gemaakt hartfilmpje noopte de ambulance arts me toch even mee te willen nemen voor een bloedonderzoek, wat binnen een bepaalde tijd moest, dus of ik maar mee wilde gaan. Tsja en daar loop je dan, met een stuk of 6 slangetjes gekoppeld aan de ambulancechauffeur die het kastje draagt waar jij aan vast zit, te zoeken naar de sleutels, die uiteraard nu NIET op de plek liggen waar je ze altijd laat, te bellen met je lieve buurvrouw: of haar man mijn hondje in de studio en mij later uit het ziekenhuis wil halen, want ik moet even mee voor een onderzoekje.

En zo lag ik dan ineens aan slangetjes en computerschermen gekoppeld, te luisteren naar de ‘monniken’ op zaal. Een ontnuchterende ommekeer in wat een dag van afscheid van mijn tante moest worden. Ik besluit nog even niemand te bellen, niet voor ik weet of er echt iets aan de hand is, dus na alle standaard vragen, bloedafname en nieuwe slangetjes, ditmaal gekoppeld aan twee grote beeldschermen vol cijfertjes, metertjes, bliepjes en belletjes, maak ik gebruik van de rust om even tot mijzelf te komen. Goddank voor moderne gadgets, zodat je op je telefoon ook opgeslagen artikeltjes kunt lezen. Ik kies voor het enige waar ik nu echt rustig van wordt: lezen over de Japanse kunst van Hokusai.

Na uiteindelijk 5 uur wachten, een flauwe maaltijd, maar wat is dat lekker als je trek hebt, en het overdenken van alle paniek van de laatste jaren en dagen, inclusief die in de ambulance (want nee, die houden geen rekening met angsten en snelwegen) en de lift en straks de terugreis, komt het verlossende woord: er is niets gevonden, u mag naar huis!

Langzaam komt het gevoel op dat het genoeg is, ik wil dit niet meer, zoveel paniek, zoveel angst, zoveel constante stress. Ik wil vrij zijn om te gaan en staan waar ik wil, ik wil mijn familie zien, met vriendinnen op stap gaan, tripjes ondernemen, Portugal ontdekken, Nepal, Japan zien, maar vooral en in de eerste plaats me veilig voelen in deze wereld waar ik nu al 52 jaar in leef en het overgrote deel daarvan heb moeten knokken tegen chaos en verwarring in mijn hoofd en een verleden wat zich niet zomaar weg liet zetten, maar in flashbacks en angsten steeds opnieuw de voorgrond eist. Dat verleden heb ik de moeilijkste dingen nu wel van onder ogen gezien, De grootste dingen zijn verwerkt en opgelost, de grote chaos van meervoudig zijn is ook weg, waarom blijft dan toch die angst zo hardnekkig volhouden?

Omdat ik nog niet geleerd heb daadwerkelijk te ontspannen, te rusten in een besef van veilig zijn, mijn brein is al mijn hele leven ingesteld op gevaar en daar houdt hij zich het merendeel van de tijd mee bezig, wat ik hem ook verder te doen geef. Maar ik ben er klaar mee, ik wil nu eindelijk echt leven, daarbuiten, tussen de mensen, mijn familie, nieuwe vrienden. Maar hoe leer je veilig zijn, als je niet eens weet hoe dat echt voelt?

Dat is de uitdaging die nu voor me ligt. Mijn nichtjes zijn een familie-reunie in oktober aan het plannen en ik wil daarbij zijn. Het volgende grote familiegebeuren wil ik meemaken, zonder angst, in vol vertrouwen. Hoe dat moet weet ik nog niet, maar daar ga ik nu naar op zoek.
Ondertussen werk ik verder aan de grote ‘Gate’ mantra, de essentie van de Hartsoetra. Het wordt een afscheid van mijn tante en misschien wel een nieuw begin voor allebei:

Gate, Gate, Paragate, Para Sam gate Bodhisvaha.
Bodhi Svaha

“Gone, Gone, Gone beyond Gone utterly beyond
Oh, what an awakening!

Dag lief tantetje, dankjewel dat je mijn lieve tante wilde zijn 

Duizend lichtjes

Geplaatst op december 25, 2016oktober 8, 2023 door Eric

december 25, 2016

“Duizend lichtjes
Schijnen in de nacht,
Dwars door het duister
Komen zij nader,
Verlichten mijn pad.
Liefde’s licht
Brengt mij thuis.”

F.H. Hage 2016

Goudinkt en zwarte acrylinkt

My Prayer of Gratitude

Geplaatst op april 5, 2016oktober 7, 2023 door Eric

april 5, 2016

Twee dagen voor kerst 2015 vorig ‚ontving’ ik dit gebed. Niet van een vriend, niet via een of andere aardse weg, maar als een gevoel in mijn hart wat zijn weg vond in een stroom woorden die geschreven wilden worden. Na het schrijven las ik dit gebed in mijn schetsboek terug.

Er zijn dingen die je als kunstenaar ‚zelf’ maakt, dat zijn de worstelingen met het materiaal, met mijn eigen kleine verhaal wat verteld wil worden. En dan zijn er de dingen die ik ‚ontvang’, de daadwerkelijk ‚geïnspireerde’ werken.

Deze mooiste werken zijn een geschenk wat ik mag maken en in de wereld brengen. Dat is wat mijn werk als kunstenaar zo boeiend maakt. De inspiratie die mijn hart in vuur en vlam zet en me laat zoeken naar manieren om het naar beste kunnen zo mooi mogelijk de wereld in te sturen.

Al een tijdje ben ik nu bezig met kalligrafie en illumineren, deze tekst paste daar perfect bij. Niet helemaal vrij van imperfecties, er zijn altijd dingen die beter kunnen, maar dat is een kwestie van oefenen. Dit gebed gaat echter niet over perfecties en imperfecties, het gaat over de groeiende staat van mijn hart in dankbaarheid. En hoe dat gevoel vorm te geven zo goed als ik op dit moment kan.

Dit is het resultaat.

Dankbaarheid is makkelijk als er iets goeds en leuks gebeurt, maar de dankbaarheid waar dit gevoel over gaat, is de dankbaarheid die je moet leren voelen. Dankbaarheid voor de moeilijke dingen in het leven, verlies, moeilijke tijden, pijnlijke groei etc. en al het moois wat daar uit kan ontstaan, als we het maar willen zien.

Deze dankbaarheid is mijn levenslange oefening. Soms verdwijnt hij even naar de achtergrond, maar altijd vindt ik hem weer terug en weet ik weer: dit is waar het over gaat.

Het zal dan ook zeker niet de laatste keer zijn dat ik dit gebed zal kalligraferen, maar dit is wel de eerste die de wereld in mag. Met instemming van de bron waar hij uit voortkwam.

Ik hoop dat het iedereen die dit leest en ziet, net zo raakt als mij.

Ga de wereld in en breng de gift van dankbaarheid.

Een modern kerstverhaal

Geplaatst op december 24, 2015oktober 7, 2023 door Eric

december 24, 2015

Een hand rust op mijn schouder. Hij voelt bemoedigend en vriendelijk, dus ik doe geen poging hem af te schudden, ook al lijkt de tijd en plaats ervoor wat vreemd. Het is 5 uur ‘s nachts en ik lig al een tijdje te woelen in bed. Ik ging er erg laat in, kon gelukkig een paar uurtjes slapen, maar ben nu toch alweer een tijd wakker. De hand voelt fijn, dus ik probeer me te ontspannen. Dat er al jaren niemand naast me slaapt maakt nu even niet uit.

Sinds een paar dagen ben ik op zoek naar de juiste woorden voor een kerstboodschap om aan vrienden en familie te schrijven. Ieder jaar stel ik het uit tot het laatste moment. Kerst is een gapend gat, waar ik liefst met een grote boog omheen ga. Jaren heb ik het alleen doorgebracht, meerdere daarvan ziek op bed. Herinneringen aan nog vroeger haal ik ook liever niet op en uitkijken naar een herenigde familie heeft tot nu toe al helemaal niets opgeleverd.

Besef van de wereld zoals hij dit jaar is, versterkt het vervreemdende gevoel. Het idee dat mensen hier massaal vrolijk kerst gaan vieren, terwijl aan de rand van Europa mensen letterlijk in de kou staan. En zelfs dichterbij, vluchtelingen die op veel plaatsen in ons land niet welkom zijn. Mensen die andere mensen de toegang tot hun stad weigeren, om vervolgens ‘vrede op aarde’ te gaan zingen onder hun eigen kerstboom.

Ik weet niet hoe daarmee om te gaan. Net zo min als met de vrolijke foto’s op facebook van kerstbomen, versierde huizen en gedekte tafels die klaar staan om familie en vrienden te ontvangen. Terwijl ik alleen kan denken aan al die mensen die geen familie en vrienden hebben om bij aan te schuiven. Mensen zonder huis,  zwervend op straat tijdens de feestdagen. De kerstinloop waar deze eerste kerstdag weer tientallen mensen zullen komen die, vaak al jaren, geen geld en gezelschap hebben om kerst te vieren. Het voelt zo wrang, ieder jaar weer.

Ik twijfel. Zal ik opnieuw het gedicht over eenzaamheid op facebook en mijn website zetten? Een tekst waarin ik vrienden wordt met de eenzaamheid die iedereen in zich draagt. Jaren geleden geschreven tijdens weer een kerst alleen, ziek in bed. De redactie van een programma op radio-2 was het twee jaar geleden on-line tegengekomen en belde me op. Of ik het tijdens kerstavond op de radio voor wilde lezen. Dat was een magische moment. Het gedicht wat geschreven was als handreiking naar al die andere eenzame mensen overal ter wereld, werd ineens gehoord. We werden even echt ‘1 samen’.

Maar dit jaar is het tijd voor iets nieuws. Het is alleen nog niet duidelijk wat.Ineens begint een serie beelden zich in mijn hoofd te ontvouwen. Ik zie mijn leven als een film in de achteruit, waarbij een aantal beelden even worden uitgelicht en stilgezet. Allemaal momenten die zich afspeelden tussen mijn moeder en mij. Schijnbaar vluchtige momenten, die niettemin een diepe indruk en een hoop pijn achterlieten.

Een zware mannenstem klinkt, meer in mijn lijf dan in mijn oren, een vreemde gewaarwording. De stem is overal tegelijk en legt uit dat de beelden zijn bedoeld om te laten zien waarom mijn leven is zoals het is. Mijn moeder en ik hebben een ingewikkelde band, we hebben elkaar inmiddels meerdere jaren niet gezien, ook al woont ze slechts één dorp verder.

Gisteren echter, heb ik haar een zelfgemaakte, geïllumineerde kaart gestuurd, waarin ik in een paar zinnen de wens uitspreek dat we elkaar in het komende jaar wellicht weer kunnen ontmoeten en dat ik van haar hou, altijd. Ze is en blijft mijn moeder. Het is het enige wat ik sinds alle ellende begon heb willen zeggen, maar nooit wist hoe. Altijd waren er verwijten en boosheid over en weer. En nu had ik eindelijk de manier gevonden die goed genoeg voelde om te zeggen wat gezegd moest nu het nog kon.

De stem legt een aantal dingen uit en geeft me eindelijk de antwoorden waar ik al heel lang naar op zoek ben. Het klinkt volkomen logisch, maar toch kan ik het gevoel van ‘maar ik dan’ niet van me af schudden.

Het wordt me duidelijk gemaakt dat mijn moeder haar hele leven niet in goed contact heeft kunnen zijn met het mannelijke in zichzelf en de mannen in haar leven. Haar vader overleed toen zij 1,5 was. En daarna werd het niet beter. Wie weet wat ze mee heeft gemaakt in het Jappenkamp waar ze een paar jaar later als peuter met haar moeder terecht kwam. Op achtjarige leeftijd de overtocht van Nederlands-Indië naar Nederland, om daar bij een drinkende stiefvader, misbruik en nog zo wat van die dingen terecht te komen.

Met mij had ze ook het nodige te stellen toen het misbruik zich bleek voort te zetten in de volgende generatie. Dat had een diepe impact op ons gezin en vanaf het moment dat ik wegliep op mijn 17e is niets ooit meer hetzelfde geweest. Het gezin lag uit elkaar en dat was mijn schuld, ik had de structuur verbroken. Dat ik het deed om zelf te overleven maakte niet uit.

Jaren van hard werken om mijzelf te helen volgden. Tot een aantal jaar geleden langzaam een en ander duidelijk werd: ik had een jongen moeten zijn. De stem vervolgd en laat de connectie zien tussen mijn als meisje geboren zijn en de jongen die ik had willen zijn. Alle beelden kloppen en vertellen ineens een logisch verhaal. De stem legt uit:

„Je moeder heeft nooit de kans gehad een liefdevolle connectie te maken met het mannelijke in haar leven. Daar heeft ze jou voor. Door de liefdevolle band die ze met jou als klein meisje kon maken en het verlies daarvan toen jullie contact verstoord raakte, wordt ze, nu jij hebt aangekondigd je meer man te voelen, gedwongen haar band met het mannelijke te herzien wil ze jou niet helemaal kwijtraken. Dat heeft ze nodig om te kunnen helen.”

Ik laat alles tot me doordringen en voel me vreemd opgelucht, maar blijf me toch afvragen waar ik blijf in dit verhaal. Met die vraag val ik in slaap.

Ik ben op visite bij de overbuurvrouw. Een paar dagen geleden gaf zij een etentje waar ik ook voor was uitgenodigd en vandaag wilde ik even langs om haar nogmaals te bedanken voor de gezellige avond. Er waren nog een paar mensen die ik niet kende en terwijl we kennis maakten, begonnen er steeds meer mensen binnen te komen. Tot er uiteindelijk een hele rij mensen tegelijk binnenkwam. Verbaasd kijken we elkaar aan. Ik dacht even rustig op visite te gaan, maar blijkbaar was ik niet de enige die juist dit moment hiervoor had uitgekozen.

Dan verschijnt de buurvrouw boven aan de trap in de woonkamer. Ergens weet ik dat er iets niet klopt, want de buurvrouw woont op een etagewoning, maar we bevinden ons hier in een prachtig hoog huis, met meerdere verdiepingen en ze nodigt ons uit voor een rondleiding. Terwijl de eerste gasten langzaam in een rij achter haar aan naar boven vertrekken blijf ik achter. Eén trap kom ik nog wel op, maar de bovenverdieping, hoe groot is die? Bij rondleidingen wordt altijd stilgestaan en rondgekeken. En hoeveel andere verdiepingen zullen er nog zijn? Uit angst mijn lijf weer te overbelasten besluit ik, teleurgesteld, beneden te blijven. Het nadeel van niet zulke sterke benen hebben.

Het interieur van de bus is wit. Ik heb nog nooit een bus gezien met een wit interieur, laat staan met tafeltjes, als een kruising tussen een sjiek uitgevoerde trein eetcabine en een jaren 50 lunchroom. We staan in de rij om in te stappen. Het is al aardig vol binnen, dus ik weet niet of ik er wel met rolstoel in pas. Zelf kan ik in een stoel zitten en de rolstoel kan ingeklapt om ruimte te besparen, maar hij moet wel mee! Ik krijg door naar de andere kant van de bus te moeten, daar is een invaliden-ingang blijkbaar. Een oudere man met rollator staat voor mij, hij heeft hetzelfde probleem, maar dat blijkt overbodig. Er wordt een knop ingedrukt en daar vouwt de rand waar we voor stonden al open tot een hypermoderne, traplift van glad metaal- en leerachtig materiaal.

Er is iets vreemds, we praten niet, maar hebben toch contact met onze begeleiders. Ze spreken rechtsstreeks via onze harten en het is direct duidelijk wat ze bedoelen. Mijn angst over de rolstoel en plaatsgebrek blijken onnodig, voor ik het weet zit ik in de bus en vertrekken we. Of de rolstoel nou mee is of niet, heb ik niet gemerkt. Het maakt ook niet meer uit, we zijn al onderweg.

Ik zit tegenover een vrouw met een huilend kind. Het kind blijft buiten beeld, maar ik zie hoe de vrouw probeert haar te laten eten in de hoop haar rustig te houden. Met weinig succes, het kind blijft huilen en maakt een rommeltje van het groene eten op de witte tafel. We proberen de boel netjes bij elkaar te vegen en ondertussen verteld de vrouw hoe zwaar het is, het constante zorgen en de druk om vooral alles netjes te houden, iedere dag opnieuw. Ik probeer haar gerust te stellen en begrip te tonen. Ik heb dan wel geen kinderen, maar kan me er alles bij voorstellen hoe zwaar het moet zijn. Vooral de druk om altijd alles netjes te houden voor de buitenwereld herken ik heel goed. Mensen leggen elkaar veel te veel druk op wat dat betreft, heb ik altijd gevonden.

Als de reis voorbij is worden we in een witte hal gebracht. Hier scheiden onze wegen blijkbaar, want overal om ons heen nemen mensen afscheid. Het is een drukte van jewelste in de grote hal. Dan ineens duiken de vrouw en het kind weer op. Het meisje, dat ik eerder niet kon zien, lijkt een jaar of 12 en komt recht op me af. Ze slaat haar armen om mijn middel en houdt me stevig vast. Overdondert door zoveel enthousiasme, sla ik mijn armen om haar heen en omhels haar terug. Zo staan we een tijdje en ineens valt op dat we het middelpunt zijn van een kring van mensen. Geen idee wie het zijn, maar hun aanwezigheid is warm en liefdevol.  Een koor van prachtige stemmen dringt tot me door, het is muziek zoals ik nog nooit eerder gehoord of beleefd heb. Een samenzang van liefdevolle, melodieuze klanken is het, niet echt een lied. Maar het is prachtig en vervult me met een oneindig gevoel van liefde. De woorden ‘You are loved’ dringen van alle kanten tot me door. Tot diep in mijn lichaam lijken ze me te vullen met hun klank en betekenis.

Het meisje en ik staan nog steeds in een innige omhelzing, zij met haar armen om mijn middel, zich stevig tegen me aan drukkend, ik met de ene hand haar rug en haren strelend en de andere arm stevig om haar heen. Ik snap er nog niet veel van, maar besluit me over te geven aan het moment, druk haar nog eens extra tegen me aan en dan barst het koor pas echt los. Alles draait om me heen en juist op het moment dat ik mijn ogen weer open om te zien wat er gebeurt, zie ik alles vervagen. Het moment van afscheid is gekomen. Met een lichte tegenzin en weemoed laat ik los.

Langzaam kom ik terug, het bed is warm, ik hoor een hond blaffen en open voorzichtig mijn ogen. Twee grote, bruine hondenoogjes kijken me aan over de rand van het bed. Ze blaft nog een keer. Het is tijd om op te staan vindt ze. Vandaag is de dag voor kerst en we hebben nog het een en ander te doen. Ik sluit nog even mijn ogen en aai dan het harige koppie. Zoals iedere dag worden we samen wakker, maar volgens mij na vandaag echt niet meer alleen.

©FHHage (Eric), 2015

Lief, lief kleintje

Geplaatst op juli 10, 2015oktober 7, 2023 door Eric

juli 10, 2015

Ik wil al heel lang even met je praten, maar het komt er steeds niet van. Werk, het leven, van alles komt er tussen. Láát ik er tussenkomen eigenlijk, want eerlijk gezegd durfde ik niet zo goed.

Want zie je, er zijn dingen met jou gebeurt, die ik niet zo goed onder ogen durfde te komen, dat heeft nogal wat tijd en moeite gekost. En al die tijd heb jij je alleen en ongezien gevoeld, dat weet ik, nu helemaal.

Ik kijk naar je foto en zie wat niemand anders zag, je angst. Er was een grote meneer die nare dingen met je deed, ik was erbij, maar kon niets doen, want we waren nog maar zo klein. Ik liet jou alleen daar en groeide zelf verder, leerde, zag nog veel meer en werd steeds een stukje wijzer. Maar nooit lukte het me die stap naar jou te maken en even, zoals nu, met je te praten.

Je was zo eenzaam daar alleen, dat weet ik wel, zag ik ook, maar ik draaide me om en dacht, eerst nog wat groeien, eerst nog wat leren en dan ben ik er klaar voor, dan kan ik je aan. Maar iedere dag werd er weer een verder bij jou vandaan. En toch was ik nooit echt ver van je weg, ik zag je, hoorde je roepen, verstijfde in jouw angst, huilde jouw tranen en schreeuwde in stilte jouw schreeuwen. Alles wat mijn handen maakten, mijn ogen zagen, mijn hart raakte en mijn ziel voortstuwde, was om jou te kunnen zien, zoals ik je vandaag hier voor me zie. Klein en eenzaam, maar o, wat ben je dapper!

Want in al je alleen zijn ben je toch altijd hier gebleven.

Zo lang dacht ik dat je kwijt was, dat je voorgoed voor me verloren zou zijn, maar vandaag zie ik je hier zitten met je grote, bange ogen en je kijkt me aan. Daar zie ik alles weerspiegeld terug, je angst voor die grote enge meneer, die grote, enge dingen met je deed, die je pijn deed en bang maakte, zoals geen kind ooit bang zou moeten zijn.

Je was er ook bij toen later een vader, een moeder hun dingen deden, je riep me toe om weg te gaan, verdwijnen, maar ik kon het niet, wist nog niet hoe. Ik was nog steeds niet groot genoeg. Er kwamen er meer, delen rond jou en mij die ons beschermden, voelden wat wij niet meer aankonden om te voelen, zagen wat wij niet aan konden zien, wisten wat teveel was voor ons om te weten. En zo ontstond een eenheid van delen die ervoor zorgden dat wij samen konden blijven bestaan. Ik heb ze allemaal ontmoet en weet nu al hun geheimen en verdriet. De laatste dat ben jij, de eerste, die het langst moest wachten, maar we moesten sterk genoeg hiervoor zijn. Die dag is nu gekomen, ik ga jou vertellen wat je zo nodig hebt te weten: je bent niet meer alleen, ik heb je nooit verlaten, moest alleen zelf eerst nog wat groeien, dat heb ik nu gedaan. En vandaag kom ik hier bij je zitten, sla mijn armen om je heen en zeg; sorry, dat dit alles je moest gebeuren, maar het is voorbij, we zijn erdoorheen, hebben het doorstaan en als een grote storm hebben we het allemaal overleefd. Het is voorbij, we gaan nu samen verder een nieuwe toekomst tegemoet, met nieuwe vrienden, die van ons houden en steunen en zien waar wij voor staan. Dit doen we voor onszelf en al die kindjes die net als jij en ik, hier ooit doorheen moesten en soms nog gaan of zullen moeten gaan.

Ik heb je lief, mijn lief, lief kleintje, je bent van mij en ik van jou, van nu af en voor altijd. Het hele universum rond hou ik van jou. x

©FHHage,Weesp 2015

  • Previous
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • Next
  • Facebook
  • Instagram
  • LinkedIn
  • Etsy
  • Mail

ADHD advocate Autisme autisme- onderzoek Autismeweek Bijzonder klimaat Black hole Corona De Droommaker De jonge monnik Depressie geborgenheid haiku Het Gouden Koord boekjes Het Ooggebeuren Hoop illustratie inclusiviteit Indië-Herdenking Inspiratie Joey Kalligrafie Klimaat Konijntje Altijd Wakker late diagnose Lichaam mentale gezondheid Ned-Indië Nederlands-Indië neurodivers nieuwjaar prentenboek question rituelen rouw rust Stephen Hawking vader Verlies Weespernieuws Wereld Autisme Dag wolken Woord van de Dag Zaterdagportret Zijn

Op de hoogte blijven?

Welkom!

Schrijf je in om elke maand gewelidige informatie te ontvangen.

We sturen je geen spam! Lees ons [link]privacybeleid[/link] voor meer informatie.

Controleer je inbox of spammap om je abonnement te bevestigen.

LOREM IPSUM

Sed ut perspiciatis unde omnis iste natus voluptatem fringilla tempor dignissim at, pretium et arcu. Sed ut perspiciatis unde omnis iste tempor dignissim at, pretium et arcu natus voluptatem fringilla.

© 2026 Not so daily Musings | Aangedreven door Minimalist Blog WordPress thema